
De toren van de Dorpskerk
HistorieDe Dorpskerk en toren behoren ongetwijfeld tot de bekendste en meest monumentale gebouwen van ons dorp. Tegenwoordig zal het wellicht iets minder zo worden beleefd, maar bij terugkomst van een (verre) vakantie voelde men zich vroeger weer helemaal thuiskomen, wanneer men de toren van de dorpskerk in het oog kreeg.
De toren zelf is vermoedelijk wel het oudste bouwwerk van het dorp. Dat geldt zeker het onderste gedeelte. Het maakte al deel uit van een kerkgebouw dat op die locatie eerder heeft gestaan, vermoedelijk al van voor 1350. Het is aannemelijk dat kort na de (her-)bedijking van de Zwijndrechtse waard in 1331/1332 al met de bouw van het oudste kerkje is begonnen. Dat is ongeveer in dezelfde tijd dat men met de bouw van de Grote Kerk in Dordrecht begon. De onderste twee geledingen (verdiepingen) van de toren maakten deel uit van dit eerste kerkgebouw. Als u voor de toren staat zal het u opvallen dat het onderste deel van de gevel in een andere steensoort is uitgevoerd dan het bovenste deel. In de zestiende eeuw werd het kerkgebouw vervangen door een hoger, breder en langer bouwwerk. De oude toren bleef toen bestaan. Er werd een derde geleding op gezet. Dat is het deel waarin zich het uurwerk en de luidklok bevinden. waarmee het gemetselde deel van de toren ongeveer 17,50 meter werd. Met de torenspits (gemeten t/m het haantje) is de toren ongeveer 29,50 meter hoog.
De huidige bronzen luidklok werd in 1707 door Quirin de Visser gegoten voor de toenmalige Engelse kerk aan het Haringvliet in Rotterdam. De klok is dus meer dan driehonderd jaar oud. Ze heeft een doorsnee van 68 centimeter en weegt 206 kilo. In de klok is een randschrift aangebracht, dat luidt: Gloria in Excelsis Deo. (Ere zij God in de hoge). Tot 1864 heeft de klok in de Engelse kerk dienst gedaan. In 1876 werd deze aangekocht door de Hervormde gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, die op zoek was naar een andere klok omdat de oude gebarsten was. Tijdens de oorlogsjaren leek het erop dat Ambacht zijn klok definitief kwijt zou raken, omdat de Duitsers het materiaal wilden omsmelten voor oorlogsdoeleinden. In plaats dat dit gebeurde belandde het schip dat de klok vervoerde op de bodem van het IJsselmeer. Vermoedelijk was het gebombardeerd. Na de oorlog werd het schip gelicht en belandde de klok na omzwervingen gelukkig toch weer in de toren, waar hij weer regelmatig van zich laat horen.
Zoals dat ook in andere steden en dorpen het geval was is ook in ons dorp in het verleden regelmatig gediscussieerd wie de onderhoudskosten van de toren moest betalen, de kerk of de burgerlijke gemeente. De toren maakt een wezenlijk onderdeel uit van het kerkgebouw, maar de burgerlijke gemeente is er ook mee gebaat, o.a. door het uurwerk dat de tijd aangeeft (vroeger had niet ieder de tijd op zak) en bij klokluiden (o.a. bij alarmering) Bestudering van het gemeentelijk archief wijst uit dat er van geval tot geval naar een praktische oplossing is gezocht.








