Dankzij ringonderzoek weten we waar pimpelmezen, die nu massaal Nederland binnen trekken, vandaan komen.
Dankzij ringonderzoek weten we waar pimpelmezen, die nu massaal Nederland binnen trekken, vandaan komen. Foto: Cornelis Fokker

Agressievelingen uit het oosten

Algemeen

De pimpelmezen zijn dit jaar weer volop in beweging. We kennen ze waarschijnlijk allemaal wel uit de tuin, met hun gelige borst, blauwzwarte rug en opvallend blauwtje petje. Ze onderscheiden zich daarmee van koolmezen, die net een slagje groter zijn, duidelijk zwart zijn op de kop met witte wangen en een gele ‘stropdas’ hebben.

Zowel koolmezen als pimpelmezen zijn oorspronkelijk typische bossoorten, die zich aan de leefomgeving van de mens hebben aangepast. Ze broeden bijvoorbeeld vaak in nestkasten, waar ze in een natuurlijke omgeving zouden gebruik maken van boomholten. In de winter maken ze bovendien graag gebruik van vogelvoer dat wij in de tuin hangen. Vetbollen, pinda’s en zonnebloempitten zijn favoriet voor beide soorten. Het voedsel van beide soorten is dus min of meer gelijk, maar in de natuur kunnen ze goed naast elkaar leven. Pimpelmezen zijn immers net wat lichter en zoeken hun voedsel dus op net wat dunnere takjes dan koolmezen, aangezien die onder het gewicht van koolmezen zouden breken.

Dit najaar is er met pimpelmezen wat bijzonders aan de hand. Normaal gesproken blijven de pimpelmezen die in de zomer hier zitten ook in de winter in de omgeving, maar nu worden veel pimpelmezen trekkend waargenomen uit het noorden. Zaterdag vlogen er bijvoorbeeld honderden over de Crezéepolder en langs de kust worden er duizenden trekkend gezien. Op basis van gegevens van geringde pimpelmezen (die worden gevangen voor onderzoek), weten we dat ze met name uit Oost-Europa en Rusland afkomstig zijn. Met mooie dagen schuiven ze vanuit het oosten langzaam op naar het westen, en kunnen zo in drie weken van Litouwen naar Nederland vliegen. De reden van de uittocht uit het oosten is waarschijnlijk een voedselgebrek. Pimpelmezen zijn met name in de winter afhankelijk van zaden, van bijvoorbeeld berk en beuk. Deze boomsoorten hebben jaren met veel zaadproductie (mastjaren), waarna vervolgens een mager jaar volgt. Waarschijnlijk was in de landen in Oost-Europa afgelopen jaar een mastjaar van deze boomsoorten, zodat veel pimpelmezen de winter overleefden en zich dit jaar massaal konden voortplanten. Dit is nu gevolgd door een voedselschaarste vanwege een groot aantal pimpelmezen en een laag voedselaanbod. Reden dus tot vertrek van pimpelmezen.

Het voorkomen van mastjaren komt in het noorden en oosten de laatste jaren steeds vaker voor. Meestal is een direct verband met een hogere temperatuur in de zomer, waardoor dus meer zaad geproduceerd worden door de bomen. Vanwege de temperatuurstijging door een verandering van het klimaat, zien wij in Nederland weer vaker massale trek van pimpelmezen in de jaren als er dus niet genoeg voedselproductie is. Dankzij ringonderzoek, waarbij vogels worden gevangen, gemeten, geringd en weer losgelaten, weten we steeds meer over dit soort patronen. Het vangen van pimpelmezen is echter voor de onderzoekers (waaronder ikzelf) vaak geen pretje. In tegenstelling tot veel andere soorten die het over zich heen laten komen, verzetten ze zich sterk en bijten graag in vingers en het liefst ook precies in wondjes. Een dag met veel pimpelmezen is dan ook geen pretje… Wat dat betreft is het natuurlijk veel prettiger om ze gewoon lekker in de tuin te zien, en daar zullen er van de winter (als je de vogels voert) genoeg te zien zijn.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com