
Sijzen in aantocht
Natuur en milieuInmiddels is het oktober en de vogeltrek is in volle gang. Op goede dagen trekken nu duizenden vogels naar het zuiden. De vogels hebben natuurlijk het liefst een windje in de rug en vliegen dus met een noordelijke wind op grote hoogte. Meestal onzichtbaar. Voor ons is het daarom prettig als ze een beetje tegenwind hebben. Zuidenwind is ideaal om de vogeltrek in het najaar goed te zien en het liefst met een beetje oostelijke wind erbij, omdat ze dan meer richting het westen (en dus Nederland) worden geblazen.
Afgelopen zaterdag was het EuroBirdwatch. Een Europees evenement waarbij door heel Europa alle trekvogels worden geteld. De omstandigheden waren goed, maar niet optimaal, omdat er helemaal geen wind stond. Vogels vliegen dan ook al snel hoog en buiten ons bereik. Desalniettemin werden er honderdduizenden vogels geteld, waarbij vink, spreeuw, graspieper en zanglijster de lijst aanvoerden. Deze broedvogels uit noordelijke streken trekken in deze tijd van het jaar massaal door om voornamelijk in Zuid-Europa de winter te gaan doorbrengen.
Op de 5e plek stond echter de sijs, een soort die lang niet jaarlijks in hoge aantallen doortrekt. Sijs is een vinkachtige die zich voor een belangrijk deel laat sturen door het aanbod van voedsel. Zaden dus vooral. In jaren met een goed broedseizoen in het noorden, maar slechte jaren qua zaadproductie, gaan ze massaal op de wieken naar het zuiden. Dergelijke invasies kunnen enorme vormen aannemen, en ook dit jaar zijn er weer veel sijzen die doortrekken.
Sijzen zijn een stukje kleiner dan de ‘normale’ vinken en vallen in vlucht vooral op door hun roep: een hoog, aflopende “plié-è”. Waarschijnlijk zegt je dit nog niks, maar als je het meent te horen, loont het de moeite om naar boven te kijken. Vaak zal je een compact groepje kleine vogeltjes, met korte staartjes zien, die in een korte golvende vlucht hard doorvliegen. Zo’n groepje maakt vaak een warrige indruk, alle vogels vliegen door elkaar heen. Wanneer ze landen zie je pas hoe mooi ze zijn, zeker de mannetjes. Deze zijn opvallend geelgroen gekleurd met een zwart petje, kin en vleugelstrepen. De vrouwtjes zijn meer grijsgroen gestreept.
In de broedgebieden in Scandinavië foerageren ze vooral op de zaden van fijnsparren en berken. In Nederland zijn zaden in elzenpropjes meestal favoriet. In de winter zitten vaak groepen putters in elzen, waar sijzen zich graag bij aansluiten. Opletten dus!
Naast de hoge aantallen sijzen, zit er dit jaar ook nog een andere invasie in het vat. In het noorden en oosten zijn notenkrakers namelijk massaal op de wieken gegaan. De notenkraker heeft wat weg van de gaai, maar is bruin met opvallend, grote witte stippen. De snavel is een stuk langer en donker en ze hebben een opvallende witte eindband rond de staart. Afgelopen week zijn de eerste in Nederland binnen gedruppeld, maar omdat ze graag hazelnoten eten kunnen ze zomaar in uw tuin opduiken. Goed opletten dus! Mocht u een notenkraker (menen te) zien, laat het me weten!
Heeft u vragen, zelf wat onbekends gezien of andere opmerkingen? Mail me gerust: cornelisfokker@gmail.com








