
‘t Kleinste zoogdier langs de Devel
LokaalOver sommige soortgroepen is veel meer bekend dan over andere. Vogels zijn wellicht de best onderzochte soorten in Nederland, wat natuurlijk ook niet verwonderlijk is gezien het algemene voorkomen en de goede zichtbaarheid. Je hoort en ziet ze immers overal om je heen. Bij muizen is dat alweer heel anders. Deze kleine beestjes leiden een verborgen bestaan en zijn veel ’s nachts actief. Niet verwonderlijk ook, omdat het gewilde prooien zijn voor roofvogels, uilen en allerlei andere roofdieren. Overigens zorgt die gewildheid onder roofvogels wel tot een makkelijk onderzoeksmethode over het voorkomen van muizen. Een veel toegepaste manier is het uitpluizen van braakballen van kerkuilen. De delen van prooien die ze niet kunnen verteren, braken alle uilen uit in zogenaamde braakballen. Dit zijn veelal ballen die bestaan uit haren en botten. Aan de hand van de botjes is het echter goed mogelijk om muizensoorten te determineren, zodat je inzichtelijk kan maken welke muizen in de omgeving voorkomen.
Wil je echt weten welke muizen waar in een gebied voorkomen, dan is het ook mogelijk om muizenonderzoek in het veld te doen. Afgelopen najaar hebben we zo onderzoek gedaan in de rietkragen langs de Devel, in Zwijndrecht. Deze rietruigtes vormen een geschikt leefgebied voor muizen en zouden bovendien ook het leefgebied kunnen vormen van zeldzame soorten, zoals de waterspitsmuis. Het muizenonderzoek leverde geen gehoopte zeldzame soorten op, maar aangenaam was wel de verrassing dat dwergspitsmuis heel algemeen voorkomt in deze rijkbegroeide oevers.
Dwergspitsmuis is met ca. 4 gram het kleinste zoogdier wat in Nederland leeft. Ze meten slechts enkele centimeters en zijn bruin en grijs, met een opvallend lange, behaarde staart. Net als de andere spitsmuizen zijn ze goed te herkennen aan de lange, spits snuit, waarmee ze een uitstekend reukvermogen hebben om hun prooien op te sporen. Dwergspitsmuizen eten insecten en allerlei andere ongewervelden, zoals kevers, spinnen, slakken en sprinkhanen. Dat eten moeten ze vrijwel continue doen, omdat ze een snelle stofwisseling hebben. Elke dag eten ze meer dan 90% van hun eigen lichaamsgewicht en ze kunnen niet langer dan 3 uur zonder voedsel.
Dwergspitsmuizen hebben een voorkeur voor natte moerasgebieden, maar komen ook voor in bossen en droge habitats. Binnen deze terreinen hebben ze allemaal een eigen territorium, die ze fel tegenover soortgenoten kunnen verdedigen. Laag in de vegetatie, meestal op de grond, maken ze een nest van grassprieten in de vorm van een bol. In het voorjaar werpt het vrouwtje daar tussen de vier en acht jongen. Deze jonge muisjes wegen bij de geboorte slechts 0,25 gram. Ongelofelijk weinig dus. Een lang leven is echter niet voor deze spitsmuisjes weggelegd. De meeste overleven niet hun eerste levensjaar, en de spitsmuisjes die dat wel halen worden niet ouder dan 13 tot 16 maanden.
Overigens bleken naast dwergspitsmuis ook dwergmuis, bosmuis, bosspitsmuis en rosse woelmuis in het gebied voor te komen. De overige soorten die bekend zijn uit onze regio, namelijk huismuis, huisspitsmuis, veldmuis en aardmuis zagen we niet. Totaal zijn dus negen muizensoorten bekend in Ambacht en Zwijndrecht.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com




