
Kruisbekken zoekend naar dennenappels
LokaalDe laatste weken worden weer regelmatig overvliegende kruisbekken waargenomen boven onze regio. Kruisbekken zijn forse vinkachtigen, de mannetjes rood gekleurd en de vrouwtjes wat meer groengelig. Hun naam hebben ze te danken aan hun onder- en bovensnavel die gekruist zijn. Met deze gekruiste snavel zijn ze in staat om bij hun voedselbron te komen: zaden van dennenappels.
Kruisbekken zijn dan ook vrijwel volledig afhankelijk van naaldbomen, zoals grove den en fijnspar. Soorten die hier niet voorkomen, hoor ik u zeggen, dus wat doen ze hier dan? Dat is bij kruisbekken een interessant verhaal, want in tegenstelling tot de meeste andere soorten broeden ze vroeg in het jaar. Meestal worden half februari de eerste eieren gelegd, wat ze doen in naaldbossen zoals op de Veluwe en in Noord-Brabant. Ze leggen de eieren zo vroeg in het jaar, omdat in maart-april de piek is van de zaadzetting van grove dennen. Als de kuikens dus uit het ei komen, is er precies volop voedsel beschikbaar in de vorm van dennenzaden die ze hun jongen kunnen voeren. Zodoende zijn in juni de jongen uit het nest gevlogen, maar op dat moment zijn de zaden van de grove den meestal ook op de grond gevallen.
Kruisbekken kunnen geen zaden van de grond eten, ze moeten de zaden met hun snavel uit een dennenappel halen. Op het moment dat de dennenappels door de toegenomen temperatuur hun zaden hebben laten vallen, moeten ze dus op zoek naar voedsel elders. Dat is dan ook de reden dat in juni vaak overtrekkende groepjes kruisbekken kunnen worden opgemerkt. Ook bij ons in de regio, ondanks dat er geen dennenappel te vinden is. Deze groepen zijn op zoek naar geschikte dennenbossen met voldoende zaad beschikbaar, wat ook andere soorten als fijnspar kunnen zijn. Op het moment dat ze bossen tegenkomen met voldoende zaden, kunnen ze zelfs in juni weer een nieuw nest beginnen.
Om kruisbekken op te merken moet je overigens wel scherp van gehoor zijn. Als ze overvliegen maken ze een onopvallend ‘kuub-kuub’ geluid. Omdat hier geen naaldbomen te vinden zijn, zitten ze eigenlijk nooit ter plaatse. Een enkele keer is een kruisbek opgemerkt in een conifeer in een achtertuin, maar als ze dan tot de ontdekking waren gekomen dat er geen voedsel beschikbaar was, verdwenen ze weer snel.
Na de binnenkomst van kruisbekken in juni, komen in het najaar ook weer veel kruisbekken uit Scandinavië deze kant op. In het ene jaar is daar meer zaad beschikbaar dan in het andere jaar, waardoor het aantal kruisbekken wat hier aankomt aanzienlijk verschilt. Wanneer het een goed jaar was in het noorden komen er relatief veel kruisbekken hierheen. In het jaar daaropvolgend is het aantal kruisbekken wat in Nederland gaat broeden weer hoog, omdat in het noorden dan vaak weer minder zaad beschikbaar zijn. Zo laten de kruisbekken zich al zwervend door Europa bepalen door het beschikbare zaad en kunnen we hier ook af en toe wat kruisbekken zien, ondanks dat we geen naaldbomen hebben.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com




