Paardenbijters hangen zich vaak 's ochtends lekker in de zon op te warmen, voordat ze op jacht gaan.
Paardenbijters hangen zich vaak 's ochtends lekker in de zon op te warmen, voordat ze op jacht gaan. Foto: Cornelis Fokker

Paardenbijters bijten niet

Algemeen

De late nazomer is de tijd van het jaar dat verschillende soorten glazenmakers gaan vliegen, een libellenfamilie. Rondom Ambacht kan je nu blauwe glazenmakers, bruine glazenmakers en paardenbijters tegenkomen. Deze libellenfamilie heeft hun naam te danken aan de glazenmakers van vroeger. Zij droegen het glaswerk op de rug in een raamwerk van latten, waardoor het wel vleugels leken. Ook de vleugels van de glazenmakers zijn een mozaïek van aders en doorschijnende delen. Kunstwerken als je het goed bekijkt! Libellen hebben vier van zulke vleugels, die ze afzonderlijk van elkaar kunnen aansturen. Met een vleugelslag van ongeveer 20 tot 40 keer per seconde, kunnen ze bijvoorbeeld verticaal opstijgen, maar ook achteruitvliegen. Ze kunnen ook honderden kilometers afleggen, met een snelheid van ca. 50 kilometer per uur.

Ook paardenbijters doen dat wel, momenteel de algemeenste glazenmaker die je in Ambacht tegen kan komen. Deze soort is wijdverspreid, komt voor tot in Japan en trekt ook grote afstanden. Een groot deel van de paardenbijters in Nederland komt dan ook van ver, maar een deel plant zich ook voort in Nederland. Paardenbijters zijn relatief kleine glazenmakers en hebben een opvallend gekleurd achterlijf, met blauwe, gelige en grijze vlekken. Op het borststuk heeft de soort twee gele banden, die aan de bovenkant blauw getint zijn. De mannetjes, zoals op bijgaande foto, hebben opvallende, blauwgrijze ogen. Ook de rest van het lijf is wat uitbundiger gekleurd dan de water saaier uitziende vrouwtjes. De vorm van de achterlijfaanhangsels, helemaal aan het eind van het lijf, is ook een belangrijk detail om het geslacht mee te kunnen bepalen. Deze zijn bij mannetjes duidelijk anders van vorm dan bij de vrouwtjes. Met deze aanhangsels houden ze elkaar stevig vast tijdens de voortplanting.

De vrouwtjes leggen de eitjes bij allerlei soorten stilstaand water, zoals sloten en meertjes. Ze vrouwtjes boren met een speciale legboor de eitjes in dode of levende waterplanten. Na de winter komen de libellenlarfjes uit het ei, die zich vervolgens in het water tegoed doen aan bijvoorbeeld kikkervisjes. Onder water zijn het dus al goede jagers, maar dat is niet anders nadat de larven uit het water zijn en de libellen ter wereld komen. Paardenbijters jagen net als andere libellensoorten op vliegende insecten. Ze doen dit meestal op hoogte langs bosranden en vangen daar allerlei vliegende insecten, van muggen, tot vlinders en zelfs (kleinere) libellen. Ook jagen paardenbijters vaak in de buurt van vee, omdat daar doorgaans veel insecten te verschalken zijn. Ze vliegen daardoor dicht langs bijvoorbeeld paarden, waardoor het kan lijken alsof ze de paarden bijten. Vandaar de naam. Libellen bijten dus niet, wat nog weleens wordt beweerd. Ze hebben geen angel, alleen kaken waarmee ze gevangen insecten fijnkauwen en waarmee ze niet door mensenhuid heen kunnen komen.

Geniet dus vooral van paardenbijters en andere libellensoorten! Zeker in een tuin met wat groen komen ze allicht een keer langs, maar ze maken ook weleens gebruik van een schutting om zich lekker op te warmen. Altijd een mooi moment om zo’n libel eens goed te bekijken!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com

Tekst en foto: Cornelis Fokker