Home » Nieuws » Mens en Maatschappij » Bericht uit den vreemde (uitgave nr. LXII)

Bericht uit den vreemde (uitgave nr. LXII)

Het was al weken tevoren aangekondigd. Er waren briefjes uitgedeeld en natuurlijk, zoals dat in een gesloten favelagemeenschap gebruikelijk is, was het bericht van mond tot mond de hele wijk doorgegaan. Iedereen wist het. Er zou ter gelegenheid van de twaalfde verjaardag van de kerk iemand uit Nederland komen. ’s Avonds zou hij tijdens een feestelijke samenkomst preken en inderdaad, de kerk was die avond afgeladen vol. De achttienjarige Ana Claudia, die een jaar eerder tot geloof gekomen was en die eind vorige maand was gedoopt, zat naast haar vriend op de eerste rij. Ze was vroeg van huis gegaan. Ze wilde dat allemaal wel eens meemaken. Ergens had ze het gevoel dat die gringo-pastor iets belangrijks te zeggen had.

De avond tevoren was ik na een tocht van elf uur door met tropisch regenwoud bedekte bergen vermoeid maar tevreden in bed gestapt. Even later was ik in diepe slaap te vallen. “Laat ze zien wie Ik werkelijk ben”. Helder als glas klonk deze opdracht een paar uur later door het luxe appartement dat men speciaal voor mij had vrijgemaakt. “OK Heer, dat wil ik wel”, zei ik de slaap uit mijn ogen wrijvend, “maar hoe dan?“ “Dat weet je best”, was het even ontwijkende als bemoedigende antwoord. Daar moest ik het maar mee doen.

Na een inleiding waarin ik iets vertelde over de deplorabele toestand van de Nederlandse kerk belandde ik vrijwel automatisch bij de Braziliaanse kerk. Daar zat het zo te zien wel snor, want 96% van alle Brazilianen beschouwen zich immers als religieus.‘Die laatste 4% zijn dan vast en zeker Brazilianen die niet in Brazilië zijn geboren’, was mijn conclusie. Gelach was mijn beloning. In afwachting van nog meer feestelijk nieuws zakte men voldaan onderuit. ‘Wij hebben het toch wel iets beter voor elkaar dan die Nederlanders’, zullen sommigen gedacht hebben. Een kleine pleister op de wonde van die verloren WK-wedstrijd uit 2010. “Maar religieus zijn, is nou net iets wat je niet moet zijn!” Striemend haalde ik ieder mogelijk gevoel van zelfgenoegzaamheid weer onderuit. “Religie is het menselijke bouwwerk van regeltjes en gebruiken, van voorschriften en tradities die onze kerken kenmerken en die ze uiteindelijk in slaap wiegen. Tot het moment dat de Bruidegom komt, dan is het echter te laat en zullen ze tot hun schrik bemerken dat de olie van hun lampen op is. Het was de dood in de pot voor de Nederlandse kerken en als Brazilië niet oppast gaat men hier dezelfde kant op. Religie is de poging van de mens om bij God te komen. Weet één van jullie daar soms een voorbeeld van vanuit de Bijbel? Als ik het zeg, zeg je vast en zeker ‘Oh ja, natuurlijk’. Na een moment, het antwoord kwam niet, antwoordde ik: “De toren van Babel”. “Oh ja, natuurlijk”, klonk het. “Zie je nou wel”, zei ik met de zelfverzekerdheid van de profeet Elisa.

“Maar als religie niet het antwoord voor de kerk is, wat is het dan wel? Als het niet ‘De weg van de mens naar God’ is, dan is het ‘De weg van God naar de mens’! Wij kunnen niet op eigen kracht terug naar het paradijs. Daar staat een engel voor die ons de toegang versperd. Maar God beloofde Adam en Eva naar ons toe te komen en niet andersom. God zelf opende de weg naar ons en die weg heet Jezus Christus. Hij is de enige die ons bij de Vader terug kan brengen. Als de kerk weggaat van alle regeltjes en voorschriften, gebruiken en tradities en Jezus echt gaat volgen, pas dan kan ze de mensheid weer bij de Vader brengen.” ‘Bij de Vader brengen? Waar heeft hij het over?’ Ana Claudia zat verstijfd in haar stoel en gespannen keek ze die gringo-pastor aan. Beelden van een dronken en gedrogeerde vader die de boel thuis terroriseerde kwamen bij haar op. “Die Vader, Die jullie gemaakt heeft en jullie liefheeft als Zijn eigen kinderen, Die huilt op dit moment. Hij huilt omdat Hij van ons gescheiden is. Hij heeft er alles voor over om bij ons te kunnen zijn.” Ik schetste het beeld van de wachtende Vader die uitziet naar Zijn verloren zoon. “Bij die Vader wil Jezus jullie terugbrengen.” Ana Claudia’s ogen vulden zich met tranen. Ze zag haar vader gedrogeerd het huis binnenkomen en ruzie maken met haar moeder. Het geschreeuw was niet van de lucht en haar twee jongere broertjes en haar zusjes verschansten zich achter haar. Angstig moest ze als twaalfjarig meisje toekijken hoe haar moeder werd mishandeld. In hun kleine huisje was geen plek waar je je kon verbergen. “Als de kerk gaat doen wat Jezus haar voorhoudt, dan zal ze niet, net als die vijf dwaze maagden, in slaap vallen. Dan zal ze, als de Bruidegom komt, wakker zijn en olie hebben om haar lamp mee aan te steken”. ‘Olie om haar lamp mee aan te steken?’ De tranen stroomden over Ana Claudia’s gezicht. Onbeweeglijk, zat ze in haar stoel en keek als gebiologeerd naar die gringo-pastor. Door een waas zag ze een fles met olie. Haar vader goot die uit over het hoofd van haar moeder die zich wanhopig uit zijn greep trachtte te bevrijden. Hij goot maar door en door. Net zo lang tot de hele fles leeg was. Toen pakte hij een aansteker en stak haar moeder in brand. Als een fakkel rende ze door het huis, alle meubels in haar vaart omgooiend en Ana Claudia; die kon niets anders doen dan verbijsterd toezien. Beschermend sloeg ze haar armen om haar broertjes en zusje. Ze drukte hen tegen zich aan zodat ze niet konden zien hoe haar moeder langzaam ineen zakte en voor haar ogen verbrandde. De buren hadden haar uiteindelijk weggetrokken. Ze hoorde niets meer van de preek totdat ze bemerkte dat de muziek weer was gaan spelen. “Pai” (Vader), “Papai” (Papa), “Abba Pai” (Abba Vader) zong de kerk. Tien minuten lang zond de kerk deze drie woorden als één grote schreeuw om liefde omhoog. “Draai je nu om naar je buurman of buurvrouw”, hoorde ze die pastor zeggen. “En zeg dan tegen hem of haar: ‘Jij bent het geliefde kind van onze Vader.’ “ De kerk deed dit en ook Ana Claudia hoorde hoe iemand deze woorden tegen haar zei.

De volgende dag kwam ze naar me toe en vertelde haar hele levensverhaal. Hoe ze later, nadat haar vader naar de gevangenis was gebracht, voor het gezin had gezorgd. Dat de opa, bij wie ze waren ondergebracht, al even erg aan de drugs en alcohol verslaafd was als haar vader. Verbijsterd en nauwelijks de moed op kunnen brengend vroeg ik haar uiteindelijk: “Heb je je vader ooit kunnen vergeven?“ ”Ja”, zei ze. “Ik hou van hem, want hij is toch mijn vader en ik weet dat niet hij zelf, maar de duivel in hem al deze dingen heeft gedaan. Over een jaar komt hij voor het eerst op proef uit de gevangenis en dan zal ik voor hem gaan zorgen. Weet u, gisteravond vertelde u dat God niet boos kon zijn op Adam en Eva toen ze Zijn hele schepping hadden verwoest. U vertelde dat Jezus dit het mooiste verhaal uit de Bijbel vond. Omdat je in dit verhaal kunt zien dat God niet boos werd, maar van Adam en Eva is blijven houden en al gelijk met een oplossing kwam. Zo had ik het nog nooit gezien. Ik ben heel erg blij dat u mij dat verteld heeft en dat ik u heb leren kennen.” “Ik wil dat je laat zien wie Ik werkelijk ben”, was de opdracht die God mij die nacht tevoren had gegeven. Hoe dan? “Dat weet je best”, kreeg ik als antwoord. Heel eenvoudig. Door gewoon te vertellen wie Hij voor mij is. Ana Claudia heeft hem herkend en een Vader ontmoet die haar geleerd heeft haar aardse vader te vergeven. Daarom was ze vroeg van huis gegaan en op de eerste rij gaan zitten.

Pr. Eric Visser.

N.B.: Om haar privacy te beschermen heb ik geen foto’s van de werkelijk beeldschone achttienjarige hoofdpersoon geplaatst. Ook heb ik haar naam veranderd.

Privacy | Cookies    © 2021 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Terug naar boven.