
Waar Zwijndrecht bekend om stond
AlgemeenTot aan de jaren vijftig stond de Zwijndrechtse Waard bekend als een belangrijk tuinbouwgebied in Nederland. Al in de achttiende eeuw werden de ‘vruchtbaarheid van zijnen grond’ en de ‘overheerlijke moestuinen’ bewierookt door verschillende schrijvers, die langs ons woongebied reisden. In de negentiende eeuw breidde de tuinbouw zich verder uit door de groei van steden als Rotterdam en Dordrecht en door een stijgende export naar het buitenland. Niet alleen de tuinbouw profiteerde hiervan, maar ook allerlei nevenberoepen zoals inmakerijen, zaadbedrijven, wagenmakers, transporteurs en kistenmakers. De tuinbouw was verreweg de belangrijkste bron van inkomsten in deze omstreken.
“Ook de aardbeien waren erg gewild, vooral bij de Duitsers”
Wellicht de bekendste producten waren de Zwijndrechtse zilveruitjes, die zelfs ver buiten Nederland gretig aftrek vonden. Deze uien werden geïmporteerd uit Noord-Brabant en vervolgens hier bewerkt. Het schoonmaken ervan was zeer arbeidsintensief. Hiervoor werd de Zwijndrechtse bevolking dan ook regelmatig ingeschakeld. Hele gezinnen zaten in het oogstseizoen grote delen van de dag sjalotten schoon te maken voor een extra zakcentje. Andere groenten, fruit en overige landbouwproducten uit deze contreien genoten ook landelijke bekendheid. Het ging hierbij bijvoorbeeld om de vroege paarspit- en blauwpitaardappelen, aardbeien, pruimen, penen en wortelen, kroten, (wijn)peren, bloemkolen, andijvie, tuinbonen, komkommers en boerenkolen.
Sommige tuinders genoten met hun producten veel aanzien. Zo waren de Zoutewelle (stoof)peren, van boer Jan Zoutewelle, in den lande zeer gewild. Ook de aardbeien waren in trek, vooral bij de Duitsers. In de jaren twintig en dertig werden in sommige jaren wel 250 wagons vol aardbeien richting de oosterburen gestuurd. Duitse importeurs kwamen zelfs naar Zwijndrecht om daar op de veiling de beste aardbeien uit te kiezen. Zij sliepen dan in hotel “Het Witte Paard”. Ook met de teelt van aardappelen viel een goede boterham te verdienen. Vooral de vroege paarspitaardappel, een soort die we vandaag de dag niet meer tegenkomen, was van goede kwaliteit. Tuinders boden de aardappelen dagelijks in kleine aantallen aan, zodat de vraag groot bleef en het aanbod gering. Hierdoor kregen de tuinders mooie bedragen voor hun producten. De Zwijndrechtse penen waren eveneens beroemd. Zij werden in grote hoeveelheden opgekocht door exporteurs, terwijl zij nog koud in de grond (of onder platglas) stonden. Dat maakte de verkoop voor tuinders erg onvoorspelbaar, want zij wisten nooit of zij het juiste bedrag hadden gevraagd of dat zij zich in de vingers hadden gesneden.
Tegenwoordig is er nog waar weinig wat aan deze tijden herinnert. Sommige Zwijndrechtse straten zijn vernoemd naar vroegere tuinderijen of naar de beroepen die gerelateerd waren aan de groente- en fruitteelt. In de tuin van de Vergulde Swaen is nog een échte Zoutewelle perenboom aanwezig. Om het jaar groeien hier vele sappige peren aan. Bij iedere hap word je weer even meegenomen naar de gouden tijden van de land- en tuinbouw in onze gemeente.
Tekst: Maurice de Jongh




