Het mannetje merel is zwart gekleurd, met ene opvallende oranjegele snavel. Fotograaf: Rutger Plaisier
Het mannetje merel is zwart gekleurd, met ene opvallende oranjegele snavel. Fotograaf: Rutger Plaisier Foto: Rutger Plaisier

Het jaar van de merel

Algemeen

Door verschillende natuurorganisaties wordt elk jaar een soort uitgelicht die meer aandacht verdient. Dit jaar is dat de merel, een soort die overal wel in Ambacht en Zwijndrecht wel te vinden zal zijn. 

Meestal zal je merels zien als ze rustig op het gras huppen, op zoek naar wormen die ze vaak met veel gemak uit de grasmat weten te trekken. De mannetjes zijn gitzwart gekleurd met een opvallend, oranje snavel, terwijl de vrouwtjes wat saaier en onopvallender bruin gekleurd zijn. De vrouwtjes broeden immers de eieren uit en moeten zodoende zomin mogelijk opvallen in de struiken. Bij mij in de tuin zit ook alweer een merel op de eitjes sinds een weekje, en je moet dan ook echt goed kijken om het nest en het vrouwtje te ontdekken, ook al zit er nog nauwelijks blad aan de struiken. Het mannetje is overigens druk met het verjagen van alle ongewenste indringers, zodat ze beiden zo hun taak hebben.

Maar een broedende merel in de tuin was vroeger helemaal niet zo gebruikelijker. De soorten stond bekend als een schuwe bosvogel, maar hij wist zich aan te passen aan de snel groeiende menselijke omgeving. Dat gaat zelfs zover dat in steden waar veel herrie en licht is, merels bijvoorbeeld eerder beginnen met zingen om zo nog boven de herrie uit te komen, vergeleken met een meer rustige omgeving.

Met uitzonderingen van bewoners van nieuwere wijken waar weinig groen te vinden is, zoals De Volgerlanden, zullen de meeste lezers wel elke ochtend een merel horen. Bij voorkeur zingen ze vroeg, meestal rond een uur voor zonsopkomst, als veel andere vogels nog niet actief zijn. Een dichte struik om in te broeden en gras in de buurt voor voedsel is meestal genoeg voor een paartje om hun jongen groot te kunnen brengen. Ondanks dat de eisen die ze stellen aan hun omgeving laag zijn, is de afgelopen jaren is het aantal merels in Nederland sterk achteruitgegaan. De belangrijkste verklaring voor de harde achteruitgang (die ongeveer in 2016 begon) was het zogenaamde Usutu-virus. Een virus waar met name merels vatbaar voor bleken en waardoor dus veel merels verdwenen. Door de achteruitgang bleek echter dat we heel veel nog niet goed weten van merels, ondanks dat ze dus dichtbij mensen leven.

Mogelijk zijn er ook nog andere factoren die er voor zorgen dat het slecht gaat met merels. De tuinen worden bijvoorbeeld steeds minder groen, waardoor er minder ruimte is voor merels om te nestelen en voedsel te vinden. Ook kunnen katten, die helaas nog steeds veel rondlopen en vele vogels vangen, een probleem zijn voor jonge merels. Maar ook vogels, met name eksters, lusten weleens een mereltje. Kortom, reden genoeg om meer aandacht aan de merel te geven, en daar kan u ook wat in betekenen. Kijk op https://www.sovon.nl/nl/content/jaar-van-de-merel voor meer informatie over wat u kan bijdragen aan het onderzoek van merels.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com

Foto: Rutger Plaisier