Afbeelding

Hoe ’t Ambacht een vormingscentrum kreeg én weer verloor

Kunst en cultuur

Soms duikt een stukje geschiedenis op waarvan weinig mensen meer wisten dat het ooit bestond. Zo ging het ook met de lagere landbouwschool, die Ambacht in de jaren vijftig en zestig kende. Geen groot gebouw of campus, maar wel een plek waar jonge boeren hun eerste stappen zetten richting een modernere landbouwpraktijk. In een tijd waarin het boerenbedrijf snel veranderde, bood deze school jongeren de kans om kennis op te doen die hun toekomst bepaalde.

Landbouw verandert snel
In de jaren vijftig veranderde het boerenbedrijf ingrijpend. De bedrijfsvoering werd complexer en de vanzelfsprekende opvolging binnen het familiebedrijf stond onder druk. Landbouworganisaties drongen aan op scholing, en ook in Ambacht groeide het besef dat jonge boeren nieuwe kennis nodig hadden. De school richtte zich op jongens vanaf de zevende klas van de lagere school. Omdat zij nog leerplichtig waren, kregen ze in het eerste jaar meerdere dagen per week les; in het derde jaar nog één dag. Het onderwijs bestond uit theorievakken zoals landbouwkunde, bodemleer en bedrijfsvoering, met praktische technieklessen en vorming. De school werd dan ook nadrukkelijk een “vormingscentrum voor jonge boeren” genoemd.

Gemeente: motor achter plannen
Het gemeentebestuur speelde een cruciale rol bij de totstandkoming van de school. Burgemeester Bax en wethouders zagen dat professionalisering noodzakelijk was en steunden de plannen. Voor de uitvoering werd een Commissie van Toezicht voor de Lagere Landbouwschool opgericht. Hoewel het gemeentebestuur die ambitie deelde, bleef een nieuw schoolgebouw uiteindelijk bij plannen op papier door de latere centralisatie van het landbouwonderwijs. Toch was de bestuurlijke steun essentieel: zonder de gemeente was de school er nooit gekomen.

Van Hoogstraat naar Dorpsstraat
Tijdens een openingsbijeenkomst in november 1954 benadrukte C. Dekker, voorzitter van de Commissie van Toezicht, dat de school slechts voorlopig in een bestaand lokaal was ondergebracht en dat een eigen gebouw wenselijk was. Theoretisch onderwijs vond plaats in Gemeenteschool nr. 3 aan de Hoogstraat. In 1957 telde de school 34 leerlingen, een aanzienlijk aantal voor een dorp dat toen nog grotendeels agrarisch was. Rond 1960 verhuisde het theoretisch onderwijs naar de ‘Vakteekenschool’ aan de Kerkstraat (zie foto), onder leiding van directeur J. Werner.

Van Helden: docent van de praktijk
De praktijklessen kregen een bijzonder karakter. Voor algemene techniek werd gebruikgemaakt van de schuur van een oude boerderij aan de Dorpsstraat, tegenover schoenmaker Flach. De boerderij was toen al geen echte boerderij meer; het woonhuis was verhuurd en de schuur stond leeg. Vanaf 1961/1962 gaf de Ambachter J.P. van Helden hier op zaterdagochtend les, naast zijn werk bij Jonker & Stans. Via via was hij door directeur Werner benaderd. Zijn lessen, gegeven tussen oude werktuigen en de geur van olie en hout, vormden voor veel jongens het hart van hun opleiding.

Regionaal knooppunt, langzaam verdwijnend
De Ambachtse landbouwschool fungeerde bovendien als regionaal centrum. Via Ambacht konden leerlingen zich aanmelden voor aanvullende cursussen, zoals de melkcursus in Barendrecht–Rhoon. Maar in de jaren zestig veranderde het onderwijslandschap. Rond 1965 hield de Ambachtse landbouwschool daarom op te bestaan en verhuisde de opleiding naar Dordrecht.

Kleine school met een groot hart
Wat blijft, is het besef dat Ambacht ooit een eigen landbouwschool had: klein, praktisch en gedragen door het gemeentebestuur én door betrokken dorpsbewoners. Dankzij verhalen van onder meer de familie Van Helden weten we dat deze school meer was dan een opleiding. Het was een plek waar Ambachtse jongens gevormd werden door Ambachtse mensen, een stukje lokale geschiedenis dat verdient om herinnerd te blijven.

Willem Schneider