
Peppel
LokaalIk wil een lans breken voor de populier. En ik ben niet de enige: steeds vaker hoor ik voorzichtig positieve geluiden over het nut en de schoonheid van deze boom die onlosmakelijk is verbonden met ons Hollandse landschap. Je (her)kent hem zelf waarschijnlijk ook: met zijn eindeloze rijen langs wegen en kanalen vormt hij de groene ruggengraat van Nederland. Ik zet inderdaad hoog in want deze snelgroeier onder de bomen verdient waardering. Nog te vaak koppen de krantenartikelen weinig goeds over de populier: kap uit angst voor takbreuk en waaibomenhout. Zelfs mijn vader moet de populier niet: als fervent klompendrager loopt hij liever op klompen gemaakt van wilgenhout. “Want die lopen een stuk lekkerder dan die van populier”, aldus mijn vader. Kortom, tijd voor een ander geluid.
We kennen in Nederland twee - of drie - inheemse populieren: de zwarte populier en de ratelpopulier. Over de twijfelachtige derde, de witte abeel, zijn de meningen verdeeld of deze tot de Nederlandse flora gerekend mag worden. Afijn, er zijn in elk geval meer dan genoeg redenen om ze te koesteren. Zomaar een greep uit die lange lijst: meer dan 50 soorten vogels vinden hierin een plek om te broedden; ontelbaar veel insecten wonen in en om de populier en meer dan 10 soorten paddenstoelen zijn volledig afhankelijk van peppels zoals ze in de volksmond ook wel worden genoemd. Dankzij zijn snelle groei ontstaat er bovendien onder een populier heel snel een aangenaam klimaat. Tel daarbij op dat de kroon relatief veel licht doorlaat, het blad gemakkelijk verteerd en je hebt een uitstekende voedingsbodem voor allerlei struiken en kruiden. Waar vervolgens weer veel dieren voedsel vinden of een schuilplek. Zie hier de onlosmakelijkheid van de natuur.
Persoonlijk houd ik ook gewoon van de populier om een veel eenvoudigere reden en wordt al blij wanneer ik de wind de bladeren zachtjes laat ‘ratelen’.




