
Onze Dorpskerk in het begin
LokaalOnze Dorpskerk bestond al vóór de Reformatie in de 16e eeuw, dus werd hij als Rooms Katholieke kerk gebouwd. In of vlak na de tijd dat Hendrik Yden, onze eerste Ambachtsheer, zijn Hofstede bouwde op het terrein ten westen van de Dorpskerk, werd de kerk gebouwd. In 1382 wordt al melding gemaakt van het ambachtsheerlijk recht om een pastoor aan te stellen.
Wanneer iemand de geschiedenis van een parochie begon te beschrijven, begon hij meestal met de woorden: “De eerste pastor na de Reformatie was….” Na de Reformatie, ja; maar we weten wel dat er in de Middeleeuwen ook al altaren, kapellen en vicarieën (zie verderop in de tekst) waren.
Net als in de Grote Kerk in Dordrecht stonden er ook in onze Dorpskerk verschillende altaren. Interessant was het, toen één van onze archiefmedewerkers een rekeningenboek tegenkwam van de Utrechtse Dom met daarin de vermelding van zo’n altaar in onze Dorpskerk.
Archief met informatie
De archieven van de Utrechtse Dom zijn een rijke bron om uit te putten. Daarin zijn de rekeningen van ‘den Officiaal van de Aartsdiakens van den Dom” bewaard gebleven. Die lopen over een belangrijk gedeelte van de Middeleeuwen tot aan de Reformatie, namelijk van de jaren 1405 tot in de 17e eeuw.
In 1914 heeft de heer P.M. Grijpink dit onderzocht en in 7 delen beschreven wat hij daarin vond, zoals u op de foto van het voorblad kan zien.
Wat staat erin?
In het boek van de rekeningen van de Domkerk in Utrecht staat bij 1405 en 1406 dat Hermani de Brandenborch officiatio was in ecclesia (=gemeente) S. Nicolai in Henrixydenambacht. Een officiatio of officiant is een priester die de mis opdraagt en die recht spreekt volgens canoniek recht binnen een bepaald bisdom.
In dit boek wordt ook de vicarieën van de heilige Maagd en St. Antonius genoemd. De vicarie van de Heilige Maagd wordt reeds genoemd in 1405 en in 1414 bevestigde de graaf van Holland de stichting van een vicarie in de parochiekerk door Floris van Kijfhoek. Deze vicarie werd gebonden aan ‘de kapel van het St Antoniusaltaar op Hendrik Idenkerk in Zwijndrecht’ (Ik denk dat hier de Zwijndrechtse Waard bedoeld wordt). Een altaar in de Dorpskerk dus of zoals hij toen nog heette de St Nicolaaskerk.
In 1474 onderging deze vicarie een belangrijke uitbreiding toen de voogden van Aliden (=Aleit) van Kijfhoek ten behoeve van wijlen Floris van Kijfhoek en diens ouders (ter ere van God, Maria en St Anthonis) aan deze vicarie ‘een huysinge en hofstede met eenen boomgaard, geheten der Kerkenhuys’ schonken. Aleit was van 1472 tot 1531 Ambachtsvrouwe van Hendrik-Ido-Ambacht en Schildmanskinderenambacht.
Een vicarie had in de Middeleeuwen een afgezonderd vermogen waarvan de opbrengst bestemd was voor het levensonderhoud van een priester. Hij moest daarvoor aan een bepaald altaar een of meerdere missen opdragen, in gebeden bepaalde personen gedenken en eventueel nog andere, in de stichtingsacte opgedragen, taken uitvoeren.
Als u meer wilt weten over de oorsprong van de Dorpskerk, kunt u ook in het blauwe boekje ‘HENDRIK-IDO-AMBACHT 1332-1982’ terecht.
Alie Tas








