Boomklevers zijn een opvallende verschijning in oude bossen, maar in onze regio nog uiterst schaars.
Boomklevers zijn een opvallende verschijning in oude bossen, maar in onze regio nog uiterst schaars.

Boomklever: soort van de toekomst?

Lokaal

In een willekeurig bos op de Veluwe of in Noord-Brabant is in deze tijd van het jaar de zang van boomklevers niet van de lucht. De mannetjes proberen met luide fluittonen en helder trillers de vrouwtjes te versieren, en ze bakenen met hun luide zang hun territorium af. Op grote afstand zijn ze vaak al op te merken dankzij hun soort van stuiterende roepjes en ook hoge piep-tonen. Ze kunnen wat dat betreft een scala aan geluiden in de strijd gooien. Daarnaast zijn boomklevers ook nog een ware lust voor het oog. Met hun kenmerkende blauwe mantel, kop en staart en juist oranje borst en buiken, vallen ze toch wel op. Door het oog loopt een kenmerkende, zwarte streep.

Boomklevers zijn dankzij hun verenkleed makkelijk te onderscheiden van de veel algemenere boomkruiper. Boomkruipers zijn kleiner, hebben een witte buik en een volledig bruine rug. Beide soorten bewegen zich echter met name langs de stam, op zoek naar spinnetjes en andere beestjes die zich tussen de schors verstoppen. Doordat allebei langs de stam kruipen, treedt nogal eens verwarring op. Een veel genoemd verschil is dat boomkruipers altijd omhoog langs de stam kruipen. Ze hebben een stevige staart die de vogel strak tegen de stam aandrukt, terwijl boomklevers veel vrijer langs de stam bewegen. Vaak kruipen boomklevers dus ook omlaag langs de stam, iets wat je een boomkruiper nooit zal zien doen.

Deze prachtige bosvogel is echter in onze regio nog tamelijk zeldzaam. Boomklevers houden van oude loofbossen, die hier nog maar weinig te vinden zijn. Alleen in het Develpark in Zwijndrecht broeden ze onregelmatig en het Donckse Bos in Ridderkerk is een bekende broedplaats. Boomklevers zijn echte holenbroeders, die graag een oud nest van een grote bonte specht gebruiken om in te nestelen. Deze gaten zijn altijd groter dan voor een boomklever noodzakelijk is, zodat ze de opening op het juiste formaat maken door hem keurig dicht te metselen met klei. Overigens hebben ze dan weer de merkwaardige eigenschap dat ze, ook al hebben ze een holte met de geschikte grote, in de omgeving alsnog in een holte gaan metselen. Je zou denken dat ze daar dan gewoon lol in hebben, alhoewel de kans groot is dat het tot nut is wat wij niet weten…

Op termijn is het aannemelijk dat het aantal boomklevers in de regio wel zal toen nemen. Relatief recent zijn bossen aangelegd, zoals het Develbos, Waalbos en Sandelingen-Ambacht, waar toch wel wat hectares aan loofbos staan. Ook de meeste parken zijn hier nog relatief jong te noemen, terwijl in oudere parken elders vaak boomklevers te vinden zijn. Als wij het bos en de parken hier de kans geven om oud te worden, is het aannemelijk dat we hier in de toekomst ook van boomklevers kunnen genieten. Ook elders in Nederland is gebleken dat bij het ouder worden van bossen, boomklevers verschijnen. Het aantal boomklevers is in Nederland zo sinds 1985 minstens verdubbeld, omdat veel bossen verouderen en geschikt worden voor deze fraaie bosvogel.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com