Home » Nieuws » Lekker weg in eigen regio

Lekker weg in eigen regio

Lekker weg in eigen regio
Meenhuis

Vanwege het dreigende coronavirus blijven veel Nederlanders deze vakantie in eigen land. Hier zijn genoeg mogelijkheden om verantwoord te recreëren, zoals in het Sandelingenpark. In het gebied zijn dan ook steeds meer recreanten te vinden. Ze ontspannen zich door te fietsen, te ‘chillen’ of te wandelen, al dan niet vergezeld door hun hond. Voor bezoekers die meer dieren willen zien, zijn er de Frelustal en het Jeugdspeelpark (waar de bekende alpaca’s Ohio en Kwint verblijven). Maar dat is pas sinds kort, want het Sandelingenpark heeft er eeuwenlang anders uitgezien.

Eeuwen geleden, tijdens de laatste ijstijd, was het huidige Sandelingenpark een onafzienbare toendra. ’s Winters werd het gebied gegeseld door sneeuwstormen en ‘s zomers steeg de temperatuur niet boven de acht graden, zodat er weinig planten konden groeien. De winden hadden dus vrij spel en lieten het zand in de droge rivierbeddingen opwaaien tot duinen. Deze rivierduinen waren nog eeuwenlang in het landschap zichtbaar en werden ‘donken’ genoemd. Aan het einde van de laatste ijstijd vormde het vele smeltwater een delta in onze regio. Hierdoor golfden rivieren naar de Noordzee waarbij ze zand achterlieten. Zo ontstonden er zandruggen aan de oevers, de zogeheten oeverwallen. Omdat ze (iets) hoger waren dan het omliggende land beschermden oeverwallen hun omgeving tegen overstromingen. Vandaar dat er al in de middensteentijd mensen woonden op de oeverwallen in onze regio.

Land of zee?
In de Romeinse tijd was de bewoning nog vergelijkbaar met de steentijd. Zo werden de oeverwallen van Devel en Waal (de noordkant van het Sandelingenpark) intensief bewoond. Zodra het waterpeil te hoog kwam, verhoogde de bevolking de oeverwallen. Hier en daar wierpen de toenmalige Ambachters ook zelf heuvels op. Op die verhogingen stonden houten huizen waarin vooral boeren woonden. Zij leefden van akkerbouw en veeteelt. Hoewel de bodem heel vruchtbaar was, waren de Romeinen bepaald niet jaloers. “De zee stort zich tweemaal per etmaal met gigantische golven uit over het land, zodat men zich bij deze eeuwige strijd met de natuur afvraagt of dit stuk grond tot het land of tot de zee behoort. Op de heuvels of beter gezegd, op met handen opgehoogde woonplaatsen leeft een ongelukkig volk. Bij vloed zijn het net schepelingen, bij eb eerder schipbreukelingen!” schreef Plinius de Oudere, een Romeins letterkundige. Zo bleef onze regio voor de Romeinen een onbeduidende uithoek van hun keizerrijk.

Van landbouwgebied tot park
Nadat de Romeinen uit onze contreien verdwenen waren, verlieten veel bewoners het huidige Sandelingenpark. Pas rond het jaar 1000 werd het gebied ontgonnen vanuit de Utrechtse Sint-Paulusabdij. In 1323 overspoelden de rivieren onze regio, waarna de graaf van Holland de Zwijndrechtse Waard kocht en ambachtsheren benoemde. Een van hen was Willem van Duyvenvoorde die Sandelingen-Ambacht mocht besturen. Ongeveer in die periode kreeg het gebied zijn naam die geologisch verklaarbaar is. Volgens het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’ betekent “Sande” immers zand(plaat), terwijl “ling(h)e” naar lengte verwijst. Samengetrokken staat Sandelingen dus voor zandlengtes, waarschijnlijk een zinspeling op de oeverwallen aan de Waal. Hoewel ze intussen nagenoeg onzichtbaar zijn, is er wel een constante in het gebied, namelijk het groene karakter. Zo kende Sandelingen-Ambacht tarwevelden, vlasteelt en boomgaarden waar appels en peren groeiden. In 2002 is de fruitteelt verdwenen om plaats te maken voor het huidige park. Dat biedt nu de mogelijkheid om dichtbij huis te ontspannen. Door de weidse en afwisselende inrichting biedt het park voor elk wat wils.

Tekst: Jan-Willem Schneider
Foto: Patrick van Vugt

Privacy | Cookies    © 2018 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Terug naar boven.