Waterwinningtest voor bluswater aan W. Snelliusweg.
Waterwinningtest voor bluswater aan W. Snelliusweg. Foto: Gemeente Zwijndrecht

Voldoende bluswater bij het spoor

Algemeen

In de buurt van het spoor is voldoende bluswater dat de brandweer kan gebruiken bij eventuele incidenten. Dat is op woensdag 27 oktober gebleken na drie waterwinningstesten aan de Buitendreef en de W. Snelliusweg. De testen zijn uitgevoerd door brandweer en de gemeente, in samenwerking met ProRail en Waterschap Hollandse Delta. “Bij de testen bekijkt de brandweer vooral hoeveel bagger het slootwater bevat. Bij te veel rommel raken de pompen verstopt”, verduidelijkt Sas Graansma, projectmanager Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht.

Bij het testen kozen de hulpdiensten vooral locaties dicht bij de spoorlijn, wat niet toevallig is. De lijn is een belangrijke route voor goederentreinen die soms gevaarlijke stoffen vervoeren, de zogenoemde ‘gif-treinen’. Zodra die voertuigen gaan lekken of branden, moet de brandweer snel kunnen handelen om rampen te voorkomen. Daarbij zijn de sloten aan de spoorlijn onmisbaar, zo weet Graansma. “Spoorsloten zijn cruciale bluswatervoorzieningen die ons enorm veel tijd kunnen schelen, doordat ze dichtbij het spoor liggen. Om de spoorsloten te kunnen gebruiken, moeten ze zeker eens per jaar gebaggerd worden. Zo blijft het water schoon en raken de pompen niet verstopt, als we het slootwater nodig hebben om incidenten te bestrijden.”

Schoon bluswater van levensbelang
Bij incidentbestrijding doelt de brandweer niet alleen op blussen, maar kijkt de hulpdienst breder. “We gebruiken het water niet alleen om te blussen, maar ook om wagons met gevaarlijke stoffen te koelen en eventuele gifwolken neer te slaan. Neerslaan wil zeggen dat de brandweer een wolk vernevelt met water, waardoor ze zwaarder wordt en zakt in plaats van woonwijken indrijft”, vertelt Graansma. Naast de brandweer deden andere diensten mee aan de test en dat waardeert Graansma. “We hebben vastgesteld dat één sloot te veel bagger bevat, wat ik meteen terugkoppelde naar de beheerder, de gemeente. Met onze feedback kan de gemeente nu snel aan de slag door bijvoorbeeld vaker te baggeren.”

Meer samenwerking tussen hulpdiensten
Graansma is blij met de gezamenlijke oefening en hij krijg bijval van Aart de Ruiter, officier van dienst bij ProRail. “Uit de oefening blijkt dat we elkaar keihard nodig hebben. Verder merkten we dat we meer moeten baggeren en vaker waterwinningstesten moeten doen.” De oefening met meerdere (hulp)diensten past bij de onlangs getekende overeenkomst om nauwer te gaan samenwerken. Daarbij willen de bedrijfsbrandweer van ProRail en de regionale brandweer samen mensen opleiden en meer kennis delen over spoorincidenten. Zo streven beide hulpdiensten naar een effectievere inzet van mens en materieel. Verder hebben ProRail en de veiligheidsregio drie schuimblusvoertuigen besteld. De nieuwe voertuigen zijn sneller, wendbaarder en duurzamer dan een doorsnee brandweerauto.

Nasleep brand rangeerterrein Kijfhoek
De spoorveiligheid ligt onder een vergrootglas sinds de grote brand op rangeerterrein Kijfhoek in 2011. De brandweer probeerde eerst de brand met een schuimdeken van twintig ton te blussen. Nadat die poging mislukte, liet de brandweer nog eens tien ton schuim overkomen, maar uiteindelijk bleek dat niet nodig. De brand vormde aanleiding om meer aandacht aan de spoorveiligheid te besteden. Zo krijgt de Zwijndrechtse gemeenteraad elke twee maanden een informatiebrief met onder meer een incidentenlogboek van Kijfhoek. Uit het logboek blijkt dat er geen gevaarlijke incidenten hebben plaatsgevonden, behalve een ontsporende wagon in juni 2021. “Maar nadat de machinist het voorval constateerde, heeft hij de trein direct gestopt en gevaarzetting voorkomen”, meldt het logboek. Het spoor in onze regio lijkt dus veilig, al blijft alertheid nodig bij treinbestuurders, hulpdiensten en overheden.

Tekst en foto: Jan-Willem Schneider