Spindotterbloemen zijn kenmerkend voor deze omgeving, omdat ze uitsluitend voorkomen in zogenaamde zoetwatergetijdenatuur. Dat is veel te vinden langs de Noord en de Oude Maas.
Spindotterbloemen zijn kenmerkend voor deze omgeving, omdat ze uitsluitend voorkomen in zogenaamde zoetwatergetijdenatuur. Dat is veel te vinden langs de Noord en de Oude Maas.

‘t Is geel langs de rivier

Lokaal

Zoetwatergetijdenatuur is de meest unieke natuur die we in onze regio hebben. In Nederland komt dat verder weinig voor, maar ook Europees gezien is het heel waardevol. Dankzij de open verbinding met zee vanuit de Nieuwe Waterweg naar de Noord en Oude Maas, is hier een getijdeverschil tot ongeveer 1 meter. Als het vloed wordt op zee kan de rivier niet afwateren en wordt het water omhoog gestuwd in wilgengrienden en boven slikplaten. Dit gebeurt met name langs de Oude Maas, maar ook in de Crezéepolder en Sophiapolder. Ook de Biesbosch is zo’n bekend zoetwatergetijdengebied, en net zoals hier langs de Oude Maas, zijn daar nu volop spindotterbloemen te zien.

Spindotterbloem is een zogenaamde ondersoort van dotterbloem. Dat betekent dat spindotterbloemen zich duidelijk onderscheiden van dotterbloemen en ook in een ander gebied voorkomen, maar dat ze eventueel nog kunnen kruisen. Dotterbloemen zijn te vinden langs sloten, vijvers en plassen, met een stabiel waterpeil. Ze hebben opvallende gele bloemen, en grote groene bladeren. Net zoals veel andere planten kunnen dotterbloemen hun zaad laten vallen, zodat in het daaropvolgende jaar nieuwe planten ontluiken. Echter, wanneer spindotterbloem zijn zaad zou laten vallen, dan zal met de eerste daaropvolgende vloed het zaad wegspoelen en in zee terecht komen. Spindotterbloem onderscheidt zich dan ook met name van dotterbloemen door een andere manier van voortplanten.

Spindotterbloemen bloeien wel op een normale manier, dus grienden langs de Oude Maas zijn nu op veel plaatsen geel door de massaal bloeiende spindotterbloemen. Een schitterend gezicht! Dagelijks worden deze planten overstroomd, waarbij soms ook de bloemen volledig onder water komen te staan. Overigens sluiten spindotterbloemen daarvoor hun bloemen niet, wat veel andere planten wel doen tijdens regen of natte omstandigheden. Het maakt ook niet uit voor deze soort, want voortplanting via de bloemen met stuifmeel is niet nodig. Spindotterbloemen planten zich uitsluitend vegetatief voort, dus zonder ontwikkeling van zaden of door de bloemen. Wanneer de bloemen zijn uitgebloeid, raken zogenaamde ‘spinnen’ los van de plant. Deze spinnen zijn jonge bladeren met bijbehorende wortels, die zich gedurende de groei van de plant ontwikkelen in de bladoksels van de bladeren. De wortels liggen als een kluwen bijeen, waardoor het wel lijkt alsof er spinnen op de plant zitten. Vandaar ook de naam ‘spindotterbloem’.

Maar zoals gezegd raken deze jonge bladeren met wortels los van de plant als de bloemen zijn uitgebloeid en de stengeldelen zijn vergaan. De jonge bladeren met wortels vallen en vestigen zich op plekken in de buurt waar de wortels en bladeren blijven steken. Spindotterbloemen verspreiden zich uitsluitend op deze manier en zijn dus uitsluitend te vinden op plekken waar het water ze kan brengen: langs kreken, greppels en slootjes. In de wilgengrienden, de percelen met wilgen die om de 3-4 jaar worden geknot, zijn meestal de hoogste dichtheden te zien. Langs de greppels door deze percelen is het nu geel van de spindotterbloemen. Ook in de Ridderkerkse griend is dat nu schitterend te zien!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com