In het midden burgemeester J.C. de Ridder en rechts oud-voorzitter Nico Stolk
In het midden burgemeester J.C. de Ridder en rechts oud-voorzitter Nico Stolk

De Luchtbode: waar tijd en duiven blijven terugkeren

Lokaal

De vakantie komt er weer aan. De koffers worden van zolder gehaald, caravans uit de stalling gerold. Heel Ambacht lijkt binnenkort uit te vliegen. Maar terwijl wij onze weg zoeken met route-apps, is er één dier dat dat al generaties lang moeiteloos doet: de postduif. Waar wij zoeken, vindt zij. Waar wij verdwalen, keert zij terug. Misschien is dat wel waarom de geschiedenis van de postduivenvereniging De Luchtbode tot de verbeelding blijft spreken.

Eerste hok: Plataanstraat
Deze vereniging werd in 1949 opgericht en vond haar eerste onderkomen aan de Plataanstraat. Het was een tijd waarin de sport dorps was. Duiven droegen nog gummiringen. Wie geen eigen klok had, liep naar een buurman die er wél een had. Soms werd zelfs de fietstijd van de kloktijd afgetrokken. Dit is een detail, maar zegt veel over de sociale structuur van het dorp.
In het najaar vonden de vergaderingen en tentoonstellingen plaats bij café De Vlashandel aan de Havenstraat “bij Dirk Stolk”, zoals oud-lid Jaap Bol zich herinnert. Een plek waar verhalen, koffie en tabaksrook zich mengden met de spanning van de sport.

Verhuizingen
In de jaren zestig verhuisde De Luchtbode naar de Lindestraat, waar de club groter werd en de activiteiten professioneler. Vrijdagavonden waren druk: inkorven, klokken lichten, tijden noteren, uitslagen uitrekenen. Het was werk, maar vooral gezelligheid.
In september/oktober 2007 sloot de Lindestraat definitief. In april 2008 begon de vereniging opnieuw aan de Reeweg, waar ze nog altijd is gevestigd. Wel vergrijsde het ledenbestand en kreeg De Luchtbode een regionale functie, met leden uit Ridderkerk, Alblasserdam, Zwijndrecht.

Vroegere vluchten
Wie terugdenkt aan de vluchten van vroeger, hoort bijna de radio weer: vlak voor het hele uur werden de lossingen omgeroepen, inclusief windrichting. De spanning zat in het wachten, het turen naar de lucht, het hopen dat je “vroeg zat”. Voor Bert van der Wulp was de duivensport belangrijk. Zijn vader Wim hield decennialang duiven aan de Van der Eijndestraat. Bert nam ooit een duif mee naar school voor zijn spreekbeurt, vertelde over ringen, vluchten en thuiskomst én haalde een hoog cijfer. “Klasgenoten vonden het bijzonder,” zegt hij. “Maar het hoorde bij ons, bij onze opvoeding.”

Vliegende anekdotes
Aan de huistafel van de familie Verheij, twee generaties liefhebbers, blijft het verleden levend. Walter, vader Henk en hun vriend Giel van der Boor vertellen over kleine hokken in de tuin, geleende klokken en uitslagen die met de hand werden uitgerekend. “Je neemt er een stukje uit en je doet er weer vers voor in de plek,” zegt Giel. Een zin die de hele sport vangt: zorg, ritme, herhaling.
Deze verhalen verdienen bewaard te blijven. Zoals de vlucht vanuit Frankrijk waarbij Walter voorspelde dat de duiven dezelfde avond thuis konden zijn. Niemand geloofde hem totdat er wél een duif kwam aanvliegen. Het clubgebouw liep in één klap leeg; iedereen rende naar huis om te kijken of er bij hen ook een thuiskomer was.
Ook de herinneringen aan de moederklok bij Vishandel Sloof, of jeugdleden die een grote klok konden huren, horen bij die wereld. Kleine scènes die samen een cultuur vormen.

Terugkomende luchtbodes
De sport vergrijst, de techniek verandert, maar de verhalen blijven. Zolang er mensen zijn die naar de lucht kijken en hopen op dat ene stipje aan de horizon, blijft De Luchtbode bestaan. Want thuiskomen: dat is geen techniek, maar een instinct. En verhalen, net als duiven, vliegen soms weg, maar keren altijd terug.

Tekst: Willem Schneider