
De darmen van de aarde
AlgemeenZe zijn misschien wel de belangrijkste natuurbeheerders van het land, maar ze houden een nogal verborgen bestaan: regenwormen. We kennen ze allemaal wel, deze glibberige beestjes. Alhoewel, glibberig? Je zou het niet verwachten, maar wormen hebben haartjes. Zonder die haartjes zouden ze slecht door hun gangen kunnen kruipen en naar beneden glibberen, maar dat is dus niet zo. In de kleigrond waar wij op wonen kruipen zomaar een paar honderd wormen per vierkante meter heen en weer. We hebben hier een vruchtbare kleigrond, wat betekent dat er veel voedsel is voor regenwormen. Wormen voeden zich namelijk hoofdzakelijk met bladafval en andere plantenresten. Ze worden ook wel de darmen van de aarde genoemd, omdat ze door het verteren van deze resten juist weer voedingsstoffen in de bodem beschikbaar maken voor planten. Ze zijn daarmee een onmisbaar onderdeel in de natuur.
In Nederland komen zo’n 25 verschillende soorten regenwormen voor. Niet al deze soorten kan je in Ambacht of Zwijndrecht tegenkomen, maar een stuk of 8 soorten in de tuin vinden zou moet kunnen. De wormen die hier voorkomen zijn min of meer op te delen in drie verschillende types. Op het oppervlak komen de kleinste van het stel voor, zogenaamde strooiseleters. Deze verblijven in de strooisellaag (de laag met bladafval op de bodem) en mengen het bladafval met de bodem. Omdat deze wormen ook in aanraking met zonlicht komen zijn ze gekleurd (roodachtig) en je komt deze allicht tegen in de tuin. De tweede groep die je tegen kan komen zijn de bodemeters. Deze eten allerlei plantenresten die al in de bodem zitten. Ten slotte heb je de pendelaars, dit zijn in Nederland de grootste regenwormen. Deze trekken bladeren van boven de grond in en graven diepe, verticale gangen de bodem in.
Deze drie verschillende soorten wormen zijn erg belangrijk voor het verteren van bladafval. Let maar eens op het aantal bladeren op de grond, dat is nu veel lager dan dat het in de herfst was. Veel bladeren zijn door de wormen alweer de grond in getrokken. Dit bladafval verteren de wormen en door hun poep wordt de bodem weer veel vruchtbaarder. Bovendien zorgen ze met hun gangen dat de bodem vruchtbaar is en leeft. Door de gangen komt zuurstof dieper de bodem in, en kunnen ook schimmels en bacteriën op grotere dieptes overleven en verteren. Ook komen voedingsstoffen zo beter bij wortels van bomen en struiken terecht, die op hun beurt zo ook weer profiteren van wormen. Zeker de pendelaars, dus de wormen die bladeren de grond in trekken, zijn nog extra van belang. Door de verticale gangen die zij maken, zorgen ze ook voor een goede waterafvoer en kan het water snel in de bodem zakken. Allemaal stuk voor stuk belangrijke functies van deze ondergewaardeerde groep diertjes.
Ten slotte zijn ze natuurlijk ook nog een belangrijke voedselbron voor menig diersoort. Merels, meeuwen, egels, en nog veel andere soorten houden er een dieet op na waarin wormen een belangrijk onderdeel van uitmaken. Wat dat betreft verdienen deze dieren die er zo onbenullig uitzien wel wat meer waardering, hun werk is onbetaalbaar.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com




