Wim en Dries met hun vriendjes op de hooiwagen
Wim en Dries met hun vriendjes op de hooiwagen

Het vee van Aai Heester

Lokaal

In een vorige column schreef ik over de armoede in Ambacht met als voorbeeld Arie (Aai) Heester. Hij had een groot gezin en woonde onder meer in de Hauft. Heester wist tijdens de armoedige tijd op een creatieve manier voor zijn gezin geld te verdienen.

Rotterdamse veemarkt
In de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw was hij oud-papierenhandelaar en reed met een ‘ijzeren hond.’ Maar voor die tijd haalde Heester door heel Ambacht met paard en wagen schillen op. Hij verkocht ze aan een Rotterdamse veehandelaar. Heester ging met deze handelaar één keer per jaar naar de veemarkt in Rotterdam.

Voor het karretje gespannen…
Meestal kocht Heester geen vee, maar bij uitzondering kocht hij -op advies van deze veehandelaar - een paard. Dat zou een trekpaard zijn, maar dat bleek achteraf niet zo te zijn. Wat was echter het geval?
Met de veewagen werd het paard bij Heester gebracht. De volgende dag probeerde Arie zijn aanwinst voor zijn kar te spannen. Het paard sloeg echter op hol, zodat paard en wagen aan de Achterambachtse weg in een sloot terecht kwamen. Gevolg: het paard verdronk, maar de kar en de berijder overleefden deze tewaterlating. “Het bleek dus zo dat het paard nog nooit voor een kar had gestaan, het was een wild paard uit Polen. Mijn vader is dus eigenlijk gewoon bedrogen,” weet Wim Heester, de zoon van Arie Heester.

Koeien voor de ‘baat’ 
Heester had goede contacten met de Rotterdamse veehandelaar. Hij kreeg namelijk vier koeien van hem. “Pa had ze voor de baat: hij moest ze voeren en dan mocht hij de melk gebruiken. Iedere dag verkocht pa een bus melk aan de melkfabriek. We gebruikten deze melk ook in het gezin. Van een deel ervan maakten we boter en karnemelk. Als de koe vet genoeg was, ging pa met die veehandelaar naar de veemarkt en verkochten ze de koe. De winst deelden ze samen,” weet Wim. “Dat gebeurde ook met een drachtige koe, het kalf werd grootgebracht en met een gedeelde winst verkocht.”

Schuur bij boerderij Nugteren
Deze koeien verbleven in de schuur, die gebouwd was achter de silo van de boerderij van Nugteren. Wim herinnert zich namelijk dat deze boerderij tegenover de Dorpskerk stond en in 1946 was afgebrand. Maar: “Er was nog een silo blijven staan. Achter die silo mocht pa van de gemeente een schuur bouwen. Dat was gratis. Pa bouwde later ook nog een varkenshok achter de koeienstal. Zijn paard en een pony liepen op het stukje gras bij deze schuur.” Wim en zijn broers Piet en Dries brachten vaak stro naar de schuur (zie foto).

Eigen stukje grond
Zoon Wim hield ook van dieren: “Ik had bij de schuur een klein stukje voor mezelf: maakte daar een kippenren en een konijnenhok. Het voer voor de kippen en konijnen kreeg ik van pa. De eieren van de kippen waren voor eigen gebruik. Toen de gemeente de grond nodig had, ging het vee naar de Rotterdamse veehandelaar en werd de schuur afgebroken.”
Aai Heester begon vervolgens creatief aan een nieuwe handel: hij stapte van varkens, koeien en paarden over naar de ‘ijzeren hond’; van de schillen en het vee naar het oud-papier.

Willem Schneider