Een vers uitgeslopen mannetje bruine korenbout, onder andere te herkennen aan de zwarte streep op het achterlijf. Binnen enkele dagen zal het achterlijf van dit exemplaar verkleuren naar blauw. Fotograaf: Rutger Plaisier
Een vers uitgeslopen mannetje bruine korenbout, onder andere te herkennen aan de zwarte streep op het achterlijf. Binnen enkele dagen zal het achterlijf van dit exemplaar verkleuren naar blauw. Fotograaf: Rutger Plaisier Foto: Rutger Plaisier

Bruine korenbout, een toenemende verschijning

Lokaal

Dit voorjaar zij in de omgeving weer meerdere waarnemingen gedaan van de bruine korenbout. Dit is een libellensoort die sterk in het westen van Nederland toeneemt, en steeds vaker in Ambacht en Zwijndrecht opduikt. Afgelopen weken werd zo ook een exemplaar gewoon in een achtertuin waargenomen, terwijl een jaar of vijf geleden de soort hier nog nooit was waargenomen.

Bruine korenbouten komen van oorsprong voor in uitgestrekte moerasgebieden en zaten met name oostelijker in Nederland. Waarschijnlijk door een verbetering van de waterkwaliteit en een toename van het aantal moerasgebieden, breidt de soort steeds verder uit naar het westen. Ook anderen soorten libellen als vroege glazenmaker, glassnijder en smaragdlibel laten een vergelijkbare toename zien en kan je hier steeds vaker tegen het lijf lopen. Een goed teken dus dat deze libellensoorten op steeds meer plaatsen opduiken. Bruine korenbouten en ook de drie genoemde soorten zijn in mei en juni te vinden bij begroeide oevers en schone wateren.

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden hebben de mannetjes van de bruine korenbout een blauw achterlichaam. Ze lijken daarmee op de gewone oeverlibel en platbuik, maar hebben onder andere zwarte vlekken in de vleugel waarmee ze zich onderscheiden. De vrouwtjes zijn een stuk minder uitbundig gekleurd. Echter, wanneer de larven net uit het water zijn geslopen, zijn zowel de mannetjes als de vrouwtjes nog bruin (of soms zelfs meer oranje) gekleurd, waarna de mannetjes dus blauw kleuren. De naam ‘korenbout’ slaat vervolgens waarschijnlijk op het feit dat veel boven korenvelden vliegen, alhoewel dat niet helemaal zeker is. ‘Bout’ slaat erop dat het lichaam van de libellensoorten glanzend is en lijkt op een ijzeren bout, waardoor de soorten de naam bruine korenbout draagt.

Net als alle andere libellen jagen bruine korenbouten op vliegende insecten, maar de jachtwijze van de libellensoorten verschilt. Soorten als de vroege glazenmaker blijven eindeloos rondjes vliegen langs een oever of bosrand en wanneer een vlieg in de buurt komt gaan ze daar als een raket achteraan om deze in de lucht te vangen. De tactiek van de bruine korenbout is anders: vanaf een vast uitkijkpunt zoals een uitstekende tak, wachten ze in de zon tot een prooi in de buurt komt, stijgen op en gaan er als een raket achteraan in de hoop deze te kunnen vangen. Met of zonder prooi komen ze weer terug om weer plaats te nemen op hun uitkijkpunt, waarbij de mannetjes deze jachtposten fel verdedigen.

Ook de vrouwtjes worden vanaf de uitkijkpunten in de gaten gehouden en indien ze passeren worden ze direct benaderd voor paring. Eitjes worden door het vrouwtje in het water afgezet op de overgang van water naar de oevervegetatie. In het water ontwikkelen zich vervolgens de larven, die twee winters achter elkaar diep in de baggerlaag van sloten en plasjes doorbrengen, waarna ze uitsluipen als libel. De libellen zijn vervolgens meestal te vinden in de ruige oeverzones, maar ook op grotere afstand van het water kunnen ze in bosranden te vinden zijn. Extra opletten dus wanneer je de komende tijd buiten loopt!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com