Home » Nieuws » Operatiepersoneel ASz toonde zich onmisbaar tijdens coronacrisis: ‘Een huzarenstukje’

Operatiepersoneel ASz toonde zich onmisbaar tijdens coronacrisis: ‘Een huzarenstukje’

Operatiepersoneel ASz toonde zich onmisbaar tijdens coronacrisis: ‘Een huzarenstukje’
Meenhuis

Door de corona-uitbraak en het afzeggen van alle geplande zorg, kwam op 16 maart bijna alle activiteit op de operatiekamers (OK’s) van het Albert Schweitzer ziekenhuis stil te liggen. Alleen spoedoperaties op de locatie Dordwijk gingen nog door. Voor de medewerkers van de OK’s, Anesthesie en Verkoever in Dordrecht en Zwijndrecht viel hun normale werk vrijwel weg. Toch vervulden zij onmiddellijk op allerlei manieren een onmisbare rol in de corona-achtbaan, vaak continu roulerend als ‘vliegende keep’.

Anesthesiemedewerker en Zwijndrechter Fred Zwang: “Van het ene op het andere moment veranderde alles. Beademingsapparatuur van de OK’s was nodig om de capaciteit op de Intensive Care (IC) te kunnen uitbreiden voor coronapatiënten. Onze machines zijn anders, groter en bedoeld voor kortere beademing. Het personeel van de IC kent deze apparatuur niet en had ondersteuning nodig. Als er een alarm ging, of een filter vervangen moest worden, of als het apparaat tussentijds een test moest krijgen, waren wij nodig. We waren er steeds als ‘buddy’s’ bij.”

De setting bleef veranderen, vertelt Fred. “Als je een dag niet had gewerkt, was er daarna meestal weer iets anders. Dan hadden bepaalde ruimtes een andere functie gekregen of er was iets omgebouwd, omdat dit beter paste bij de zorgvraag of de logistiek. Iedereen moest continu wennen.” Dat gold uiteraard ook voor het IC-personeel zelf. Verkoeververpleegkundige Lajla Muilwijk werd tijdelijk toegevoegd aan het team van haar oud-collega’s op de IC. “Ik ben 20 jaar IC-verpleegkundige geweest, dus ik keerde terug naar het bekende. Maar voor iederéén was het totaal nieuw wat hier gebeurde rondom corona. IC-personeel is weliswaar gewend om met erg zieke patiënten te werken, maar niet met zó veel patiënten die zó ziek zijn en dan ook nog eens zo’n grillig verloop laten zien. Dat was echt heftig.”

Roostertechnisch was het voor de OK-medewerkers ‘leven met de dag’. “Naast het bijspringen op steeds weer andere afdelingen, behielden we ook onze eigen diensten bij OK’s die nog wel doorgingen”, vertelt OK-assistente Ingrid Thiellier. Zij is zelf geen verpleegkundige, maar assisteerde desondanks wekenlang op de SEH én de IC. “Ik kon er als ‘buitenomloop’ voor zorgen dat de verpleegkundigen op de isolatiekamers hun werk goed konden doen, zonder tussentijds de gang op te moeten. Op zeker moment waren op de SEH wel 8 van de 10 patiënten coronaverdacht, dus er moest daar veel achter gesloten deuren in en isolatiekleding gebeuren.”

Ingrid vond het erg boeiend om bij collega’s in de keuken te kunnen kijken. “Als OK-teams zit je normaal gesproken met elkaar een beetje ‘op een eiland’. Nu kwamen we andere collega’s en ook elkaar tegen op allerlei plekken. Dan zie je beter wat het werk elders inhoudt.” Fred: “Er trad inderdaad verbroedering op, saamhorigheid. Terwijl je elkaar normaal meestal maar even ziet. Ik denk dat we daar profijt van blijven houden, er is iets opgebouwd.”

In de laatste weken werkte Lajla ook op de zogeheten ‘stepdownafdeling’, waar IC-patiënten na het verlaten van de IC aansterken. “Daar maakte ik iets mee wat ik nooit eerder had ervaren, ook niet in mijn IC-jaren. Ik kwam de patiënten die ik op de IC lange tijd mede had verpleegd weer tegen; maar nu konden ze aan mij vragen hoe het was toen zij dáár lagen. Ze probeerden voor zichzelf met mijn hulp het ‘gat te dichten’ in hun herinnering. En zelf zag ik waar alle inspanningen goed voor waren geweest. Het kwam wel voor dat je het op de IC somber inzag voor een patiënt en dan knapte hij of zij toch op. Het omgekeerde gebeurde overigens ook.”

Fred vult aan: “Dat is best confronterend, ook vanwege het aantal jonge, ernstig zieke patiënten zonder onderliggende aandoeningen. Ik was daardoor zelf nog meer op mijn hoede om besmetting te voorkomen, in en buiten het ziekenhuis.” Anesthesioloog Jaap van Barneveld van het ASz heeft niets dan lof voor de circa 220 zorgmedewerkers die vanaf de OK’s een kleine twee maanden lang overal de gaten hebben gedicht. “Een huzarenstukje”, noemt hij dat. “De flexibiliteit was ongekend. Terwijl elders het ziekteverzuim steeg, was dat in deze groep juist lager dan anders. Deze prestatie is een groot compliment waard.”

Privacy | Cookies    © 2018 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Terug naar boven.