
Grauwe en vrijwel verdwenen
LokaalIn juli zit voor de meeste vogelsoorten het broedseizoen erop. De jongen zijn uitgevlogen en de tijd van het aansterken voor de winter is begonnen. Een deel van de vogels is zelfs al begonnen met de najaarstrek, terwijl anderen nog proberen om een tweede nestje met jongen groot te brengen. Bij mij in de tuin zit bijvoorbeeld nog een merel op nest met een groot jong, terwijl er eerder deze lente al drie jongen uitvlogen.
Eén van de soorten die nog laat bezig is met hun jongen, is de grauwe vliegenvanger. Zoals de naam al doet vermoeden zijn het grauwe vogels, die op vliegen foerageren. Daarmee is ook vrijwel alles al gezegd. Het uiterlijk is grauwgrijs, met een spits, zwart snaveltje. Ze jagen meestal vanuit boomtoppen op vliegen en andere insecten, die ze in korte vluchten va ge . Opvallend zijn dan altijd de lange vleugels van deze soort, en de lange staart. De lange vleugels zijn niet voor niks, wat grauwe vliegenvangers brengen de winter door in zuidelijk Afrika. Het is dan ook altijd één van de laatste soorten die hier arriveert, en dus lang bezig is met zijn jongen.
Zo grauw als ze zijn, zo onopvallend zijn ze ook. Ze komen met name voor in wat oudere, halfopen bossen, waar ze in de bosranden of op open plekken jagen. Omdat ze lang stilzitten, vallen ze slecht op. Daarbij is ook de roep en zang van grauwe vliegenvangers zeer onopvallend. Het is een onopvallend ‘tsiet’. Een geluid wat meestal volledig wegvalt in de omgeving en lijkt op de roep van jonge roodborsten of merels.
Ondanks het onopvallende gedrag is de soort duidelijk afgenomen in Nederland. Sinds 1980 is het aantal ongeveer gehalveerd. In onze regio zijn ze dan ook zo goed als verdwenen. Rond 2000 broedden er waarschijnlijk nog een tiental paartjes, met name in parken, op rommelige erven en in boomgaarden. Waarschijnlijk spelen de sterke afname van insecten, maar ook veranderingen in het landschap een rol. In onze omgeving is de bebouwde omgeving bijvoorbeeld behoorlijk uitgebreid, en zijn boomgaarden en andere landschapselementen vrijwel verdwenen. Boomgaarden zijn een goed voorbeeld van ideaal broedgebied, want dat is een halfopen landschap met veel ruimte om te foerageren vanuit boomtoppen. De laatste jaren zat er meestal nog een paartje op de Galgenplaat, maar ook daar lijkt het lot beslist. Desalniettemin is de kans aanwezig dat er bijvoorbeeld langs de Oude Maas, in doorgeschoten grienden, nog wel grauwe vliegenvangers voorkomen. De onopvallende levenswijze helpt niet mee om ze goed in beeld te brengen. In de grienden bij Rhoon zitten bijvoorbeeld nog wel meerdere paartjes, waar ze nestelen in half open holtes in oude wilgen. Grauwe vliegenvangers nestelen graag op plekken vanwaar ze uitzicht en overzicht hebben in het bos.
Vanaf half augustus zullen weer op atypische plekken grauwe vliegenvangers opduiken. De wegtrek breekt dan aan en veel doortrekkers vanuit Scandinavië, waar het een algemene broedvogel is, trekken door Nederland verder naar warme streken.
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com








