
Fitissen laten zich weer horen
Fitissen behoren qua uiterlijk niet tot de meest tot de verbeelding sprekende vogels van Nederland. Het is vooral de zang van het beestje dat de soort herkenbaar maakt. Zeker in de ochtenduren klinkt nu op veel plaatsen buiten de bebouwde kom het melancholische, dalende riedeltje uit het struikgewas. De natuurbeschermer Jac. P. Thijsse beschreef dat in 1896 als: ‘Och! Och! Wat is ‘t mooi, doch we zien het maar weinige malen!’ Vier of vijf vlugge, heldere tonen op dezelfde hoogte zijn de aanhef, waarna de toon daalt en het lied eindigt in wat gemurmel. Zingen doen ze meestal halverwege de bomen of struiken. Dat zijn de favoriete plekken voor fitissen, die vooral voorkomen in bosranden, jong bos en struwelen. Goede plekken om fitissen tegen te komen zijn bijvoorbeeld Sandelingen-Ambacht, het Develbos en de gebieden langs de Oude Maas.
April is voor fitissen altijd het moment om terug te komen uit de broedgebieden in West-Afrika. Direct na aankomst beginnen de mannetjes te zingen totdat ze een vrouwtje aan de haak hebben geslagen. Die komen doorgaans net wat later aan. Het nest maken ze vervolgens op de grond, vaak in wat graspollen in de bosrand. Eind juli en augustus is vervolgens weer het moment aangebroken voor deze kleine zangvogels op de terugreis weer te aanvaarden. Het trekgedrag staat in sterk contrast met de tjiftjaf, een zeer op de fitis gelijkende soort die hier nog veel algemener voorkomt. Ook in de bebouwde kom zijn volop tjiftjaffen te horen, welke ook een zeer kenmerkende zang hebben. Tjiftjaffen zingen hun eigen naam.
Fitissen zijn geelgroene vogeltjes van een centimetertje of tien. Ze hebben een opvallende wenkbrauwstreep, maar verder is er weinig aan het uiterlijk te zien. Zo opvallend als de zang is, zo onopvallend is het uiterlijk en meestal gaan ze compleet op in de steeds groener wordende struiken. Met hun fijne snaveltje zoeken ze takjes, bloemen en blaadjes af naar insecten. Tjiftjaffen zoeken meestal wat hoger in de bomen naar insecten en verschillen subtiel in het uiterlijk. Over het algemeen zijn ze wat bruiner gekleurd en hebben ze een minder uitgesproken wenkbrauwstreep boven het oog. Een meer onzichtbaar kenmerk, maar voor fitissen heel belangrijk, is de vleugellengte. De vleugels zijn bij fitissen een centimeter langer, wat behoorlijk veel is voor zo'n klein vogeltje. Maar fitissen trekken dan ook behoorlijk verder dan tjiftjaffen, deze laatste trekken hooguit naar Zuid-Europa. Een steeds groter deel blijft zelfs in Nederland overwinteren. En dan hoef je toch een stuk minder te vliegen dan als je de Middellandse Zee en de Sahara niet over hoeft te steken. En dat met een grammetje of 8.
Het aantal fitissen neemt echter alweer jaren gestaag in ons land af. Met soorten die in de winter ver over de grens de tijd doorbrengen, valt het niet altijd mee om te snappen waarom het er minder worden. Feit is dat er in Nederland veel veranderd, maar ook in Afrika staat de tijd ook niet stil en wordt steeds meer natuur omgevormd naar landbouwgrond. In onze regio zijn echter nog genoeg fitissen te horen gelukkig!
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com