
SCHEEPSBOUW IN AMBACHT
LokaalVeel lezers kennen Ambacht als een dorp waar vroeger veel scheepssloperijen en vlasserijen waren. Maar naast deze takken van nijverheid was er ook al lang geleden de nodige scheepsbouw en -reparatie. In de twintigste eeuw zijn/waren er o.a. Jonker en Stans, twee bedrijven Buitendijk en Van der Pol. Van de tijd daarvoor weten we eigenlijk betrekkelijk weinig.
In de negentiende eeuw was er het bedrijf van Van Duivendijk aan de Veersedijk, ongeveer ter hoogte van de Burgemeester Van Akenwijk. Cornelis van Duyvendijk (1807-1861) uit een scheepsbouwfamilie uit de Krimpenerwaard, kocht in 1848 van de scheepmaker Jan van den Berg een perceel grond, waarop de verkoper al een scheepswerf met helling had. Een jaar later kwam Van Duyvendijk in het bezit van een naastgelegen perceel van toenmalig burgemeester/steenbakker Willem van Roodenburg. Ook op dat perceel bevond zich toen al een scheepshelling en kaapstand. Deze grondaankopen duiden erop dat er vóór 1850 al scheepswerven langs de Veersedijk waren. Aan de achterzijde lagen de gronden langs de Rietbaan.
Cornelis van Duyvendijk heeft op zijn aangekochte werf drie houten barken gebouwd, zeewaardige zeilschepen met vermoedelijk drie masten. Het eerste schip, de ‘Brederode’, werd gebouwd in 1855. Kort daarop de tweede, de ‘Tollens’ geheten. De derde, met 756 ton de grootste, heette ‘Hendrik-Ido-Ambacht’, en werd medio 1857 te water gelaten. Uit informatie van scheepvaartberichten, valt te achterhalen dat de bark met onze gemeentenaam tot in lengte van jaren de wereldzeeën bevaren heeft.
De scheepswerf van Cornelis van Duyvendijk heeft niet zo lang bestaan. In 1861overleed Cornelis. Z’n eigendommen kwamen onder de veilinghamer. De vermogende Ambachtse chirurgijn, raadslid en wethouder J.H. Coert kocht alles. Hij liet één van de zoons van Cornelis het beheer van de werf. Deze Huig van Duyvendijk heeft achttien jaar, hoofdzakelijk scheepsreparaties op de werf uitgevoerd en af en toe kleine nieuwbouwschepen voor de binnenvaart.
In 1878 kwam ook daaraan een eind toen Coert zijn eigendom doorverkocht. In die tijd kwam de overgang van houten schepen naar staalbouw. Het schijnt dat Huig daarmee minder goed overweg kon. Alle eigendommen kwam in handen van een bierbrouwer. In 1896 meldde zich een nieuwe koper in de persoon van Frank Rijsdijk. Later maakte het terrein deel uit van sloperij ‘Holland’.
Vandaag de dag is er niets meer dat herinnert aan de scheepswerf van Van Duyvendijk. Er heeft nog lang een grote loods aan de dijk gestaan. Van Duyvendijk had die in gebruik. De bierbrouwerij is er in gevestigd geweest en daarna de sloperijen.
Historisch Genootschap,
Arie Verhoeven





