
Internationale dag van het kind 20 november
LokaalElk jaar, op de Internationale Dag van het Kind, herinneren we ons dat de kindertijd de enige taal is die alle mensen begrijpen, ongeacht hun land of taal. Het is de onschuld in de ogen van kinderen, en de glimlach die moet blijven, ondanks oorlog en tranen. Veel jaren geleden schreef Anne Frank in haar donkere kamer in Amsterdam haar dagboek. Ze schreef over angst en hoop, over dromen in een tijd van oorlog. Anne werd een symbool van menselijkheid en hoop – niet alleen voor haar eigen volk, maar voor alle kinderen die verlangen naar vrede.
Later kwamen andere beelden die ons eraan herinnerden dat het lijden niet voorbij is. In Palestina werd de jongen Mohammed al-Durrah gefilmd in de armen van zijn vader tijdens een vuurgevecht. Dat beeld werd een symbool voor kinderen die in angst leven zonder schuld. Aan de Middellandse Zee lag de kleine Alan Kurdi op het strand. Zijn stille lichaam liet de wereld huilen.
In Afrika blijven de kinderen van Darfoer en Soedan vluchten voor oorlog en honger. Ze dragen kleine tassen op hun schouders en grote dromen in hun hart. Zij kennen geen politiek en geen haat. Ze willen alleen leven, spelen en dromen.
Toch is er altijd hoop. Hoop dat de wereld van hun verhalen leert en kinderen geeft wat zij verdienen: veiligheid, onderwijs en de warmte van een gezin. Hoop dat er op een dag nieuwe dagboeken worden geschreven, zoals dat van Anne Frank – maar dit keer vanuit vrede, niet vanuit oorlog.
Vandaag, hier in Nederland, in een kleine stad genaamd Hendrik-Ido-Ambacht, sturen we een boodschap van liefde en vrede aan alle kinderen van de wereld: Jullie zijn niet alleen. De wereld hoort nog steeds jullie kleine harten kloppen van hoop.
Tekst: Ghassan Saadia





