Home » Nieuws » Mens en Maatschappij » Bericht uit den Vreemde XCVII

Bericht uit den Vreemde XCVII

Levend decor van één van de nationale sporten, teakwondo.
Bericht uit den Vreemde XCVII

“Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden..”
Mattheus 5: 9 (WV)0

Ik heb altijd gedacht dat het Maracanã in Rio de Janeiro het grootste stadion ter wereld was. Met een maximum capaciteit van 78.000 bezoekers en een hoogte van 24 meter verzuipt het echter in het May Day stadion in Pyongyang. Met zijn 60 meter hoogte en 150.000 zitplaatsen passen De Kuip of de Johan Cruijff Arena er drie keer in. Het was echter niet alleen het formaat dat een onuitwisbare indruk op mij maakte toen ik er afgelopen week was. Het waren vooral de 100.000 deelnemers aan de zogenaamde “Mass Games” die als marionetten aan een touwtje op onzichtbare commando’s reagerend mijn diepe bewondering oogstten. Het begon al met de bezoekers in de tegenover gelegen vakken. Naar schatting 50.000 in het wit geklede mensen die, uitgerust met gekleurde schilden, voor een levend decor zorgen. Ergens moest een groot regisseur zitten die instructies gaf welk schild ze moesten tonen, want afwisselend werden de meest fantastische voorstellingen tevoorschijn getoverd.
Als één man reageerden ze en verscheen het ene na het andere decor. Dit was echter nog maar kinderspel. Het werd pas echt spannend toen de tienduizenden deelnemers het veld opgemarcheerd kwamen. In spiraalvormige bewegingen kwamen ze op, liepen door elkaar en kwamen weer in een nieuwe orde te staan terwijl ze hun kunsten vertoonden. Wat er werd uitgebeeld was het ontstaan van het land. De strijd tegen de rest van de wereld om de nationale identiteit. Vrouwen met enorme roodgekleurde sjerpen waaierden over het veld en symboliseerden het bloed dat gevloeid had. Te midden daarvan voerden soldaten strijd, vielen er slachtoffers en werd uiteindelijk de nieuwe natie geboren. Ik denk dat ik niet de enige was die moeite had om bij zo veel emotie droge ogen te houden. Ik bedacht hoe armzalig de poging van Wybren Buma is om ons, door middel van het instuderen van het Wilhelmus, wat meer nationaal bewustzijn te geven. Nee, Zoiets moesten wij ook eens organiseren. Uiteraard in de nieuwe Kuip. Met 64.000 zitplaatsen komt dat een klein beetje in de buurt. In gedachten zie ik al een peloton hangjongeren in de maat marcherend met een stormram op de poort van Den Briel beuken. Wie zal de rol van Wendelmoet Cleasdochter, de eerste martelares, die in 1527 in Monnickendam op de brandstapel stierf, spelen? Een donker gekleurde nieuwe Nederlandse? Het zou zo maar eens kunnen. De kroon op het spektakel zou natuurlijk zijn wanneer men plechtig het “Mijn schild en de betrouwen” zou zingen.

Helaas deze bespiegelingen blijven waarschijnlijk slechts een droom en misschien is dat maar goed ook. Wij hebben niet de discipline om met 100.000 man een half jaar lang iedere avond te oefenen om het spektakel van onze nationale trots op te voeren. Trouwens, wat is dat onze nationale trots? Piet Hein, De Ruyter en Jan Pieterszoon Coen zijn allang van hun voetstuk gevallen. “God, Nederland en Oranje” geldt alleen nog tijdens nationale voetbalwedstrijden en helaas, daar is de laatste jaren ook al de klad in gekomen. Nee, dan hier. Op enig moment werd de film vertoond waarin hun leider de hand schudde van de president van Zuid- Korea. Er ging een siddering door het stadion. Een oorverdovend applaus en tranen, ook bij mij, stroomden rijkelijk. Er was hoop. Hoop op een nieuwe toekomst. Eindelijk vrede en herstel van een verscheurd land. Dat sidderde door het stadion en in gedachten ging ik terug naar Cuba.

Tijdens mijn laatste bezoek, kwam ik midden in de nacht aan bij een schuilkerkje ergens in de bossen bij Guantanamo. Door het donker klonken kinderstemmen van een koortje dat in het pikkedonker tussen de bomen stond opgesteld. Ze zongen een welkomstlied en later die avond vroegen wij in een met palmbladeren gedekt gammel hutje een zegen over het leven van de leider van hun land. Op de terugweg werd ik bij de grens door de politie aangehouden. “Of ik geëvangeliseerd had”, was de vraag. Als recht geaard christen kon ik natuurlijk niet liegen, dus antwoordde ik: “Ik ben christen, dat is toch niet verboden?” “Nee, dat is inderdaad niet verboden, maar evangeliseren mag niet.” “Welnu als u communist bent, zijn waarschijn al uw vrienden ook communist. Klopt dat?” Jazeker, dat is zo”. “Nou, mijn vrienden zijn dus allemaal ook christen en we hebben samen wat van gedachten gewisseld. Dat mag toch wel?” “Gaat u maar”, kreeg ik als antwoord. Toen ik thuisgekomen, de televisie aanzette, hoorde ik dat Barack Obama en Raúl Castro de eerste stappen op weg naar vrede hadden gezet.

Het is een voorrecht tot tweemaal toe met gebed een steentje te hebben kunnen bijdragen aan iets dat de vrede tussen de volkeren een stapje dichterbij heeft gebracht. Of het doel van deze reis, het openen van een PEDE in Noord Korea, ook een stapje dichterbij is gekomen, dat wacht ik nog maar even af. Maar toen ik thuis kwam in São Paulo, bleek onze staf daar de voorbereiding voor een samenwerking met een college in Curitiba te hebben afgerond. In de vergadering van 28 september hebben we kunnen besluiten het netwerk van PEDE’s in Brazilië uit te breiden tot 8 staten waarin wij dagelijks 2000 kinderen ontvangen. Kinderen die we uit de wereld van drugs, prostitutie en criminaliteit trekken en leiden naar een wereld waar liefde en vrede heerst.

São Paulo, 30 september 2018
Pr. Eric Visser

Privacy | Cookies    © 2018 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Terug naar boven.