Home » Nieuws » Kunst en Cultuur » Bericht uit den vreemde XCIV

Bericht uit den vreemde XCIV

Crackolândia in Vila Leopoldina - São Paulo (SP)
Bericht uit den vreemde XCIV

We hadden afgelopen dinsdag een afspraak in een favela in de Zona Oueste van São Paulo. Men was geïnteresseerd in onze projecten en wilde de mogelijkheid onderzoeken om ook voor de kinderen daar een PEDE te openen. Geen idee hebbend wat ons te wachten stond, waren de coördinatrice voor de staat São Paulo, Verônica en ik die avond op pad gegaan. Na ons twee uur door de heksenketel van het verkeer van deze miljoenenstad te hebben geworsteld, kwamen we op tijd bij onze afspraak aan. De Japanse pastor, wiens kerk deze favela als “hun” sociaal had geaccepteerd, verscheen na een paar minuten en achter hem aan rijdend, bereikten we al snel onze bestemming. Nou, dat was wel even iets anders dan wat we gewend waren. De meeste PEDE’s zijn in eenvoudige zaaltjes in sloppenwijken gevestigd. Wat we hier zagen, was echter een rechtstreekse kopie van het roemruchte Crackolândia in het centrum van São Paulo. Tientallen, uit oude vloerkleden en stukken hardboard opgetrokken afdakjes, die tegen een blinde muur waren geplakt. Een penetrante geur van ongewassen lijven, afval en ontlasting hing rond de plek en in en voor de hutjes hing een legertje aan ongelukkigen rond. Uitgemergelde, mensen die je vol littekens, zweren en puisten, met tandeloze monden met lege ogen aanstaarden. Ik ben nooit in zo’n ouderwetse leprakolonie geweest, maar het zal er niet veel anders geweest zijn, denk ik. Een bergplaats van ongelukkige en uitgestoten mensen waar je, bang om besmet of beroofd te worden, met een grote boog om heen loopt. ‘Mijn God, dacht ik, ‘moeten we hier een PEDE beginnen?’

Veel tijd om daar over na te deken had ik echter niet. Mijn oog viel op het groepje begeleiders van onze Japanse pastor. Ze stonden in een kring om een vrouw die verwilderd schokschouderde en spastische heupbewegingen maakte. Haar ogen schoten heen en weer terwijl ze woeste kreten slaakte. Het waren de vrijwilligers uit de kerk die, met grote Bijbels gewapend, naar deze hel waren getogen. Terwijl de rest toekeek, stond één van hen voor deze vrouw te bidden. Drugsverslaafden en dealers stonden nieuwsgierig te kijken en onder hen ontwaarde ik een meisje van en jaar of twintig. Ze zag er niet uit als een verslaafde en ik vroeg haar dan ook wat ze hier deed. “Het is mijn moeder”, antwoordde ze bijna huilend. De vrijwilliger bleef maar bidden en het werd mij al snel duidelijk dat we hier met een demon te maken hadden die lak aan Portugees had. Het gedrag van de vrouw werd eerder heftiger dan minder. Was het uit medelijden met die hopeloze dochter of was het wat anders? Ik weet het niet. Op een gegeven moment besloot ik echter in te grijpen. Ik ging naar de vrouw toe legde mijn hand op haar hoofd en begon te bidden. Mijn Portugees werd al snel overgenomen door een klanktaal die de omgeving versteld liet staan. Op hetzelfde moment dat ik in tongen begon te praten begon ik ook hevig uit mijn neus te bloeden. Mijn overhemd stroomde vol en het bloed drupte op de grond. Toen was de paniek pas echt compleet. Beseffend dat hier andere, hogere machten aan het werk waren, durfde men echter niet in te grijpen. Zelf merkte ik mijn bloeding natuurlijk wel, maar ook ik wist dat we hier met iets van God zelf te maken hadden. Het deerde me niet en terwijl ik doorging met bidden, bleef ik er volkomen rustig onder. Langzaam merkte ik dat de vrouw begon te veranderen. Het spastisch schokken stopte, ze werd stil en het licht in haar ogen kwam terug. Naar mate haar gedrag veranderde, veranderde ook mijn gebed. Automatisch en zonder er voor te kiezen, kwam mijn Portugees terug en toen we helemaal tot rust waren gekomen zei ik: “Bid met mij. Here Jezus, hier ben ik, ik heb u heel erg hard nodig. Kom alstublieft nu in mijn hart en verander mij. Ik weet dat u van mij houdt en dat u al mijn fouten en zonden wil vergeven. Doet u dat alstublieft nu. Ik hou van u en van nu af aan wil ik bij u horen.” Deze en nog veel meer woorden zei deze vrouw mij na. Nadat we “Amen” hadden gezegd, hield het bloeden op en gaf ik de vrouw aan haar dochter terug. Samen gingen ze één van de hutjes in. Terwijl ik nog een beetje bij stond te komen, hoorde ik vanuit dat hutje ineens een vrouw roepen: “Ela está curada!”, Ze is genezen! De drugsverslaafden in dat hutje waren buiten zichzelf en juichten. Eindelijk was er één van hen genezen. Ze konden het nauwelijks geloven, maar zagen het nu met eigen ogen voor zich.

Enige tijd later zaten we in een kamertje dat gebouwd was in een gekraakt fabriekspand. Hier zouden we mogelijk wel een PEDE kunnen beginnen. Onze Japanse pastor had een gitaar gepakt en tijdens de kleine huissamenkomst, die daar wekelijks gehouden wordt, werden aanbiddingsliederen gezongen. Geheel onverwachts ging de deur open. De zojuist genezen vrouw kwam naar binnen. Ze zei niks, liep langs iedereen heen en ging naast me op de stoel zitten die wij voor haar hadden vrijgemaakt.

São Paulo, 16 november 2017
Pr. Eric Visser

Privacy | Cookies    © 2018 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Terug naar boven.