Home » Nieuws » Mens en Maatschappij » Bericht uit den vreemde; een verslag van een wandeling met Jezus

Bericht uit den vreemde; een verslag van een wandeling met Jezus

Gevangen in São Paulo
Bericht uit den vreemde; een verslag van een wandeling met Jezus

“Ik denk dat je vandaag de aller beste arbeidster voor je nieuwe borduurfabriek hebt gevonden” zei Jan Sjoerd nadat we op 24 juni jongstleden Rosana veilig en wel in een opvanghuis in Vila Any – Guarulhos (São Paulo) hadden achtergelaten. Nu, ruim twee maanden later, lijkt daar nog maar bitter weinig van over te zijn. Tegen ieders verwachting in heeft ze het niet volgehouden en is ze na een ruzie over iets pietluttigs en na anderhalve maand clean te zijn geweest, weer vertrokken. Een paar dagen later werd ze door haar tweelingzus Roselene gevonden. Ze wilde, zo dat al mogelijk zou zijn geweest, niet meer terug. Rosana bleef liever op straat. “Dan moet ik er zelf maar achteraan”, dacht ik en, zoals al een paar weken eerder gepland, vertrokken Harry en ik op 24 augustus naar Brazilië. Op 25 augustus kwam ik via Rio de Janeiro in São Paulo aan en ging nog diezelfde middag naar haar op zoek.

Een paar uur later stond ik in een pikdonkere nacht tot borsthoogte in een stinkende sloot langs een Braziliaanse autosnelweg naar een fles ethanol, een soort alcohol waar hier auto’s op rijden, te duiken. Beroerder had ik mij niet kunnen voelen. Eenzaam en verlaten, overgeleverd aan de willekeur van de eerste de beste bandiet die het op mij voorzien zou kunnen hebben, ging ik met kleren en al kopje onder op zoek naar een fles kostbare brandstof die mij weer thuis zou moeten brengen. Ik was op zoek geweest naar een drugsprostituee en dit was het resultaat. Mocht er nog iemand zijn die in de veronderstelling verkeerde dat God mijn wegen wel op een bijzondere wijze bestuurde, dan zou die persoon daar nu wel voor goed van genezen zijn, dacht ik. Wat was er namelijk gebeurd? Voor mijn vertrek naar de buurt waar Rosana zich vermoedelijk ophield, had Regina mij verzekerd dat de benzinemeter, die tijdens mijn laatste bezoek kapot was gegaan, gerepareerd was. Vol vertrouwen was ik op weg gegaan en had tot mijn stomme verbazing Rosana vrij snel gevonden. Ze zat op een stoepje, weggedoken en klemde een beertje stevig tegen zich aan. Een zielig hoopje mens en ik dacht aan Lucas, haar jongste kind, dat zich tijdens het laatste bezoek aan zijn moeder in het opvanghuis op precies dezelfde manier aan haar had vastgeklemd. “Wil je met me mee? Ik weet wel een ander opvanghuis waar je terecht kan.“ Tot mijn verbazing zij ze: “Ja, kom me om elf uur vanavond maar ophalen op de plek waar je me eerder heb opgepikt. Ik kan nu niet weg. Te gevaarlijk. De dealers houden me in de gaten.”

Wat dat precies inhield wist ik op dat moment nog niet, dus was ik, met de nodige scepsis over dit uitstel, teruggegaan naar huis met de bedoeling om een paar uur later weer terug te gaan en haar op te pikken. In plaats van rustig op de bank te zitten, bevond ik mij echter al vrij spoedig in die benarde positie langs de snelweg en vroeg ik me verbijsterd af wat hier nu wel de bedoeling van kon zijn. Dat hier iets bijzonders aan de hand was, was wel duidelijk. ‘Hoe verzin je het, op mijn leeftijd’, dacht ik. ‘Dit is toch niet normaal’. Sputterend was de auto tot stilstand gekomen en in het aarde donker was ik naar een lichtje in de verte gelopen waar ik een huis vermoedde. Daar aangekomen waren een paar jongens zo vriendelijk om voor een fooi van tien reals (vijf euro) een fles ethanol voor me te halen. Op de terugweg naar de auto moet ik in het donker die overwoekerde sloot over het hoofd gezien hebben met als resultaat dat de fles met de kostbare vloeistof uit mijn handen was geglipt. Met de moed der wanhoop dook ik het stinkende water in en hield even later de fles triomfantelijk omhoog. Hij was blijven drijven. Ethanol is namelijk lichter dan water. Dat had ik eerder moeten bedenken. Maar goed, hoe dan ook, even later zat ik drijfnat in de auto die snorrende naar het dichtstbijzijnde benzine station reed waar ik wat doorweekte bankbiljetten neertelde voor een volle tank ethanol. Om elf uur was Rosana in geen velden of wegen te bekennen. De ramp was compleet en ik vroeg me af ‘hoe verder?’ Was dit nu een ingrijpen van God die mij duidelijk wilde maken dat ik op de verkeerde weg liep of was dit een platvloerse poging van de tegenstander die probeerde de boel te verstieren? Ik had geen idee en een duidelijk antwoord kreeg ik ook niet. Ik hield het dan ook voorlopig maar op het laatste en liet me door deze tegenslagen niet uit het veld slaan.

Wat het betekende om bang te zijn voor de dealers ontdekte ik een paar dagen later. Tijdens een volgende ontmoeting zei Rosana dat ze met de dood bedreigd werd. “Ik kan niet weg, dan schieten ze me dood.” Die woorden kan je in een favela als Tiquatira maar beter serieus nemen. Een paar jaar geleden hield de locale drugbende een paar dagen lang de hele stadswijk in gijzeling en ging moordend, brandstichtend en plunderend rond. Het was oorlog omdat één van hun leiders onder verdachte omstandigheden in zijn cel was overleden. Waarom ze haar met de dood bedreigden werd duidelijk toen Harry en ik op een avond met de verslaafde stonden te bidden die haar oorspronkelijke slaapplaats had ingepikt. Iedereen kende het verhaal van Rosana’s wonderbaarlijke vertrek naar het opvanghuis, maar ook haar opgeven was maar al te zeer bekend. De demon van de drugs had gewonnen van Jezus en dat moest vooral zo blijven. Daarom mag ze onder geen beding vertrekken. Anderen zouden soms op een idee gebracht kunnen worden.

Tijdens mijn zoektochten was ik op plekken geweest waar een normaal mens zich over het algemeen niet waagt. In holen onder viaducten, in de bosjes langs doorgaande wegen, in lege verlaten gebouwen en op terreinen langs spoorwegen, overal kwam ik ze tegen. Mensen, althans dat wat er van over was, die verdwaasd uit hun ogen kijkend je argwanend observeren. Vuil en stinkend kruipen ze uit hun holen en maken spastische gebaren wanneer ze je iets duidelijk willen maken. In bijna onverstaanbaar Portugees vertellen ze je hun treurige verhaal. “Jezus houdt van jou”, zeg ik dan terwijl zo’n gesprekje bijna steevast eindigt in een gebed. Wat me dan opvalt is hoe dankbaar ze zijn als ik wegga. Voor het eerst sinds jaren heeft er iemand zijn armen om hun vieze lijf geslagen en hen niet uitgescholden, maar iets aardigs tegen hen gezegd. Maar al met al had mij dit in mijn pogingen iets voor Rosana te kunnen betekenen geen stap verder gebracht. Ze verscheen en verdween zoals het haar uitkwam en de kans om haar in een ander opvangtehuis te plaatsen leek nihil. Ik besloot rigoureuzere maatregelen te nemen. Met het voorbeeld van Hosea voor ogen besloot ik maar eens met een paar drugsdealers te gaan praten. “Hoeveel kost Rosana?” vroeg ik één van hen. “ Hoezo, wat wil je?, vroeg hij. “Ik wil haar van je kopen”, gaf ik hem van repliek. Het was taal die hij begreep want hij knikte instemmend. “ Ik weet het niet, want ook ik weet niet waar ze is.” Helaas, ik had de verkeerde dealer aangesproken. Eergisteren dook ze ineens weer op. Ze was nu zelf aan het dealen en liet de zakjes “wit” zien die ze in haar mond verborg. Ik had haar bijna in de auto, ik had onze komst in het nieuwe opvanghuis al telefonisch aangekondigd, maar twee meter voor de auto bleef ze staan. Ze ging niet mee. “Maar ik hou van je en Jezus houdt ook van je”, riep ik haar toe. “Dat weet ik”, zei ze. “En ik hou ook van Jezus” . Dat waren voorlopig de laatste woorden die ik van haar hoorde. Toen ik vandaag samen met haar moeder een laatste poging waagde zat er een gebroken vrouw naast me in de auto. Een wanhopige moeder die moet wachten tot haar opstandige en weggelopen dochter vrijwillig terugkeert naar haar ouderlijk huis. Daar ligt dan mijn telefoonnummer en verdere hulp geduldig op haar te wachten.

Het hele verhaal over Rosana leek te zijn uitgedraaid op een gigantische mislukking. Ik heb het daar behoorlijk moeilijk mee gehad en worstelde met de waaromvragen. Daar kwam echter snel een eind aan toen ik me deze week verdiepte in het verhaal over Nicky Cruz en David Wilkerson. Die dorpsdominee uit Philipsburg in Pennsivania had ook zo’n gigantische teleurstelling voor zijn kiezen gekregen. Hij was op zoek gegaan naar de New Yorkse Drakenbende. Het resultaat was dat hij als een doorgedraaide dorpspredikant op de voorpagina’s van verschillende kranten voor gek stond. In geuren en kleuren stond beschreven hoe hij met harde hand de rechtszaal, waar het ‘Drakenproces’ plaatsvond, werd uitgezet. Deze artikelen bleken echter later de sleutel te worden voor toegang tot de Mau Mau bende en het begin van een opwekking onder de New Yorkse straatbendes. Sterker nog, er is een nog beter voorbeeld. Een grotere afgang dan de kruisdood van Jezus Christus laat zich niet denken. Jaren had hij succesvol gepredikt, zieken genezen en tal van wonderen verricht. Hij had zelfs doden opgewekt en nog niet zo lang geleden was hij als een volksheld Jeruzalem binnengehaald. Maar een paar dagen later hing hij naakt, bespot en veracht aan een kruis en gaf de geest. Een grotere teleurstelling laat zich niet denken. Voor velen en niet in de laatste plaats voor zijn discipelen was hij verpersoonlijking van hun hoop op een betere toekomst. En nu was hij dood. Deze grootste afgang aller tijden werd echter omgezet in de grootst denkbare triomf. De dood werd overwonnen en de satan werd voor goed onttroond. Deze nieuwsbrieven laten zich lezen als een “Real Life Roman”. Een verhaal zonder eind waarbij je je afvraagt hoe het afloopt. Dit in tegenstelling tot het boekje van David Wilkerson. Daarvan kennen we het einde. Het loopt gelukkig allemaal goed af. Dat laatste kan je van de Bijbel ook zeggen. Met de woorden “Kom Here Jezus, Kom spoedig”, drukt Johannes zijn verlangen uit naar die nieuwe wereld die hij gezien had. Met eenzelfde verlangen kijk ik uit naar de grote dingen die Jezus gaat doen met de teleurstelling rondom Rosana. De vooruitgeworpen schaduwen daarvan heb ik reeds waargenomen. Ik heb tenslotte niet voor niets en al helemaal niet bij toeval midden in de nacht moederziel alleen in een vreemd land in een sloot gelegen.

Door Pr. Eric Visser

Privacy | Cookies    © 2021 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Ontvang elke week het laatste nieuws en De Brug per mail
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief van Weekblad De Brug en ontvangt elke week de edities in uw mailbox.
Terug naar boven.