
Slobberend de sloot door
LokaalEenden zijn voor ons geen onbekende vogels, maar in Ambacht en Zwijndrecht kan je gerust een handvol soorten tegen het lijf lopen. In de bebouwde kom is de bekende wilde eend natuurlijk de meest bekend verschijning, waarvan mannetjes een opvallend groenglanzende kop hebben en de vrouwtjes bruin gecamoufleerd zijn. Tegenwoordig zien we ook steeds vaker krakeenden in parkjes en sloten zwemmen, waarvan de mannetjes juist weer grijs gekleurd zijn, met een opvallende witte vlek in de vleugel. Kuifeend kan je daarnaast juist weer in wat grotere vijvers tegenkomen. Deze soort is net een slagje kleiner dan de rest en de mannetjes door hun kuif en zwartwitte uiterlijk goed zijn te herkennen. Buiten de bebouwde kom, in polders en natuurgebiedjes zoals het Waalbos en Sandelingen-Ambacht, is de kans groot dat je een slobeend tegen het lijf zal lopen.
Net zoals met de andere eendensoorten, zal je in deze tijd van het jaar meestal alleen de mannetjes tegenkomen. De vrouwtjes zijn druk met broeden en houden zich daarbij goed verscholen op het nest in grasland, riet of bosjes. Dat is ook de voornaamste reden waarom de vrouwtjes zo onopvallend zijn getekend; ze vallen daardoor compleet weg in hun omgeving. De mannetjes zwemmen op het oog wat doelloos rond, trekken soms wat met elkaar op in groepjes, maar houden de nestplaats van het vrouwtje meestal wel goed in de gaten.
Mannetjes slobeend zijn goed te herkennen aan hun groene kop, bruin vlek op de buik en witte borst. Als je ze van iets dichterbij tegen komt, vallen de gele ogen op, net zoals de blauwe veren in de vleugel en met name ook de brede snavel. Zoals bij een lepelaar is de snavel van de slobeend verbreed op het eind, waardoor het een soort lepelvorm heeft. Niet alleen de uiterlijke vorm van de snavel is opvallend, ook de binnenzijde van de snavel is bij slobeenden heel bijzonder. Zowel op de boven- als op de ondersnavel is de snavel voorzien van zogenaamde baleinen. Baleinen zijn een soort flinterdunne latjes van hard materiaal, waarmee de slobeenden hun voedsel uit het water filteren. Met hun snavel ‘slobberen’ ze door de oppervlakte van het water, waarbij ze aan de snavelpunt het water naar binnen zuigen. Bij de snavelbasis, waar de baleinen zitten, wordt het water weer naar buiten geperst. Maar daar blijven plantenresten, kroos of waterbeestjes achter dit filter hangen en kunnen worden opgegeten.
Slobeenden hebben een sterke voorkeur voor ondiepe, zoete wateren. Hij staat daarom in Nederland vooral ook bekend als weidevogel, waar ze in de slootjes goed aan hun trekken komen. In onze regio komen ze ook voor in akkergebieden of recent ingerichte natuurgebieden. Toen het Waalbos net was ingericht en er van bos nog niet zoveel sprake was, zaten er zeer veel paartjes in het gebied. Nu is dat een stuk minder en kom je ze hier en daar nog tegen. In de winter trekt een deel van de slobeenden weg naar Zuid-Europa, maar een deel blijft ook in onze regio overwinteren.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com








