Grote zaagbekken worden door hun boterkleurige onderdelen ook wel 'boterbuiken' genoemd. Foto: Rutger Plaisier.
Grote zaagbekken worden door hun boterkleurige onderdelen ook wel 'boterbuiken' genoemd. Foto: Rutger Plaisier.

Steeds meer boterbuiken op de Waal

Lokaal

Wie deze winter oplettend langs de Waal heeft gefietst, kan weleens verrast zijn door vreemde, grote ‘eenden’ op het watertje. Vogels met een opvallende donkergroene koppel, rode snavel, zwarte rug en crème buik. Dankzij hun boterkleurige buik, worden ze onder de vogelaars ook wel ‘boterbuiken’ genoemd. In het vogelboekje zal je ze echter terugvinden als grote zaagbek. De vogels met de groene kop zijn de mannetjes, de vrouwtjes hebben juist een bruine kop (met kuif) en een meer grijs lichaam.

Grote zaagbekken zijn wintergasten. Ze arriveren meestal pas in november, als het te koud wordt in de broedgebieden in Noord- en Oost-Europa. In Scandinavië kom je in de zomer overal grote zaagbekken, waar ze broeden bij meren, plassen en ook langs snel stromende rivieren en beekjes. In tegenstelling tot wat je zou vermoeden is het een echte holenbroeder. Waar wij nestkastjes ophangen voor koolmezen en pimpelmezen, wordt dan in de Finse bossen gedaan voor deze grote watervogel. Oorspronkelijke nesten vinden ze in holtes in bomen, maar ook nestkasten gebruiken ze om de eieren uit te broeden. Eén van de eerste stapjes van de uitgekomen kuikens is dus meestal een flinke…

Grote zaagbekken danken hun naam aan hun snavel, die vol staat met kleine tandjes. Een echt zaag dus. Met deze snavel kunnen ze de vis die ze onder water vangen goed klemmen en naar binnen werken. Het belangrijkste overwinteringsgebied van grote zaagbekken is de Oostzee, ver te noordoosten van Nederland. Wanneer die zee dichtvriest, wat vroeger met grote regelmaat gebeurde, trekken grote aantallen naar Nederland om het open water op te zoeken. Vanwege de steeds warmere winters nemen de aantallen die in Nederland overwinteren al jaren af; ze hoeven immers niet meer zo ver weg te trekken. Er is dus wel iets opvallends aan de hand op de Waal, want de laatste jaren zitten daar ’s winters steeds meer grote zaagbekken.

De oorzaak moeten we waarschijnlijk vooral onder water zoeken. In de wereld van de vissen is de afgelopen jaren veel veranderd. In 1992 is er in Duitsland namelijk een nieuw kanaal in gebruik genomen, het Main-Donaukanaal. Hierdoor is een nieuwe verbinding ontstaan tussen voorheen twee gescheiden, Europese rivieren, namelijk de Donau en de Rijn. Opeens was het mogelijk dat vissoorten uit het gebied rond de Zwarte Zee en de Kaspische Zee, vrij naar Nederland konden zwemmen. En dat is dus ook gebeurd, want diverse exotische grondelsoorten, die in de Donau veel voorkomen, zijn zo in de Nederlandse wateren terecht gekomen. Hierdoor wordt een deel van de inheemse vissoorten bedreigd, maar waarschijnlijk kan een groot deel van deze vissen ook leven zonder andere vissen in de weg te zitten. Wat dat betreft komt er dus veel meer vis beschikbaar in onze wateren. Aangezien grote zaagbekken veel van deze grondels eten, die graag tegen de oever voorkomen, is het een logische gedachte dat ze hiervan profiteren. Maar hoe het ook zij, het is schitterend om deze boterbuiken weer in de Waal tegen te kunnen komen!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com