Heerjansdammer Rob van Zijderveld is onderweg naar het fanfarekorps.
Heerjansdammer Rob van Zijderveld is onderweg naar het fanfarekorps.

Rob van Zijderveld: de bal en de massagtafel waren zijn beste vrienden

Sport

Het is dinsdagavond 23 juni 1970. We zijn getuige van de opkomst der gladiatoren. Het Nederlands elftal betreedt de grasmat van de amateurs van voetbalvereniging ‘s-Gravenzandse S.V. In die tijd als clubnaam ook wel verbasterd tot ‘de Sport’ en inmiddels onder de huidige fusienaam FC ’s-Gravenzande acterend. Het betreft hier overigens het Nederlands elftal van de zaterdagamateurs. Afgelopen zaterdag 20 juni trad dit team, in Bockum Hövel, nog tegen de amateurs uit Westfalen aan. Met een povere 0-0 keerde Oranje terug uit deze Duitse deelstaat. Het zaterdagelftal kende een rijke en best wel populaire historie, maar liep ten tijde van dit fotofragment toch een beetje op z’n laatste voetbalbenen. Bovendien bleek de wedstrijdsecretaris van de KNVB, afdeling zaterdag, ook niet bepaald over een groot ‘voetballandennetwerk’ te beschikken. Tussen 1947 en 1971 werden er in totaal 50 interlands gespeeld maar de tegenstanders kwamen altijd uit dezelfde koker. Waar België, Frankrijk en Zwitserland zich nog als attractieve voetballanden representeerden traden de Duitse deelstaten Saarland en Westfalen op, als surrogaat, voor het machtige voetballand Duitsland. Wat de mannen, die hier het veld in wandelen, dan nog niet beseffen, is, dat ze aan de voorlaatste interland bezig zijn die het zaterdagamateurteam ooit nog zou spelen. Helemaal voorop rechts, met de aanvoerdersband en het oranjevaantje in de linkerhand loopt absolute klasbak Rob van Zijderveld. Rob is op weg naar het plaatselijk fanfarekorps om zo meteen uit volle borst het ‘Wilhelmus’ mee te gaan zingen. Als oud-semi-prof van Xerxes DHC was Van Zijderveld in Heerjansdam neergestreken om zich op zijn arbeidsloopbaan te focussen i.p.v. het bestaan als profvoetballer. In die periode ontpopte Rob zich tot een topamateur. De bal was zijn vriend. Hij beschikte over een verrukkelijke diepe en zuivere ‘stropdastrap’ en kon op heel veel posities uit de voeten. Als aanvallende middenvelder beschikte hij ook over scorend vermogen en soms speelde hij zijn partijtje in de spits. De meeste tijd fungeerde hij, vooral later, als vrije, centrale verdediger. Hij was een lepe, intelligente voetballer met veel overzicht. Soms ging dat gepaard met iets te veel risico maar het kwam zelden voor dat hij de bal niet naar een groenzwarte kleur schoot. In fases bleek hij ook weer niet vies van een ruige opruimbal en indien noodzakelijk trapte hij smerig bewust een keertje over de bal heen. Een strafschop benutten betekende voor hem een fluitje van een cent. Rob had ook een innige verhouding met de massagetafel. Daar kwam hij, na een zware werkdag tot rust. Op traingingsavonden meldde hij zich dan als laatste in de rij bij de spierenkneder zodat hij rond de aanvangstijd van het partijspelletje net op tijd het trainingsveld op kwam sjokken. Nee, een trainingsbeest was Van Zijderveld zeker niet maar echt verzaken in een wedstrijd behoorde tot een zeldzaamheid. En aanvoerder zijn van het Nederlands elftal is ook niet weggelegd voor een doorsnee koekenbakker. Tenslotte nog even de uitslag van deze interland:1-1! Daaf Francke kopte Nederland voor rust naar 1-0 maar in de slotminuut scoorde Saarland, op z’n Duits, de overigens dik verdiende gelijkmaker.