
Hoe Arie Scheurwater met het dorp meeschoof
LokaalArie Scheurwater, geboren op 1 maart 1951 aan Dorpsstraat 64A, groeide op in een huis dat zijn ouders huurden van bakker Maaskant, die naast hen woonde. “De geur van vers brood was dus letterlijk onderdeel van zijn jeugd.”
Dorps- én winkelstraat
De Dorpsstraat was een levendige winkelstraat vol kleine zaken die Arie nog altijd moeiteloos opsomt: de sigarenwinkel van Henk de Koning, de drogisterij van mevrouw Klein, huishoudwinkel Bas den Hartog (Dorpsstraat 120), kruidenierszaak Pietje Timmers, en tegenover de Dorpskerk drie dagwinkels zoals drogisterij De Blauwe Pui en een dameskapsalon. En natuurlijk loodgieter Seton. Achter elke winkeldeur zat volgens Arie wel een verhaal.
Bakkers in het dorp
Maaskant was niet de enige bakker in Arie’s jeugd. Verderop zat bakker Rokus van der Schee, later chocolaterie Landzaat, en bakkerij Den Hoed, die “van 1925 tot 1972 een kleine winkel had waar naast brood ook kruideniersartikelen werden verkocht.” Voor Arie was de Dorpsstraat een wereld vol ovens, meelzakken en winkelbelletjes.
Café De Landbouw: dorpsinstituut
Op korte afstand van zijn geboortehuis lag Café en Slijterij De Landbouw (Dorpsstraat 62). Het café begon rond 1900 met Teunis Bakker en groeide onder de familie Van der Stelt uit tot een dorpsinstituut: café, kruidenierswinkel én slijterij. Sporters kwamen er na wedstrijden, buurtbewoners deden er boodschappen en verenigingen vergaderden er. Het oude reclamebord vatte het dorpsgevoel perfect samen:
“Na spannende strijd op ’t groene veld / Een frisse dronk bij Van der Stelt.”
Café Van der Linden: kletsen én knippen
Verderop, op nummer 119, stond Café Van der Linden, gerund door Henk van der Linden en Geertruida de Vlaming. Het was klein, eenvoudig en geliefd: dorpsnieuws ging er sneller rond dan de krant. Vlakbij zat kapper Toontje van der Linden, die volgens Arie wel een glaasje lustte. “Wie daarom op een verkeerde dag in zijn kappersstoel belandde, moest niet verbaasd zijn als het kapsel nét iets anders uitviel dan gehoopt.” Toontje hoorde bij het dorp en bij de verhalen van de Dorpsstraat.
School, werk en De Schoof
Arie ging naar de christelijke Prinses Margrietschool, precies op de plek waar nu zijn appartement staat. In de derde klas kreeg hij les van meester Bos, aan wie hij weinig goede herinneringen heeft. Zijn jeugdomgeving veranderde voortdurend: geboren aan de Dorpsstraat, school vlak bij wat later De Schoof zou worden, en jarenlang werkzaam in het oude Postkantoor, eveneens nabij De Schoof. Beide gebouwen zijn verdwenen. Nu kijkt Arie vanuit zijn moderne appartement uit op het publiek dat naar de huidige Schoof stroomt.
Levende brug tussen toen en nu
Arie is letterlijk met het dorp mee verhuisd. Van 64A naar een appartement op de grond van zijn oude school: zijn leven volgt de verschuiving van het dorpshart, van het oude lint naar het moderne centrum. Hij zag de Dorpsstraat veranderen, maar draagt het oude dorp nog altijd met zich mee: in verhalen. En zo kijkt Arie vanuit zijn appartement toe hoe het nieuwe Ambacht voorbij wandelt op de grond waar zijn oude Ambacht ooit begon.
Willem Schneider







