Holenduiven zijn goed te onderscheiden van houtduiven door het ontbreken van de witte vlek in de nek.
Holenduiven zijn goed te onderscheiden van houtduiven door het ontbreken van de witte vlek in de nek.

Een vlekje minder, maar toch een andere soort

Lokaal

Het geluid van duiven is de meeste mensen niet onbekend. Houtduif en Turkse tortel zijn beide algemeen in de bebouwde kom, en de plekken waar deze soorten niet voorkomen zijn zeldzaam. De zang van houtduif en Turkse tortel is relatief eenvoudig uit elkaar te houden, ook al lijkt het natuurlijk wel op elkaar. Houtduiven koeren met in totaal vijf lettergrepen, terwijl Turkse tortels eigenlijk maar drie lettergrepen in de zang hebben. Uiteraard worden deze strofes wel continu herhaald, maar herkenning is op basis van het geluid eenvoudig. Steeds algemener worden tegenwoordig holenduiven, een derde duivensoort die hier voorkomt. De zang van deze duivensoorten is ook weer verschillend van de andere twee en heeft eigenlijk maar één lettergreep. Het is een herhalend gekoer op één hoogte, en lijkt vooral veel op het geluid van stadsduiven.

Afgelopen zaterdag hoorde ik alweer de eerste holenduiven koeren. Een typisch geluid van het vroege voorjaar, net zoals merels en zanglijsters die ook alweer voorzichtig los komen met hun zang. De hoge temperaturen zijn een trigger voor deze soorten om langzaamaan het territorium alweer te gaan verdedigen.

Holenduiven zijn met name algemeen buiten de bebouwde kom. Ze nestelen graag in holtes, zoals in holle bomen of in gaten in gebouwen. In havens en industrieterreinen komen ze dan ook relatief vaak voor, waar ze nestelen in bijvoorbeeld pijpen of tussen containers. Wat dat betreft is het geen kritische soort, die lokaal algemeen voor kan komen. In onze regio nestelen ze ook relatief vaak in viaducten, waar vaak ruimtes zijn tussen wegen en de pilaren. Het voordeel van holenduiven, en ook houtduiven doen dat veel, is dat ze voedsel zoeken op grote afstand van de nestlocaties. Een broedende holenduif gaat gerust kilometers verderop, bijvoorbeeld op akkers, op zoek naar zaden om te voeren aan de jongen. De broedlocatie zelf hoeft dus helemaal niet geschikt te zijn als voedselplek, en kan dus prima een kaal bedrijventerrein zijn.

Holenduiven lijken op het eerste gezicht op houtduiven, maar opvallend is het ontbreken van de witte vlek in de nek en de witte strepen op de vleugels. Bovendien zijn ze ook net een slagje kleiner. Op het platteland zijn ze graag in groepjes op zoek naar voedsel, waar in onze regio spruitenpercelen favoriet zijn. In de jaren ‘60 is dat voedsel zoeken op akkers door holenduiven behoorlijk fataal geworden. Vanwege het gebruik van een bepaald type bestrijdingsmiddelen waarmee zaden werden bewerkt, nam de populatie in die periode sterk af. Na het verbod op enkele middelen heeft de populatie zich herstelt, waarbij de soort mede profiteert doordat steeds meer oudere bomen met geschikte holtes beschikbaar zijn. Op sommige plekken komen ze zelfs ook al voor in de bebouwde kom, al zijn wat oudere parken of begraafplaatsen meestal de beste plekken om holenduiven tegen te komen. Let dus vooral goed op de komende tijd op een houtduif met een vlekje minder, je kan ze zomaar tegenkomen!

Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust:
cornelisfokker@gmail.com