Rotterdamseweg rond 1910 op de grens met Ambacht. Speelde zich hier een wonder af in augustus van het jaar 1866? Collectie HVZ
Rotterdamseweg rond 1910 op de grens met Ambacht. Speelde zich hier een wonder af in augustus van het jaar 1866? Collectie HVZ

Een wonder in bittere tijden

Algemeen

Over verderfelijke ziekten en epidemieën in Zwijndrecht in vroegere tijden is weinig informatie bekend. Uiteraard zullen de pestepidemieën vanaf de veertiende tot en met de zeventiende eeuw regelmatig in onze omgeving hebben rondgewaard. De nabijheid van Dordrecht zorgde ervoor dat deze ‘Gave Gods’ en andere ziekten onze gemeente niet oversloegen. In die stad kwamen namelijk handelaren uit heel Europa bijeen, terwijl ook de Zwijndrechtse tuinders en boeren daar hun producten op de markt brachten. Toch is er weinig bekend over de ernst van die ziekten, het aantal slachtoffers en ook de sociale gevolgen. Er zijn namelijk nauwelijks geschreven documenten over gevonden.

Pas in de negentiende eeuw wordt er meer geschreven over de uitbraken van ziekten als de cholera, schurft en de tyfus in de Zwijndrechtse Waard. Vaak is de overheid de belangrijkste informatiebron. Met name in de tweede helft van de negentiende eeuw werden op last van de politiek uitbraken van ziekten onderzocht in de hoop zo toekomstige epidemieën te voorkomen. Daarnaast deden plaatselijke kranten verslag van de verschrikkingen. Vanaf 1832 werd Zwijndrecht veelvuldig door met name de cholera getroffen. Pieken waren er in 1847, 1858-1859 en 1866. Bij iedere uitbraak kwamen tientallen mensen om het leven. Vooral de twee laatst genoemde epidemieën kenden een groot aantal slachtoffers. In de jaren 1858-1859 stierven zestig inwoners van Zwijndrecht aan de cholera, wat neerkwam op ongeveer twee procent van de totale bevolking. Tijdens de epidemie in 1866 stierf een vergelijkbaar aantal mensen. Het verloop van deze uitbraak is goed gedocumenteerd. Begin april werd de ziekte gesignaleerd, vervolgens bleef zij enige tijd sluipende onder de bevolking tot zij begin juni opnieuw toesloeg. En nu keihard. De eerste week van juli was veruit het heftigst: 26 slachtoffers, waarvan 15 het einde van de week niet haalden. De sociale impact moet enorm geweest zijn. Er heerste angst, scholen werden gesloten en mensen durfden zich niet meer op straat te vertonen. Na de epidemie van 1847 was reeds besloten de regel om de klok te luiden bij een sterfgeval of een begrafenis af te schaffen. Dit na aandringen van de vrouw van burgemeester Stoop, die ‘dit luiden te aandoenlijk vond en haren man verzocht dit ernstige weemoedige niet meer te doen plaats hebben’. Het geeft wel aan dat zo’n cholera uitbraak een hele gemeenschap in zijn greep kon houden.

Toch zien we juist tijdens de uitbraak van 1866 ook een wonder in Zwijndrecht gebeuren. Zo berichtte de Dordrechtsche Courant van 4 augustus dat jaar: ‘In het naburige Zwijndrecht doet zich, naar men ons mededeelt, het zonderlinge geval voor, dat aan den straatweg naar Rotterdam in een tuin, welke twee huizen van elkander scheidt, waarvan in het eene verscheidene personen aan de cholera zijn overleden, terwijl zich in het andere geenerlei geval aan die ziekte voorgedaan heeft, een moerbezierboom staat, wiens eene helft, gekeerd naar den kant van het huis waarin de epidemie verscheidene slagtoffers geëischt heeft, geheel verdord is, terwijl de andere helft in volle wasdom staat’.
Een wonder van de natuur? We zullen het nooit weten.
(Bron: Swindregt Were, 2022; te koop bij Hyperion en Tabac & Gifts Walburg De Blok)

Tekst: Maurice de Jongh