Home » Nieuws » Kunst en Cultuur » Bericht uit den vreemde (uitgave nr. LXVI)

Bericht uit den vreemde (uitgave nr. LXVI)

Het verhaal van Monique

Een paar jaar geleden heeft het stadsbestuur van São Paulo besloten om ter gelegenheid van het komend WK de oevers van de rivier de Tietê, zeg maar wat de Nieuwe Maas voor Rotterdam is, te ontdoen van alle illegale bebouwing. ‘Al die krotjes, dat is toch geen gezicht als de voetballegioenen uit de hele wereld te gast zijn’, zal men gedacht hebben. De bewoners kregen een oprotpremie en moesten het voor het overgrote deel verder zelf maar uitzoeken. Dat hiermee de toch al zwakke sociale structuur binnen die gemeenschappen in één klap vernietigd werd, telde niet mee. Sterker nog, ik vraag me af of daar überhaupt wel aan gedacht is. In een ander, speciaal aan de WK gewijd verhaal, zal ik dieper ingaan op de rampzalige gevolgen die dit besluit voor sommige bewoners gehad heeft. Voor ons, de gebruikers van de Sítio CA, betekende het dat de huisjes aan de overkant van de straat gesloopt zijn en wij nu een vrij uitzicht op de rivier hebben Denk daar nu niet meteen al te positief over, want die rivier is niets anders dan een ernstig vervuild open riool. Vooralsnog heeft het slopen van de huizen aan de overkant alleen maar een ideale gebruikersplek voor de plaatselijk drugsscéne opgeleverd. Aan het eind van de middag komt de jeugd er hun jointjes roken.

Nu kan je hier op verschillende manieren op reageren. De meest voor de hand liggende is de politie bellen en hen verzoeken het zootje op te rollen. Marihuana gebruik is namelijk nog steeds verboden in Brazilië. Dat je hier geen vrienden mee maakt moge duidelijk zijn, dus heb ik besloten het anders aan te pakken. Om te evangeliseren hoef ik nu niet meer de deur uit dacht ik, dus op een dag besloot ik eens bij dat groepje jongelui te gaan zitten. Nou, ik zal je vertellen dat ik mij sneller binnen deze groep voelde opgenomen en dat ik er hartelijker welkom geheten werd, dan wanneer ik zo maar even een vreemde kerk zou zijn binnengelopen. Wij Christenen kunnen nog wel wat leren in dit opzicht. Maar goed, één van de meisjes antwoordde op mijn vraag hoe het met haar ging: “Slecht”. Zo’n antwoord is natuurlijk “gefundenes Fressen” voor mij en gretig ging ik hier dan ook op in. Ze bleek Monique te heten, zeventien jaar oud te zijn, een paar straten achter de Sítio te wonen en de reden waarom het slecht ging met haar was het feit dat haar verkering was uitgegaan. Haar ‘namorado’, vriend had haar de bons gegeven. Mij dergelijke situaties uit mijn eigen jeugd herinnerend, kon ik mij gemakkelijk in haar verdriet verplaatsen en troosten met de woorden: “Een leuk meisje als jij vindt vast en zeker wel weer een andere vriend”. Maar helaas, dat was niet wat ze wilde horen. Omdat herstel van een liefdesrelatie niet mijn uiteindelijke doel was en ik een veel gewichtiger boodschap voor haar had, gaf ik haar mijn telefoonnummer met de woorden dat ze me kon bellen als haar verdriet haar dreigde te overmannen. Wat schets mijn verbazing toen ik reeds de volgende ochtend een SMSje van haar kreeg. Ze gaf me de naam en het telefoonnummer van haar vriend Lucas. Of ik, en de tientallen anderen die zij dit bericht gestuurd had, hem op een SMSbombardement wilden trakteren met de oproep om terug te keren naar zijn eerste liefde. Nu ben ik graag bereid om anderen te helpen, maar om een aardig meisje als Monique blindelings te koppelen aan een volstrekt onbekende jongen, ging me toch net iets te ver. Dus besloot ik tot een andere tactiek. Tijdens de volgende evangelisatieactie onder de drugsgebruikers op mijn stoep vroeg ik of iemand Lucas kende. “Jazeker”, antwoordde een jongen. “Weet jij waarom Lucas de verkering met Monique heeft uitgemaakt”, vroeg ik hem. “Jazeker, omdat ze te veel ruzie maakten. Het leek net een getrouwd stel, zoveel ruzie als die twee maakten.” “Oh, weet jij of Lucas nog terug wil naar Monique? “ “ik denk het niet”, was zijn reactie. De volgende dag zat Lucas zelf bij mij op de stoep. “Lucas”, zei ik, een aardige jongen met een open blik voor me hebbend, “Ik hoor dat jij en Monique zo veel ruzie maakten. Waar gingen die ruzies eigenlijk over?” “Ik wil dat Monique stopt met marihuanagebruik en niet meer hier komt”. Mijn mond viel open. “Wat zeg je!”, vroeg ik hem. “Nou gewoon, ik wil dat ze stopt met gebruiken”. “Maar waarom wil je dat. Je gebruikt toch immers zelf ook?” “Ja, dat klopt, maar Monique is een meisje en ik houd van haar. Daarom wil ik dat ze stopt.” Ongelooflijk dacht ik. Wat een logica. “Weet je wat”, zei ik. “Ik heb een veel beter plan. Jij zegt dat je van Monique houdt en zij wil niets liever dan weer bij jou zijn. Neem haar dan terug en dan gaan jullie samen stoppen met drugsgebruik en in plaats van hier op de stoep te zitten, gaan jullie samen naar de kerk. OK?” “Naar de Igreja Methodista Wesleyana?”, vroeg hij. “Ja, dat is goed”, zei ik. “OK, dat zal ik doen”, antwoordde Lucas. De volgende dag zag ik Monique weer. “Moinique! Ik heb met Lucas gesproken”. “Oh ja, wat zei hij? “ “Hij wil je graag terug hebben. Hij houdt van je, maar hij wil dat je één ding samen met hem gaat doen”. “Wat dan?” Nieuwsgierig keek ze me aan. “Samen stoppen met het roken van Marihuana”. “Nee, dat doe ik niet”, antwoordde ze. “Maar je zegt dat je van hem houdt en je vraagt iedereen je te helpen hem bij je terug te brengen. Dan heb je dat daar toch zeker wel voor over!” Verbaasd en teleurgesteld keek ik haar aan. Mijn eerste evangelisatieactie onder de drugsgebruikers op mijn stoep leek zo succesvol te verlopen, maar de tegenstander bleek toch nog net iets hardnekkiger te zijn.

Meer succes hadden we met één van de zevenendertighonderd kinderen die inmiddels aan de PEDE projecten hebben deelgenomen. De vijftienjarige Andressa kwam afgelopen zaterdag, na afloop van het kinderfeestje, haar nichtje ophalen. Ik had haar niet herkend. Kinderen veranderen zo snel op die leeftijd. Ze was al een paar jaar van het project af, maar ze vertelde dat het heel goed met haar ging. Ze is zich aan het voorbereiden om naar de “Faculdade” (MBO/HBO) te gaan. “Ik wil medicijnen gaan studeren en weg uit deze buurt. “Ik wil een flat kopen in Tatuapé“ (een betere buurt niet al te ver van de sloppenwijk waar ze nu nog woont), vertelde ze gedecideerd. Ze had al naar de prijzen geïnformeerd bleek. ‘Die komt er wel’, dacht ik. Of ze ooit dokter wordt, valt te bezien, maar ze is, in tegenstelling tot Monique, in ieder geval wel bezig haar droom te realiseren. Voor ons is het echter niet de vraag of we succes hebben of niet. Laat dat maar God over. De grote vraag is: “Heeft u de afgelopen week al met iemand gesproken die Jezus nog niet kent?“

Pr. Eric Visser

Privacy | Cookies    © 2021 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Terug naar boven.