Een graszanger zit al een week te zingen in de Crezéepolder. Foto: Rutger Plaisier
Een graszanger zit al een week te zingen in de Crezéepolder. Foto: Rutger Plaisier Foto: Rutger Plaisier

Graszanger in de Crezéepolder

Algemeen

Sinds een klein weekje kan de bezoeker in de Crezéepolder worden verrast door een klein vogeltje, dat al stuiterend in de lucht een continu ‘tsip tsip’ laat horen. Menig wandelaar zal het vogeltje misschien niet eens opvallen, maar een oplettende vogelaar had gelijk door dat het een graszanger was. Een zeldzaamheid in onze regio, waarvan er voor het laatst eentje in 2016 opdook. Graszangers zijn kleine vogeltjes met een opvallend kort staartje. Ze leven meestal verborgen in het gras, maar ook als ze zich laten zien vallen ze slecht op door hun bruine bovendelen met donkere strepen. De toppen van de staart zijn wel opvallend zwart-wit, die spreiden de mannetjes tijdens de zangvluchten.

Ondanks dat de graszanger in Ambacht en Zwijndrecht een zeldzaamheid is, is het wereldwijd een zeer algemene vogel. De soort broedt, zoals de naam al zegt, in hoge grassen, en komt zo voor op steppes, ruigtes en graslanden tot in Noord-Australië. De wereldwijde populatie wordt geschat op tientallen miljoenen van deze kleine vogeltjes van zo’n 10 cm. In Europa is het met name een soort van de zuidelijkere, warmere helft, die in de jaren ’80 een opmars maakten in het noorden. Met name in Zeeland broedden toen ruim 100 paartjes, maar na enkele strenge winters verdwenen ze bijna volledig. Dat is namelijk het probleem met graszangers, ze kunnen slecht tegen de kou en trekken in de winter niet weg naar warmere oorden.

Ook recent resulteerde dat weer in een afname. Nadat de aantallen weer toenamen begin 2000, namen de aantallen na de koude winters rond 2010 direct weer af. Sindsdien kwam de soort vrijwel alleen in Zeeuws-Vlaanderen voor, maar nu lijkt er weer wat schot in de zaak te zitten. Op plaatsen door het hele land duiken opeens weer zingende mannetjes op. In veel gevallen zijn dit waarschijnlijk vogels die dit jaar zijn geboren. Van het beestje in de Crezéepolder weten we dat in ieder geval zeker, want dat is vast gesteld op basis van de tekening en slijtage van het verenkleed. Ergens ten zuiden van ons, dat kan in Nederland zijn maar ook verder in Frankrijk, is die dit jaar dus uit een klein eitje gekropen. Na binnen zo’n 3 weken groot gebracht te zijn, is die op ontdekkingspad gegaan. Dit exemplaar heeft, misschien voortgestuwd door de warme, zuidelijke stroming, een noordelijke koers aangehouden. In de Crezéepolder trof hij een geschikt broedgebied en daar is hij nu al dagen volop aan het zingen. In tegenstelling dus tot alle andere vogels, die nu gestopt zijn met zingen en zich klaar maken voor de najaarstrek. Graszangers trekken in de winter niet weg, dus op deze manier zijn ze mogelijk al een inspectie aan het doen voor het volgende broedseizoen. De kans is aanwezig dat hij dus de hele winter blijft om volgend jaar hier dan te gaan broeden. Niet geheel onbelangrijk is dat er dan ook precies een vrouwtje langs moet komen én dat de winter niet streng wordt. Afwachten dus of deze kleine zanger het de komende maanden uit gaat houden!