De trek van wespendieven is momenteel in volle gang
De trek van wespendieven is momenteel in volle gang Daniël de Jong

Doortrekkende wespendieven

Kunst en cultuur

Augustus en september zijn altijd goede maanden voor de trek van roofvogels. Veel soorten uit Scandinavië en Oost-Europa trekken via Nederland naar zuidelijkere oorden. De afgelopen tijd was er bovendien aardig wat oostenwind, waardoor veel vogels richting Nederland zijn geblazen. Op trek werden dan ook relatief grote aantallen gezien van roodpootvalken, visarenden en wespendieven, en ook in onze regio!

De Crezéepolder en Sophiapolder zijn favoriete plekken voor visarenden om een tussenstop te maken. Bijna dagelijks zijn in deze gebieden jagende visarenden te zien, die al biddend boven het water zoeken naar vissen. Met een snoekduik kunnen ze deze uit het water opvissen, waarna ze naar een rustig plekje vliegen om de vis te verorberen. Een andere roofvogel die doortrekt begin september, is de wespendief. De wespendief lijkt erg op een buizerd, maar is slanker gebouwd met langere vleugels, langere staart en een smalle, uitstekende kop. Op de staart hebben ze altijd drie of vier dwarsbanden en ook op de onderzijde van de vleugels is meestal typische bandering zichtbaar. De kleur van de onderzijde is erg variabel en varieert van licht (vrijwel helemaal wit) tot zeer donker grijs. Op basis van het silhouet en de manier van vliegen zijn ze echter vaak ook al goed te herkennen.

Wespendieven danken hun naam aan het feit dat wespen een belangrijk onderdeel van het menu zijn. Als ze in mei in de broedgebieden arriveren zijn de wespen er nog niet, dus dan bestaat het dieet met name uit kikkers. In de loop van de zomer schakelen ze echter over op wespennesten. Deze zoeken ze al cirkelend hoog vanuit de lucht, of vanaf een uitkijkpost, waarvandaan ze de insecten in de gaten houden. Eenmaal gevonden, graven ze deze nesten uit met hun poten en snavel, op zoek zijn naar de eieren, poppen, honing en larven. Op de poten hebben ze een extra dikke huid en rondom de kop zijn de veren schubachtig, en dus heel sterk. Daardoor kunnen ze niet gestoken worden door de vele wespen die in zo’n geval de roofvogel aanvallen. De raten nemen ze meestal naar hun nest.

In onze regio komt de wespendief niet voor als broedvogel. In Nederland broeden ze met name in grote bossen op de zandgronden, zoals in Brabant en op de Veluwe. Maar ook daar zijn ze soms lastig te vinden, omdat ze schuw zijn en in grote bosgebieden leven. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de Europese populatie jaren onderschat werd. Er bleken er veel meer dan gedacht te zijn, toen ze op een telpost in Georgië (waar alle overvliegende roofvogels worden geteld) meer wespendieven overvlogen dan werd vermoed dat er in Europa zouden leven… De Nederlandse wespendieven trekken overigens niet zo oostelijk, maar zakken via Spanje af naar Afrika. Wespendieven brengen de winter door in de tropische bossen van Afrika, waarna we ze pas in mei weer terug kunnen verwachten.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com