Jonge ransuilen maken zich in de avondschemering kenbaar door een luid gepiep. Foto: Rutger Plaisier
Jonge ransuilen maken zich in de avondschemering kenbaar door een luid gepiep. Foto: Rutger Plaisier

Piepende uilskuikens

In de avondschemering is het zomaar mogelijk dat u deze dagen opeens een luidkeels gepiep uit bomen hoort komen. Deze hoge noten, die je zou kunnen omschrijven als “kie-jèè” zijn afkomstig van jonge ransuilen, die net uit het nest zijn geklommen. Ransuilen broeden namelijk in oude ekster- of kraaiennesten, maar na een aantal weken klauteren de jongen uit het nest. Dat is natuurlijk veiliger (want met z’n allen in het nest is het een kwetsbare prooi), maar het is voor de ouders lastig om te weten waar de jongen te vinden zijn. Dankzij het luidkeels piepen van de jongen weten de ouders echter feilloos hun jongen te vinden, zodat ze de gevangen muizen kunnen voeren.

Ransuilen staan bekend om hun pluimpjes boven op de kop. Het lijken oortjes, maar dat zijn het natuurlijk niet. Verder hebben ze een bruin verenkleed en opvallend, oranje ogen. Ze jagen daarmee vanaf de schemertijd en onderscheiden zich bijvoorbeeld van kerkuilen, die hebben zwarte ogen en jagen echt uitsluitend in de ’s nachts.

Het aantal broedende ransuilen is sterk afhankelijk van de aantallen veldmuizen. De aantallen van deze belangrijke prooi variëren erg tussen de jaren, bijvoorbeeld vanwege koude winters of juist natte periodes. Eens in de drie tot vier jaar pieken de aantallen, en dat is dit jaar weer het geval. Waar ransuilen in slechte muizenjaren het broeden soms een jaartje overslaan omdat het waarschijnlijk toch niet mogelijk is om de jongen groot te krijgen, zijn nu waarschijnlijk al de paartjes aan het broeden. Ook andere roofvogels en uilen profiteren daarvan, zoals bijvoorbeeld kerkuil. In Zwijndrecht liggen op dit moment in één van de nestkasten liefst 9 eieren van deze laatstgenoemde soort. Een teken dat voedsel in overvloed is en ook die soort dus waarschijnlijk veel jongen groot gaat krijgen.

Landelijk gaan de aantallen ransuilen al jaren hard achteruit. Belangrijke oorzaken zijn een verandering van het landschap, waar in intensievere landbouw en landgebruik veel minder ruimte is voor muizen en andere prooidieren. Daarnaast is de sterke opkomst van de havik op veel plekken funest geweest, met name in de bosgebieden op de zandgronden in Nederland. Omdat de ransuilkuikens hard roepen in de schemering, zijn ze ook een makkelijke prooi voor haviken, maar ook volwassen ransuilen kunnen in de klauwen van die beduchte vogeljager terecht komen. Bovendien gaan buiten de bebouwde kom soorten als ekster en zwarte kraai ook achteruit, zodat er steeds minder geschikte nestplaatsen beschikbaar zijn. Ondanks de landelijk mineur voor ransuilen, gaat het bij ons in de regio al jaren goed en is de soort vrij stabiel. Haviken zijn er dan ook weinig en ransuilen lijken goed te profiteren van het half dichtgebouwde landschap. Ze jagen veel in nieuw aangelegde recreatie- en natuurgebieden, terwijl ze vaak veilige broedplaatsen aan de rand van de bebouwde kom weten te vinden.

Komende weken zijn dus uitermate geschikt om ransuilen te ontdekken. De lokale vogelwerkgroep probeert overal de paartjes op te sporen, dus als u piepende uilskuikens hoort, hoor ik het graag!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Stuur me gerust een mail: cornelisfokker@gmail.com