Vroegere laad- en loswal, waar nu
Vroegere laad- en loswal, waar nu "Eeterij en Tapperij 't Ambacht" is.

“Op vaarwegen kom je beurtschipper Van den Herik tegen”

Lokaal

De Waal kent momenteel veel recreatie: zwemmen, varen, iets drinken aan de oevers of genieten van de natuur. Maar tot in de twintigste eeuw was de Waal voor het goederenvervoer per schip van groot belang. Begin 1900 besloot het Ambachtse gemeentebestuur daarom een nieuwe laad- en loswal aan te leggen vóór het toenmalige gemeentehuis (nu: kapper Pons). Hier konden schepen hun vracht overladen op boerenwagens.

Beurtschipper
Het vervoer over water was destijds in handen van de beurtvaart: beurtschippers vervoerden passagiers, vracht en vee volgens een dienstregeling langs een vast traject. Je kon niet zo maar beurtschipper worden. Gemeentebesturen stelden tot 1880 hiervoor namelijk regels op. Zo bepaalde de Ambachtse gemeenteraad in 1819 dat zo’n schipper “een goed burgerlijk gedrag” moest hebben en “ter goeder naam en faam bekend” was.
Een bekende Ambachtse beurtschipper was Jasper van den Herik (1871-1947). Deze Papendrechtse ondernemer trouwde met de Ambachtse Hendrika Verschoor. In oktober 1906 schreef hij aan het Hoogheemraadschap Zwijndrechtse Waard: “Jasper van den Herik, schipper te Hendrik-Ido-Ambacht, verzoekt als opvolger van den beurtschipper Thomas van der Straaten een jaarlijks bedrag van veertig gulden te betalen als abonnement voor schut- en havengeld voor het gebruik van de haven en losplaats aan den Oostendam.”

Hij was dus al schipper en haalde vóór 1900 in een klein haventje bij de Dorpsstraat, (recht tegenover het pand van het HG) meel op bij de maalderij van de firma Van Den Herik, die ook aan de Dorpsstraat gevestigd was. Met een oud zeilbootje vervoerde Van den Herik als beurtschipper goederen en soms ook passagiers vanuit Ambacht naar omliggende plaatsen.

Waal: geen lager waterpeil
Hij voer dan ook over de Waal, die destijds via “den Oostendam” ook een aan- en afvoerweg was voor het vlas. Hij kende deze rivier dus goed en wilde daarom in 1914 niet dat het waterpeil verlaagd werd. Een verlaging met 10 cm om overstromingen te voorkomen vond hij teveel: hij kon dan niet meer ‘vol’ varen. “Schepen komen nu al met moeite door de sluis aan den Oostendam.” Verder zouden schepen door de “geringe diepte op sommige plaatsen in den boezem hier en daar in de modder blijven steken.” Een beurtschipper zou bij 1,24 meter diepte niet meer ‘vol’ kunnen varen. Verlaging van het waterpeil betekende dat “op vele plaatsen gebaggerd moest worden.”

Creatief varen op de Noord
Het verhaal gaat dat als Jasper op de Noord voer heel creatief was. Zag hij in de verte een sleepboot, die zorgde voor een hoge golfslag, dan draaide hij zijn diep geladen schip snel 180 graden. Zo kwam de achterkant, die hoger was dan de voorkant, tegen de golven in te liggen en voorkwam hij dat boot én lading werden beschadigd. Als de sleepboot voorbij was, draaide hij zijn schip en vervolgde zijn weg. Het lossen en laden van de vracht ging eenvoudig: de vracht ging in kruiwagens over de loopplank naar de wal en werd vervolgens overgeladen in de vrachtwagen(s).

“Aan land”
Door de groei van zijn bedrijf kocht Jasper twee nieuwe motorboten, de Hendrika en Hendrika II. Hij woonde inmiddels aan de Havenkant. Hij ging “aan land” en kocht in de jaren dertig enkele vrachtauto’s. Met het afsluiten van de “Oostendamsche sluis” in 1946 sloot Van den Herik het tijdperk van de beurtvaart af.

Willem Schneider