Een dwerggans in het Oudeland van Strijen, rechts van een kolgans (en brandganzen vooraan). De dwerggans is net wat kleiner en heeft een kortere nek en een opvallend oogringetje.
Een dwerggans in het Oudeland van Strijen, rechts van een kolgans (en brandganzen vooraan). De dwerggans is net wat kleiner en heeft een kortere nek en een opvallend oogringetje.

Dwergganzen met een bijzonder verhaal

Kunst en cultuur

Brandganzen, kolganzen en grauwe ganzen gaat het al jaren voor de wind in Nederland. Echter, niet met alle ganzen gaat het goed, waarvan dwerggans het beste voorbeeld is. Dwergganzen lijken op kolganzen, maar zijn net een slagje kleiner, hebben een typisch geel ringetje om het oog, een kortere nek, hogere witte bles boven de snavel en hebben minder zwarte streping op de buik.

Dwergganzen trekken van origine vanuit het hoge noorden in zuidoostelijke richting. Grote concentraties overwinterden vroeger rondom de Zwarte zee, maar door jacht ging het snel bergafwaarts. Daarom werd rond de jaren ’80 besloten om dwergganzen in Zweden uit te zetten. Eieren van dwergganzen werden in nesten van brandganzen gelegd. De brandganzen voedden vervolgens de jonge dwerggansjes op, die niet de normale route naar het zuidoosten namen (richting de gevaarlijke jachtgebieden), maar met de brandganzen naar West-Europa vlogen. Zo kwamen in de vorige eeuw tientallen dwergganzen in Nederland overwinteren, en dat doen ze nog steeds.

Het belangrijkste overwinteringsgebied van de dwergganzen werd het Oudeland van Strijen. Een oude polder in de Hoeksche Waard, waar ik ze regelmatig zag. Dwergganzen zien is één, maar dwergganzen in eigen regio zien is nog veel leuker. Ondanks dat de dwergganzen al jaren dichtbij zijn, bleven ze toch ver weg… Jaarlijks kwamen ze regelmatig over Ambacht en Zwijndrecht, wat we wisten dankzij zenders. Dankzij deze zenders waar enkele dwergganzen mee zijn uitgerust, kunnen onderzoekers precies volgen waar ze zijn. Op die manier wisten we dat ze ook met enige regelmaat over Ambacht vlogen en zelfs af en toe in de Crezéepolder sliepen. Vaak heb ik dan ook op de Oostmolendijk gestaan in de hoop op dwergganzen tussen de slapende kolganzen en grauwe ganzen, maar altijd viste ik achter net. Dag één zitten ze in de polder en een volgende dag kunnen ze zomaar in Noord-Holland zitten; die ganzen vliegen heel wat af.

Afgelopen week kwam echter plotseling de melding dat een gezenderde dwerggans samen met vier soortgenoten in de Krimpenerwaard zaten, en van daaruit naar Strijen vlogen om te slapen. Dat bleken ze zondag 18 januari gedaan te hebben, waarna ze op maandag weer in de Krimpenerwaard zaten. Met enkele vogelaars besloten we het dus te proberen, door maandagavond op de Oostmolendijk te gaan posten. Op zondagmiddag waren ze ongeveer rond 16.45 uur gepasseerd, dus ruim op tijd stonden we present. Het aantal ganzen in de lucht was laag, maar vlak voordat het donker werd kwam rond kwart over vijf een flinke groep kolganzen onze kant opgevlogen. Het was al te donker voor details, dus we moesten vooral goed opletten op enkele kleine ganzen. Toen de grote groep ganzen dichterbij kwam, bleken er tussen de kolganzen inderdaad een paar kleine gansjes te vliegen! Dat moesten ze zijn! ’s Avonds hoorden we van de onderzoekers dat de dwergganzen inderdaad exact op het tijdstip dat wij ze zagen richting het Oudeland van Strijen waren gevlogen. We hadden dus de goede vogels gezien en eindelijk de dwergganzen in onze regio waargenomen!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com