
Over het Waalse winterse waterpeil….
LokaalHet beheer van het grondwaterpeil is tegenwoordig door droogte en heftige regenval een belangrijk thema. Moet het waterpeil omhoog of omlaag? Een vraag, die negentig jaar geleden in de Zwijndrechtse Waard ook leefde: Moest het waterpeil in de boezem van de Waal in de winter naar beneden? Zelfs een toekomstig premier bemoeide zich met deze belangrijke vraag…
Politieke zwaargewichten
De vraag kwam niet uit de lucht vallen, want het toenmalige (liberale) kamerlid Frans Drion (gekozen voor het kiesdistrict Ridderkerk in 1913-1917) kreeg klachten over de hoge waterstand in de boezem van de Waal. Persoonlijk ging hij samen met P.J.A. de Bruine, de toenmalige dijkgraaf van de Zwijndrechtse Waard, op 21 april 1914 een kijkje nemen bij de Waal. Volgens de Dordrechtsche Courant was Drion best tevreden over de hoogte van het Waalse waterpeil. Maar daarmee was deze kwestie niet afgesloten: op 24 juli 1914 hield een bestuurlijk gezelschap een vergadering in het Rijsoordse hotel “Vink”. Aanwezig waren maar liefst twee Kamerleden: de eerder genoemde Drion en jonkheer mr. Dirk Jan de Geer (Christelijk-Historische Partij, later Christelijk Historische Unie en in 1939 premier). De Geer was tegelijkertijd Gedeputeerde van Zuid-Holland. Naast deze zwaargewichten waren het college van Ridderkerk, leden van de Provinciale Staten voor het district Ridderkerk en de leden van de Gezondheidscommissie aanwezig. De dijkgraaf liet het afweten…
Nadelen verlaging
Drion was duidelijk een tegenstander van verlaging van het waterpeil. Hij wees op de nadelen voor de scheepvaart en het roten van vlas. Ook vreesde hij “verrotting van de fundeering der Waalbrug.” Bovenal was hem onduidelijk wie de kosten van deze verlaging betaalde. Schipper C. van den Herik, één van de sprekers, steunde Drion bij zijn argument over de scheepvaart: “ Hij wees op “den slechten toestand voor de schepen, die nu met moeite door de sluis aan den Oostendam kunnen komen.” De schipper noemde ook “de geringe diepte op sommige plaatsen in den boezem, zoodat de schepen hier en daar in den modder blijven steken. Bij een peilsverlaging zou dit nog erger worden.” Dan zou er gebaggerd moeten worden.
Woningen onder water
De Geer en Van Rij, voorzitter van de Gezondheidscommissie, wezen daarentegen op klachten over woningen in de boezem van de Waal, “die te lijden hadden van te veel water.” Van Rij vertelde dat onderzoek aantoonde dat verschillende woningen last van water hadden “en onbewoonbaar verklaard zouden moeten worden als dat zoo bleef, waar het water dan ook vandaan komt.” Hij was daarom voorstander van een peilverlaging, vooral in de winter. De voorstanders van de verlaging wilden het waterpeil ’s winters (van 1 november tot 1 april) vijf centimeter verlagen: de waterstand zou “90 cm N.A.P” moeten zijn “en men zou bij 85 cm N.A.P. moeten beginnen met malen.” Uiteindelijk kwam men er niet uit.
Oplossing?
Wat was de oplossing? “Besloten werd een comité af te vaardigen naar Dijkgraaf en Hoogheemraden om te pogen tot een bevredigende oplossing te komen”, meldde de Dordrechtsche Courant. Is deze er ook gekomen? Ongetwijfeld, maar daar zwijgen de Dordrechtsche Courant en andere kranten over….
Willem Schneiders







