Sneeuwklokjes staan nu overal in bloeien. Ze lijken wit, maar eigenlijk zijn de bloemen kleurloos.
Sneeuwklokjes staan nu overal in bloeien. Ze lijken wit, maar eigenlijk zijn de bloemen kleurloos.

Sneeuwklokjes: Zuid-Europese vroegbloeiers

Lokaal

Ze waren al even boven de grond, maar met de warme dagen van afgelopen week zie je ze nu overal bloeien: sneeuwklokjes. Deze typische tuinplant is altijd één van de eerste planten die weer boven de grond komt. Dankzij de bolletjes waarin ze in het voorgaande jaar energie opslaan, zijn ze in staat om in het vroege voorjaar snel boven de grond te komen. 

De plant staat bekend om zijn witte bloemetjes, die op een groene steel vaak gebogen hangen. Wie echter beter gaat kijken, komt bedrogen uit, want de bloemen zijn feitelijk kleurloos. Als je het bloemblad fijn knijpt, blijkt het glashelder te zijn. Tussen de bladcellen zitten normaal gesproken namelijk luchtbelletjes die zorgen dat door het weerkaatsen van licht, de bloem wit lijkt. Maar eigenlijk is de bloem dus kleurloos. Sneeuwklokjes komen met name veel in tuinen voor en in Nederland is het dan ook geen inheemse soort. De dichtstbijzijnde wilde groeiplaatsen liggen in Midden- en Zuid-Frankrijk. De sneeuwklokjes die je hier in natuurgebieden kan tegenkomen zijn daar dan ook niet op een natuurlijke manier gekomen.

Sneeuwklokjes komen in hun oorspronkelijke leefgebied voor in schaduwrijke bossen. In het vroege voorjaar staan ze meestal in de zon, maar eenmaal in de zomer is niks meer van de groeiplaats terug te vinden en is alle energie weer in het bolletje verdwenen. Sneeuwklokjes komen al in Nederland voor sinds de Middeleeuwen, toen mensen planten naar Nederland begonnen te verslepen. Het nam een vlucht aan het eind van de 18e eeuw, toen een mooie, kleurrijke tuin steeds belangrijker werd. Vooral bij grote landhuizen werden dan ook bollenplanten aangepoot, zodat in het vroege voorjaar alles al heel kleurrijk was. In Friesland heette dergelijke grote landhuizen ‘stinsen’, waardoor ook de planten die op deze landgoederen werden aangeplant ‘stinsen’ zijn gaan heten. Het sneeuwklokje is wellicht één van de bekende stinsen, maar ook blauwe druifjes, krokussen, wilde narcissen en lelietje-van-dalen zijn niet onbekend.

Tijdens de bloei van sneeuwklokjes zijn er in Nederland geen insecten actief. Hierdoor vindt weinig of meestal geen bestuiving plaats in tegenstelling tot de oorspronkelijke groeiplaatsen in Zuid-Europa. Sneeuwklokjes vermeerderen zich hier dan ook met name doordat de bolletjes zich makkelijk delen. 

Echter, als sneeuwklokjes wel zaad zetten, is er wat interessants aan de hand. De zaden van sneeuwklokjes hebben namelijk een zogenaamd ‘mierenbroodje’. Een mierenbroodje is een aanhangsel aan vruchten of zaden wat als voedsel kan dienen voor mieren. Het is een uitgroeisel uit het zaadje en bevat vooral vetten en suikers, maar ook wel eiwitten en vitamines B en C. Een mierenbroodje is aantrekkelijk voor ongeveer vijftien soorten mieren, die het zaadje naar hun nest verslepen. Daar wordt het mierenbroodje door de mierenlarven genuttigd, waarna het zaadje weer naar buiten wordt gebracht. Op deze manier kan het sneeuwklokje zich doormiddel van hun zaden over grote afstanden verspreiden! In Nederland zijn zo’n 200 soorten planten die een mierenbroodje hebben en zich op deze manier laten verspreiden door mieren.

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com