Oostendamse sluis
Oostendamse sluis

Ludiek geschut in de “Waalse” sluis

Kunst en cultuur

Oostendam is een rustige wijk. Toch was vroeger in Oostendam wel reuring, vooral bij de “Waalse sluis” die in 1946 werd gesloten. Rond 1900 heerste bij deze sluis drukte door de vlasteelt en door de recreatieve vaart. Een journalist van de Dordrechtsche Courant maakte op 27 juli 1897 hierover twee verslagen, waarbij hij ook duidelijk een mening had.

Duitse ‘toeristen’ geschut
Het eerste verslag betrof het bezoek van enkele Duitse ‘toeristen’ aan de Waal. Ze zaten in twee ‘gieken’ (smalle roeiboten), elk bemand met stuurman en vier roeiers. Om van de Noord in de Waal te komen, moesten de boten geschut worden. Dat gebeurde in de schutkolk van Oostendam die overbrugd en nauwelijks verlicht was.
Tijdens het schutten hoorden de Oostendammers vreemde geluiden. De verslaggever schreef hierover: “Weldra hoorde de bevolking van Oostendam, die gewoonlijk op de brug was samengestroomd, een geweldig leven dat de heren daar onder de brug maakten. De Oostendammers maakten daaruit op, dat er vreugde in de duisternis daar beneden heerste, hoewel zij de woorden niet konden verstaan: de heren waren Duitsers, waarschijnlijk uit Rotterdam.”

Een grote dobber
Maar wat gebeurde werkelijk? De journalist kon in zijn bewoordingen diens verbazing en pret niet verbergen. “Na het schutten verwachtte ieder nu de schuitjes met de roeiers er uit te zien schieten. Maar helaas…. Tien hoofden dobberden langs de beide gieken naar buiten. Bovendien dobberden er slidings [roeibankjes], riemen en ander wrakhout...” De verslaggever concludeerde dat “de heren in de duisternis schipbreuk hadden geleden, vermoedelijk omdat zij er niet op rekende dat het waterniveau in de kolk nogal flink zou stijgen.”
Maar: eind goed, al goed. “Vriendelijk werden de drenkelingen in een nabijgelegen koffiehuis opgenomen, waar zij hun natte kleren konden laten drogen. Enig verder letsel hadden de schipbreukelingen niet.”

Opschudding door drie dames
Op diezelfde dag werd een andere boot met drie dames geschut. Voor het zo ver was, stapten ze uit de boot, blijkbaar bang dat ze ook schipbreuk zouden leiden. Maar het schutten verliep vlot, want de boot verliet de schutskolk “zonder dat de gewone betuigingen van kannibalisme door de Oostendammers uit de hoogte op de roeiers neergeworpen werden.” Blijkbaar had de Oostendamse jeugd de gewoonte om de roeiers en passagiers van bovenaf te bekogelen met allerlei voorwerpen…
De jeugdigen hadden echter een ander plan. Toen het bootje aanmeerde om de drie dames aan boord te krijgen, begonnen “enige lummels van 17 op de menigte in te dringen, met het kennelijke doel de meisjes in het water te duwen.”

Advies: voorbeeldig straffen
Dit gebeurde niet, maar de verslaggever gaf wel een stevig advies: “Het loont de moeite om bij een volgende gelegenheid een proces-verbaal op te maken en hen voorbeeldig te straffen. Anders zou wel spoedig een tochtje op de Waal gevaarlijker kunnen worden dan de vaart door het gebied der Congo-negers.” En: “Er ligt hier een ruim veld ter bearbeiding braak voor eventuele vreemdelingenverkeerverenigingen.” Uitdrukkingen die huidige journalisten niet meer zullen gebruiken!

Willem Schneider