
Mager jaar voor kerkuilen
Kunst en cultuurAfgelopen week kon ik nog twee jonge kerkuilen ringen. Schitterende beestjes, die maar relatief recent zich als broedvogel hier hebben gevestigd. De komst van de kerkuil in onze regio zal zo rond 2010 zijn geweest. Landelijk was de stand enorm achteruitgegaan door strenge winters in de 20ste eeuw, waardoor kerkuilen hard geraakt werden. Ze eten vrijwel uitsluitend muizen, en jagen onder een dik pak sneeuw valt niet mee. Actieve bescherming en het plaatsen van nestkasten heeft de kerkuil waarschijnlijk een extra steuntje in de rug gegeven. In Zwijndrecht zitten nu meerdere broedpaartjes, die vrijwel uitsluitend nestelen in nestkasten (met dank aan de bewoners waar de kasten hangen!). In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, hangen deze kasten uitsluitend in (oud) boerenschuren, en broeden kerkuilen nauwelijks meer in kerken.
Jaarlijks ring ik altijd een paar nesten kerkuilen, waarbij de jongen een ring om de poot krijgen met een unieke code. Dankzij dit ringen is veel informatie bekend geworden over de verspreiding, overleving en verplaatsingen van kerkuilen. Ook meten wij de jongen altijd, zodat ook informatie over de conditie beschikbaar is. Dit jaar zijn er overal relatief weinig jongen, omdat er weinig veldmuizen zijn. Het stapelvoedsel van kerkuilen. Veldmuizen komen altijd voor in pieken, waarbij in de goede jaren uilen ook meer eieren leggen en zo optimaal profiteren. In de mindere jaren moeten ze voor een deel ook overstappen op andere prooien, wat het broedseizoen een stuk lastiger maakt. We vonden bijvoorbeeld de resten van een zanglijster in een nestkast, iets wat je zelden tegenkomt. In hele slechte jaren worden zelfs de jongste uiltjes gevoerd aan de oudste uilskuikens. Het is beter minder, maar gezonde, jongen groot te brengen, dan allemaal zwakke kerkuilen…
De twee jongen die ik afgelopen week kon ringen waren al groot en stonden op het punt om te gaan starten met hun vliegoefeningen. Ze waren al een week of acht oud en de veren waren dus vrijwel uitgegroeid. Als ze ter wereld komen zijn het pure, witte donsballetjes, maar ze groeien snel. Vanaf nu zullen ze een aantal weken oefenen rond de schuur, waarna ze de wijde wereld intrekken om ergens een territorium te kunnen gaan bezetten. Een risicovolle periode, want zeker in onze regio vallen veel jonge kerkuilen dan ten slachtoffer aan het verkeer. De onwetende jongen gaan graag jagen in de bermen (waar veel muizen zitten), maar zijn niet bekend met het gevaar van langsrazende auto’s en vrachtwagens. Ongeveer de helft van de jonge vogels wordt daarmee niet ouder dan een jaar, en meestal eindigt het leven op de vluchtstrook.
Als kerkuilen deze kritieke periode overleven, vestigen ze zich vaak in de buurt van het ouderlijk nest. Het gaat tegenwoordig zo goed met de soort, dat alle nestkasten ‘vol’ zitten en de territoria zijn gevuld. De jonge dieren hebben dus geen andere keuze dan wat rond te zwerven in de hoop dat één van de volwassen dieren wegvalt. In zo’n geval wordt het wegvallende exemplaar, altijd met een hoop stampij en geruzie onder de ‘jeugd’, direct weer aangevuld.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com





