
Open dag op boot asielzoekers
LokaalTekst en foto: Trudy Wehrmeijer
In het kader van Burendag zette ook het asielzoekersschip zijn deuren open. In groepjes konden Ambachters er een kijkje nemen. Misschien dat een passagiersschip voor riviercruises de illusie geeft van luxueus. De werkelijkheid bleek anders.
Op het schip wonen een kleine 200 asielzoekers. Als slaapruimte hebben zij met twee personen een kleine hut, waar krap twee eenpersoons bedden in passen. Een klein badkamertje maakt het geheel compleet. “Dit is echt wel krap”, stelt een bezoeker vast. Vrouwen en mannen zijn in verschillende gangen gehuisvest. Aan boord zijn ook enige hutten voor echtparen. Aan de vrouwenkant laten twee vrouwen uit Somalië (geen familie van elkaar) trots hun keurig opgeruimde slaapkamertje zien. Plaats voor privéspullen is er niet. Aan de mannenkant zijn soortgelijke tweepersoonshutten. De bewoners zitten in de asielprocedure; een aantal heeft ook al een verblijfsvergunning maar wacht nog op huisvesting.
Saai
Het leven aan boord blijkt verder best streng geregeld. Tussen 10.00 uur en 22.00 uur mogen de bewoners bezoek ontvangen, dat zich dan wel eerst netjes moet inschrijven. Privacy is er nauwelijks bij, want dat bezoek mag niet in de eigen slaapruimte maar moet vervolgens plaats vinden in de grote recreatieruimte op en van de hogere dekken. Van 8.00 tot 22.00 uur is er van het COA bewaking aanwezig, die de gang van zaken in de gaten houdt. Daarnaast zijn er altijd medewerkers van het COA aan boord, op wie bewoners een beroep kunnen doen of die helpen kleine conflicten direct op te lossen. “Maar over het algemeen is het bij ons rustig en zijn er geen grote problemen””, zegt woonbegeleider Kubra van het COA. De dagen aan boord zijn vaak saai, al doen vrijwilligers hun best om activititen te bieden.
Nederlandse les
De mensen aan boord mogen pas werken als zij minstens een half jaar in Nederland zijn. Kubra schat dat zo’n 40% van de bewoners dat daadwerkelijk doet. “Mensen willen dat ook vaak. We hebben hier maar een kleine keuken, dus de mensen kunnen niet zelf koken. In plaats daarvan kan men op vastgestelde uren terecht in het restaurant voor ontbijt, lunch en diner. Als leefgeld krijgen de mensen 14,87 per week. Daar moeten ze verder alles, zoals kleding, toiletartikelen en vervoer van betalen, dus bijverdiensten zijn vaak welkom”. Belangrijk is ook de Nederlandse les. Andelruhman (22 jaar) uit Jemen woont nu 1 jaar en 8 maanden op de boot. Deels werkt hij, deels volgt hij de Nederlandse lessen, die docent Nel in een ruimte aan de wal geeft. Zijn droom is zo zijn Nederlands op peil te brengen, zodat hij, als hij een verblijfsvergunning krijgt, kan studeren, liefst iets met AI. “We hebben in de taallessen drie niveaus”, zo legt Nel uit. “In het eerste leren de mensen het alfabet, getallen en kleine woordjes, in het tweede kleine zinnetjes en in het derde is er aandacht voor spelling en grammatica. Per niveau hebben mensen ongeveer een half jaar nodig”. Nasef, een wat oudere man uit Syrië, prijst haar lessen. Hij heeft en verblijfsvergunning gekregen en woont sinds kort in Ambacht. “Ík ben nu Ambachter”, lacht hij trots. Andelruhman heeft nog een lange weg te gaan; hij heeft bijna het eerste niveau afgerond. Hij is vol goede moed “maar Nederlands is moeilijk”, vertelt hij. Naast Nederlands geeft Nel ook schilderles. In haar leslokaal hangen schilderijen die haar bewoners hebben gemaakt. COA-medewerkster Kubra laat zien dat in de ruimtes aan de wal Vluchtelingenwerk regelmatig spreekuur houd, evenals drie maal per week een verpleegkundige en een maal per week een huisarts van het COA. Deze burendag zijn de ruimtes ook open om bezoekers een drankje en een hapje te serveren.
“Interessant om het eens te zien maar ik zou niet graag ruilen”, concludeert een van de bezoekers, voordat hij zich weer netjes gaat afmelden.








