Home » Nieuws » Over kwetsbaarheid, kracht en verbinding

Over kwetsbaarheid, kracht en verbinding

Over kwetsbaarheid, kracht en verbinding
Meenhuis

Het is lente. De bomen in onze woonwijken staan geweldig te bloeien. Misschien hebben we er wel extra oog voor, nu er een rem op ons eigen leven is gezet. Je kijkt naar een magnolia of een sierkers en je denkt: Wat bezielt zo’n boom! Wat een enthousiasme, wat een overdaad, wat een kracht! Al die bloemen, het ziet eruit als een juichende menigte waarbij het geluid uit staat.

Bloemen zijn voor mij een symbool van levensmoed: eerst nog zaten ze veilig ingevouwen in een harde en stevige knop, een veilig pantser tegen de kou en alle bedreigingen van buiten. Maar nu ze opengaan, zijn ze opeens zó teer en kwetsbaar. Zonder kwetsbaarheid geen bloei, geen schoonheid, geen kans om door te groeien, iets goeds voort te brengen. Maar die kwetsbaarheid moet je dus wel aandurven, als bloem zijnde – en als mens.

Wij worden in deze dagen, door wat ons overkomt, met de neus op onze kwetsbaarheid gedrukt. Het viel me op dat de koning het in zijn toespraak zo ondubbelzinnig zei: het coronavirus kunnen we niet stoppen. De verspreiding vertragen, dat wel, door afstand van elkaar te houden. Maar onkwetsbaar is niemand van ons. Niemand staat erbuiten of er boven. Niemand kan iets regelen waardoor hij of zij het voor zichzelf dik voor elkaar heeft terwijl de anderen het maar moeten uitzoeken. We zijn allemaal lotgenoten in kwetsbaarheid.

Het komt erop aan hoe we daarmee omgaan. Er zijn grofweg twee opties: met angst, of met vertrouwen. Iedereen heeft die twee in zich: de een heeft veel angst en een beetje vertrouwen, de ander veel vertrouwen en ook wel een beetje angst. Het mag er allebei zijn, maar de vraag is: voeden we vooral de angst, of voeden we vooral het vertrouwen? Wat je voedt, kan groeien! Als je de angst opfokt, met griezelige theorieën en rare geruchten, wordt het een monster dat je van binnen opvreet. Als je het vertrouwen voedt, krijgt de angst minder vat op je. Als predikant moet ik opeens denken aan een regel uit een psalm die ik ooit uit mijn hoofd heb moeten leren: ‘Voed het oud vertrouwen weder’- in dat eeuwenoude lied is dat de goede raad voor een angstig mens.
Zowel in dat oude lied voor eenzame zielen (Psalm 42) als in onze samenleving heeft vertrouwen alles te maken met verbondenheid. Ik kijk weer naar die boom die uit alle macht staat te bloeien, en ik bedenk dat ieder van ons een bloem aan die boom is. Kwetsbaar ieder voor zich, maar wat een gezamenlijke kracht! Al die bloemen worden gedragen door iets dat veel groter is dan zij. Al die bloemen worden gevoed door kracht uit dat grotere geheel, en gelaafd met water diep uit de aarde, vér buiten hun eigen bereik. Zo kwetsbaar en vergankelijk als ze zijn (nog een paar weken en je kunt ze letterlijk opvegen), ze léven voluit in een overtuigende verbondenheid.

Ik ben ervan overtuigd dat ook wij mensen op allerlei onzichtbare manieren verbonden zijn. Ook op afstand. We zijn geen losse leefmachines, we vormen een organisch geheel. We kunnen op elkaar afstemmen, ook als we elkaar niet kunnen bezoeken of aanraken. We kunnen elkaars golflengte vinden als we daar aandachtig en liefdevol genoeg naar zoeken. Dat is een belangrijk deel van mijn geloof in God: dat we samen gedragen worden en ook elkaar dragen, in hart en ziel.

De lente is ook de tijd op weg naar Pasen. In de kerk vertellen we dan het verhaal over Jezus, de belichaming van Gods liefde, die ook een toonbeeld is van de drie dingen waarover ik het hier heb: kwetsbaarheid, kracht en verbondenheid. Hij verbeeldt de goddelijke liefde die niet van een afstandje aanwijzigen geeft en oordelen strooit, maar die meegaat in het lot en het lijden van zijn omgeving. Hij blijft zegenen en vergeven, ook als de heersende krachten van zijn tijd hem veroordelen en vervloeken. Hij vertrouwt erop dat Gods liefde ons door alles heen draagt, ook door de dood heen. Hij is die liefde in eigen persoon, en hij nodigt ons uit om in zijn spoor te gaan.

In dat spoor ga je niet door je bij een kerkgenootschap aan te sluiten. In dat spoor gaan mensen die nu zorg blijven verlenen, zich melden om over te werken op de intensive care. Of mensen die onderwijs blijven geven, voedsel blijven produceren, winkelschappen blijven vullen, het transport gaande houden, de openbare veiligheid blijven dienen. Of mensen die met hart en humor de prachtigste kleine ideeën hebben om medemensen te troosten of te laten lachen. Zij geven vorm aan óns verhaal van kwetsbaarheid, kracht en verbondenheid. Voor mij is dat het verhaal van God die in mensen woont.

Dat zeg ik niet om iedereen mijn kant op te trekken of om de lezers mijn overtuiging op te dringen. Je hoeft niet in God te geloven om, zoals ik het zie, drager van Gods goedheid te zijn. Dat zijn we in beginsel allemaal. Ieder van ons kan drager van het coronavirus worden. Drager van liefde en goedheid zijn we al bij voorbaat – en wil je daarop positief getest worden, voed dan niet de angst maar het vertrouwen. Kom open naar elkaar, stem aandachtig op elkaar af – dat kan prima met meer dan anderhalve meter tussenruimte. We zijn verbonden. We worden gedragen, ook door deze crisis heen.

Tekst: Piet van Veldhuizen
Predikant in De Ark te Hendrik-Ido-Ambacht

Foto: Foto: Wilma van der Eijk

Privacy | Cookies    © 2018 Uitgeverij De Brug - Xebius Media Groep

Terug naar boven.