Afbeelding

Herinneringen aan Kerst 1944

Lokaal

Ik kreeg enige tijd geleden een interessant krantenartikel onder ogen, destijds geplaatst in het Dordrechtsch Nieuwsblad van 24 december 1964. Met enkele bekende Ambachters van toen, burgemeester Duiker en dokter Rodenhuis, die beiden de Tweede Wereldoorlog in Ambacht hebben meegemaakt, werd teruggeblikt op Kerst 1944, één van de somberste Kerstdagen. Iets aangepast laat ik een aantal passages uit dit artikel hier volgen.

Ambacht lag in december 1944 net achter het frontgebied. Prikkeldraadversperringen doorsneden hier de landerijen met loopgraven en stellingen. Schuttersputjes waren o.a. langs de rijksweg aangelegd. Op de Oostendam, aan de Achterambachtseweg en bij het kruispunt Hogekade/Kerkstraat hadden de Duitsers dikke versperringsmuren gebouwd. Een zogenoemde tankgracht liep dwars door het land, vanaf Rijksweg 16 naar de Waal. Waar nu de Vijverhof en Cascade zijn was toen bouw- en weiland. Hier stond een batterij luchtdoelgeschut opgesteld.

Juist in deze donkere dagen waren de Duitsers met een tegenoffensief begonnen, later bekend als het Ardennenoffensief. Deze Duitse tegenactie, begonnen op 16 december 1944, had tot doel de voor de Geallieerden belangrijke haven van Antwerpen te heroveren.

In Ambacht leefde men toen op de berichten van de clandestiene radio’s en uitgerekend in deze nare tijd, waren de berichten somber. De geallieerde legers hadden het aanvankelijk tegenover de Duitsers heel moeilijk.

Strenge winter
Burgemeester Duiker (1905-1967) herinnerde zich: “Het was bar koud. De wegen en de Veersedijk lagen onder een dikke sneeuwlaag. Brandstoffen waren er vrijwel niet meer en wat er nog was werd bewaard voor de zogenoemde noodkacheltjes, waarop de schaarse maaltijden werden bereid. De officiële rantsoenen van de distributiedienst waren omstreeks die tijd 400 gram brood, 1 kg aardappelen en 3 kg suikerbieten per week. Ik had twee noodkacheltjes kunnen bemachtigen. Alles wat maar brandbaar was, werd voor deze kacheltjes bewaard, zelfs lege luciferdoosjes en ook de afgebrande lucifers, want die waren prima om de kacheltjes aan te maken! In die tijd kregen we van iemand een maaltje witlof. Tijdens de maaltijd was het stil aan tafel. Ieder smulde van deze traktatie. Meer dan ooit leefde men toen van dag tot dag, dankbaar voor wat nog te bemachtigen was.”

Duiker memoreerde de vele ziekten ten gevolge van ontberingen door voedsel- en brandstoftekorten. In die donkere tijd beleefden we kerst, zonder verlichte kerstboom, maar wel met ‘Het Licht der Wereld’. Kerst 1944 was een donkere tijd. Volkomen menselijk bezien was het kerstevangelie moeilijk te verwerken: ‘Vrede op aarde. In de mensen een welbehagen.’

Clandestiene voedseldistributie
Dokter Rodenhuis (1901-1980) had de zware taak om, samen met collega Jongeneel, voor de vele zieken te zorgen. Hun auto’s waren door de Duitsers in beslag genomen. Door weer en wind moesten ze er op de fiets op uit. Het weerstandsvermogen van de bevolking was sterk teruggelopen. Difterie en paratyfus kwamen in ons dorp veel voor. Pasgeboren baby’s vormden een groot probleem. Het was bijna niet mogelijk om moeders en kinderen aan goed voedsel te helpen. Met medewerking van de Groene Kruisverpleegsters Van der Have en Lubker werd een clandestien distributiedienstje georganiseerd om jonge moeders en baby’s extra eten te bezorgen. Dokter Rodenhuis: “Ik heb veel lof voor de spontane medewerking die de Ambachtse boeren hierin hebben verleend. Van de gedwongen leveringen aan de Duitsers werd melk en tarwe achtergehouden en aan het Groene Kruis beschikbaar gesteld. Ook verschillende kruideniers hadden nog suiker en rijst en van het schamele beetje werd belangeloos het nodige afgestaan. Alles moest in het geheim gebeuren want als de Landwacht er achter kwam, werd alles ingepikt. Maar dit is nooit gebeurd, dankzij de zwijgzaamheid van belanghebbenden. De verloskundige, mevrouw Stehouwer, had uiteraard ook contact met deze clandestiene distributiedienst en mede dankzij haar, kon deze hulp tot het einde van de oorlog de ergste nood lenigen.”

Improviseren
Dokter Rodenhuis memoreerde ook de moeilijkheden om ernstig zieke patiënten naar ziekenhuizen in Dordrecht te krijgen. Met een hand-brancardwagentje werden ze over de brug naar Dordt gebracht. Vaak duurde het uren voordat van de Duitsers de nodige papieren en stempels waren verkregen. Ze waren zeer wantrouwend.

Ook geneesmiddelen waren schaars. De weinige goede medicijnen moesten voor de ernstigste gevallen worden bewaard. “We konden soms net zo goed water geven en in niet direct gevaarlijke gevallen werd, indien mogelijk, teruggegrepen op ouderwetse huismiddeltjes.

Sommige mensen gingen ‘s avonds om zeven uur van honger en kou naar bed. Er was geen elektriciteit. carbid, petroleum en kaarsen waren letterlijk goud waard.

Hongerwinter
Vooral vanuit steden als Rotterdam en Dordrecht kwam men tijdens de Hongerwinter hier om voedsel, terwijl bij ons ook alles schaars was. De dokter herinnerde zich een schrijnend geval uit die dagen. “Een Rotterdamse man kwam aan de achterdeur van het doktershuis wat eten vragen. Toen het dienstmeisje aan de man een boterham gaf, viel zijn oog op een pan met afgekookte suikerbietenpulp. Hij vroeg: “Mag ik dat hebben?” De dokter zei: ”Jawel, maar het is uitgekookt. De suiker is eruit.” De arme stakker had echter zo’n honger, dat hij met beide handen een greep in de pan deed en de bietenpulp als een gulzig dier naar binnen werkte.”

Centrale keuken
Kort na Kerst kwam er een centrale keuken aan de Onderdijkse Rijweg, eigenlijk geen keuken maar een uitdeelpost, gevestigd in een garage. De kwaliteit was niet best, doch men was er gelukkig mee, onder deze bizarre omstandigheden. Er kwamen ook speciale soepuitdelingen voor de jeugd. De kwaliteit van deze soep was beter, dank zij de medewerking van verschillende ‘goede’ inwoners, die hiervoor erwten en bonen beschikbaar stelden, achter gehouden van de verplichte levering aan de bezetters. Ik herinner me nog levendig de glunderende gezichtjes van de kindertjes, wanneer ze in hun soep een stukje vlees of spek aantroffen, afkomstig van een varken, koe of schaap, dat toevallig een poot had gebroken …!”

Boek
Deze, en andere verhalen kunt u over enkele maanden lezen in een nieuw boek dat het Historisch Genootschap rond 1 mei 2025 hoopt uit te geven: ‘Ambacht in oorlogstijd’. Te zijner tijd hoort u meer hierover.

Historisch Genootschap

Arie Verhoeven

Dokter Rodenhuis (1901-1980)
Burgemeester Duiker (1905-1967)
Afbeelding