
Hondsblij
LokaalDe afschaffing van hondenbelasting is actueel, vroeger was het ook een probleem. Zo’n afschaffing verlichtte de taken bij de vroegere handhavers (nachtwaker of klepperman). Ze waren dan hondsblij, want ze hadden meer te doen. Hieronder twee voorbeelden.
Ontsnapte militair opgepakt
Op 22 mei 1890 brachten de Ambachtse nachtwaker en veldwachter een “gedeserteerde veldartillerist” naar Dordrecht. De Officier van Justitie zou hem berechten omdat hij een paard had gestolen. Echter: “Terwijl de veldwachter den Officier waarschuwde, zou de nachtwaker op den arrestant passen. Maar deze wist zich spoedig voor eene noodzakelijke behoefte aan het oog zijns bewakers te onttrekken. Toen de veldwachter terug kwam, was de vogel gevlogen. Hij wist niet beter te doen, dan bedaard met zijn collega huiswaarts te keeren. Op verzoek der justitie nam toen echter onze politie de taak op zich den vlugteling op te sporen. Spoedig ontdekten ze dat deze zich bij de Toulonschelaan ophield,” verhaalde de krant. De afloop? “Het was niet gemakkelijk den jongeman te vangen, want de duisternis begunstigde zijne vlugt. Na nu eens onder een varkenshok dan weder in een secreet gekropen te zijn, werd hij gegrepen.” De Ambachtse nachtwaker was dus blij!
Belediging nachtwaker
Een caféhouder uit Hillegersberg riep op 7 Augustus 1911 tegen de Ambachtse nachtwaker Willem Groenendijk: „leelijke boerenhond.” De voormalige Ambachtse burgemeester W. Spoor had Groenendijk opdracht gegeven “te letten op een paard en rijtuig, waar de beklaagde inzat, omdat er zoo wild werd gereden. Kort daarop werd de beleediging geuit en getuige Spoor hoorde dit. Tegen beklaagde, die ongunstig bekend schijnt te staan, werd geëischt 8 dagen gevangenisstraf,” schreef de krant. Ook deze nachtwaker was dus hondsblij.
Ambachts verzet
Dan kom ik bij de hondenbelasting. Ambacht kent deze al lange tijd. Zo stelde de gemeenteraad in juli 1897 de hoogte ervan vast: de opbrengst werd begroot op 195 gulden! Maar veel Ambachters, die een hondenkar met een trekhond hadden, betaalden deze belasting niet. Zo las ik dat in juli 1910 en juni 1912 de Dordste rechtbank hen hiervoor strafte. Ze kregen vijf gulden boete of één dag gevangenisstraf. In 1913: vijf gulden of vijf(!) dagen “zitten.”
Historisch voorbeeld
Gelukkig zijn er historische voorbeelden waar gemeenten de hondenbelasting afschaften. Bijvoorbeeld: Den Bosch. In 1804 kwam het gemeentebestuur met een hondenbelasting. De opbrengst was voor het “Geefhuis, een instelling voor armenverzorging ter plaatse.” Elke hond droeg dan een penning, die drie gulden kostte. Veel burgers verzetten zich ertegen. Het bestuur was onvermurwbaar: veel honden werden omgebracht, omdat hun baas dit geld niet kon/wilde betalen. “Menig ‘penningloos’ dier werd afgemaakt,” aldus de krant. In 1810 kwamen nieuwe gemeenteraadsleden en ze schaften deze belasting af.
Hondsblij
Gevolg? Een hondsblije “dankbetuiging”:
“Heb dank, o Wijze Raad,
Dat gij ons weer de vrijheid laat,
Om zonder penning rond te loopen;
Dat ding hield velen bekneld,
En mening kameraad wierd neergeveld.
Moest ‘t met den dood bekoopen.
Nu houden wij bij dag en nagt
Steeds trouw voor deze stad de wagt
Dan kan een dronken klepperman
Zich wat meer rust verschaffen;
Nu zullen we met Paasschen aan de dienderschaar
Een hondenfooitje geven.
Geen hond, die op een fooitje ziet,
Als men ons vrij laat leven.”
Willem Schneider




