Het gele oogringetje is een belangrijk kenmerken van kleine plevieren, die hun voedsel zoeken op slikplaten.
Het gele oogringetje is een belangrijk kenmerken van kleine plevieren, die hun voedsel zoeken op slikplaten.

Natuur in de regio: De regenfluiters zijn terug

Kunst en cultuur

Kale, stenige terreinen met ondiepe plasjes vormen het ideale leefgebied van de kleine plevier. Een broedvogel die een nestje met vier eieren volledig open op de grond legt, maar vanwege de enorme schutkleur vrijwel onvindbaar is. De eitjes zijn klein, wit met bruine spikkels, en vallen volledig weg in de kale, zanderige omgeving. Bij benadering rennen de plevieren van hun nest, om een heel eind verderop pas op te vliegen. Wat dat betreft lijken ze behoorlijk op kieviten, met sterk ontwikkelde poten.

Kleine plevieren zijn een stuk kleiner dan kieviten en ook minder opvallend. Wanneer je ze goed kan zien, zijn ze goed herkenbaar aan hun kenmerkende zwarte lijnen op de kop en het typische gele oogringetje. In onze regio broeden ze vaak op braakliggende terreinen, waar ze op de grond een klein kuiltje draaien. Ook komen ze voor nabij slikgebieden, zoals in de Crezéepolder en op de Sophiapolder, waar ze een kale plek nodig hebben om te nestelen en op de slikplaten naar voedsel zoeken. Onregelmatig broeden ze ook op akkers, zeker als daar nog ondiepe regenplassen opstaan en nog bewerkt moeten worden. Wat dat betreft is het een soort die op een kale bodem al snel tevreden is.

De familienaam ‘plevieren’ is afkomstig van het Latijnse pluvialis wat betekent: op de regen betrekking hebbende. Het idee was dat plevieren gaan fluiten of roepen als de regen op komst is, waar met name de goudplevier, het grotere neefje van de kleine plevier, om bekend staat. Overigens staan ook andere soorten te boeken als regenvoorspellers, zoals de groene specht en rode wouw, die zouden gaan roepen wanneer ze nattigheid aan voelden komen. Mogelijk komt de naam ook van het type roep die plevieren maken, want ze maken veelal luide en harde tonen, soms meerlettergrepig.

Kleine plevieren laten in deze tijd vaak van zich horen, terwijl ze al baltsend rondvliegend boven hun broedgebied. Ze maken daarbij een typisch wentelende vlucht, bijna vlinderachtig, terwijl ze dus luidkeels roepen. Nadat de eieren uitgekomen zijn, duurt het bijna vier weken voordat de kuikens groot genoeg zijn om weg te kunnen vliegen. In die kwetsbare periode zoeken ze hun voedsel al rennend op de grond, waarbij ze bij gevaar zich direct op de grond drukken. Doordat ze zich drukken vallen ze net zoals de eitjes volledig weg in de omgeving.

In tegenstelling tot veel steltlopers zie je kleine plevieren eigenlijk nooit in grote groepen. Het is dan ook een soort die op kleine schaal al snel tevreden is en op kleine, geschikte locaties succesvol kan broeden. Wat dat betreft is het een echte pionier, die zich dus ook op kort geschikte terreinen (zoals braakliggende grond) kan vestigen. Trekken doen ze met name ’s nachts en de winter trekken ze door diep in Afrika, aan de zuidkant van de Sahara. In deze tijd van het jaar zijn ze het makkelijkst te vinden en kan je ze vrijwel overal tegenkomen waar ondiep water staat. En natuurlijk goed luisteren als er regen op komst is!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com