Een blik vanaf de Zwijndrechtse dijk op de Oude Maas aan het einde van de zestiende eeuw. Twee decennia eerder lagen hier zeventig Spaanse schepen om de Zwijndrechtse Waard te veroveren. Collectie RAD
Een blik vanaf de Zwijndrechtse dijk op de Oude Maas aan het einde van de zestiende eeuw. Twee decennia eerder lagen hier zeventig Spaanse schepen om de Zwijndrechtse Waard te veroveren. Collectie RAD

Een Armada bedreigt de Zwijndrechtse Waard

Algemeen

Dit jaar wordt de verovering van Den Briel herdacht. Het is 450 jaar geleden dat deze stad in handen van de Geuzen kwam. Het was het begin van het succesvolle verloop van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Ook in en rondom Zwijndrecht is hard voor dit resultaat gevochten.

Na de inname van Den Briel op 1 april 1572 sloten steeds meer steden zich enthousiast aan bij het kamp van de Geuzen. In de derde week van juli zaten in een geheime vergadering in Dordrecht alle partijen om de tafel om de opstand verder uit te werken. Het verzet tegen Spanje kreeg vorm. Uiteraard kwam er een reactie vanuit het Spaanse kamp: Filips II was ‘not amused’. Hertog Alva kreeg een enorm leger mee om orde op zaken te stellen. In eerste instantie waren de steden in het noordelijke deel van Holland het doelwit. In 1573 en 1574 werden Haarlem, Alkmaar en Leiden belegerd. Ook voor het zuidelijke deel van Holland en Zeeland werd een plan gesmeed.

Een belangrijk onderdeel van dit plan was om Holland en Zeeland van elkaar te scheiden. De stad Dordrecht speelde hierbij een cruciale rol. Als de Spanjaarden die stad konden uitschakelen, waardoor vanuit Holland geen troepen heen en weer gestuurd konden worden, lag Zeeland voor het grijpen. Om Dordrecht te isoleren, moest men de omringende waarden onder controle krijgen. Een schaakspel volgde met een belangrijke rol voor de Zwijndrechtse Waard. In juni 1575 namen de spanningen snel toe. In de omgeving vielen steden en waarden in Spaanse handen: de vijand kwam steeds dichterbij. Eind september verscheen vanuit het zuiden een enorme Spaanse vloot van wel zeventig schepen met mogelijk 8000 soldaten aan boord voor Papendrecht. Het was een ware Armada. Het moet een machtig maar tegelijkertijd afschrikwekkend gezicht geweest zijn. De vloot had maar één doel, namelijk de bezetting van de Zwijndrechtse Waard en daarmee de isolatie van Dordrecht. Wat nu?

Gelukkig waren de Staten van Holland al vroeg op de hoogte van de plannen en in de weken voor de aanval werd de Zwijndrechtse Waard in staat van oorlog gebracht. Inwoners hielpen met de verdediging van het gebied. Er werden verschillende fortificaties gebouwd om de Spanjaarden de opmars te beletten. Deze ‘schansen’ kwamen op strategische plekken, zoals bij het huidige Veerplein, herberg de Stenen Kamer, de beide dammen in de Waal en wellicht nog in het Noordpark. Toen de Spanjaarden dichterbij kwamen, werden de omringende waarden bovendien onder water gezet. De vijand was nu aan zet.

Al snel was de schans te Papendrecht veroverd en nu was de Zwijndrechtse Waard aan de beurt. Toch bleef het stil. Sterker nog, uiteindelijk trok de Armada zich geheel terug. Door een te lage waterstand bleek het niet veilig de schepen te laten aanmeren. Bovendien moeten de schepen voortdurend vanaf de schansen door de soldaten én bewoners zijn beschoten. De onderneming liep voor de Spanjaarden uit op een grote teleurstelling. Uiteindelijk zorgde de natuur, maar ook het kordate optreden van het (Zwijndrechtse) krijgsvolk er dus voor dat ons woongebied bespaard bleef van verovering. (Bron: K. Brinkman, Geus gevreesd en Spaans benauwd (2006)).

Tekst: Maurice de Jongh